Thuisblijven kan heel goed een democratische daad zijn

Het is aardig om te zien hoe pleitbezorgers van meer en directere democratie zich in bochten wringen om, uit angst voor een hun onwelgevallige uitslag over het associatieverdrag met Oekraïne, uit te leggen dat het referendum weliswaar een goed instrument is, maar nu net niet bij dit onderwerp.

Mensen die zichzelf beschouwen als rationeel, modern en ontwikkeld, zien tot hun verbijstering dat het populisme er met hun speeltje vandoorgaat. Dat was nu ook weer niet de bedoeling. Een partij als D66 heeft het er maar moeilijk mee.

De voor de hand liggende argumenten worden van stal gehaald. Het referendum gaat in feite over heel andere, veel fundamentelere zaken dan dat associatieverdrag. De kiezer is te beroerd om zich te verdiepen in de achtergronden van de vraag waarop in het referendum een antwoord moet worden gegeven - en nog veel meer van dergelijke voor de hand liggende bezwaren, die in het algemeen ten principale tegen elk referendum kunnen worden ingebracht.

Volkskrant-columnist René Cuperus meent zelfs te weten dat de meeste Nederlanders eigenlijk gewoon een hekel hebben aan referenda. Het waren een paar parlementaire hobbyisten die het betreffende wetsvoorstel door de Kamer wisten te loodsen. Terwijl velen referenda eigenlijk nep-democratisch of populistisch vinden, voegt hij er misnoegd aan toe.

Het mag typerend heten hoe de intelligentsia dezer dagen haar eigen principes en uitgangspunten verloochent en dat allemaal uit angst voor de mogelijke uitslag van het referendum. Het kan verkeren.

Cuperus duidt in zijn stuk op een ander fenomeen, dat je inderdaad doet afvragen wat de Kamer, de Eerste Kamer in dit geval, bezield heeft. Hij zegt nogal wat mensen te kennen die weigeren bij het referendum een stem uit te brengen of overwegen het al dan niet uitbrengen van een stem af te laten hangen van de verwachte opkomst op 6 april.

Ook ondergetekende heeft op deze plek al opgeroepen bij de stembus weg te blijven in de hoop dat de opkomst onder de dertig procent blijft en dat dus, gezien de vereiste opkomst van die dertig procent, de uitslag ongeldig wordt.

Boze briefschrijvers kwamen onmiddellijk met het verwijt van ondemocratisch gedrag. De wetgever had het raadgevende referendum nu eenmaal mogelijk gemaakt en daar heeft ook ondergetekende zich maar bij neer te leggen.

Daar is iets voor te zeggen, maar de wetgever heeft ook dit strategisch gedrag mogelijk gemaakt. Bewust niet stemmen met het oog op een gewenst resultaat is in die zin een heel democratische daad.

De toevoeging dat het referendum pas een geldige uitslag oplevert bij een kiezersopkomst van dertig procent hebben we aan de Eerste Kamer te danken. De toenmalige PvdA-senator Ruud Koole wilde het raadgevende referendum met een minimum-opkomst meer gewicht geven. Als het gevolg daarvan echter is dat de kiezer massaal strategisch niet komt opdagen, heeft Koole het paard achter de wagen gespannen.

Zeker als die mensen dat niet alleen doen uit de overtuiging dat het parlement er goed aan deed het associatieverdrag te tekenen, maar ook in de hoop daarmee het raadgevend referendum als fenomeen de nek om te draaien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden