Thuis in de jungle

Bert Abuys 1936-2015

Zijn tropische jeugd bleef hem altijd inspireren. Maar een angstig moment achtervolgde hem.

Eén beeld uit zijn jeugd was in zijn herinnering gebrand: zijn moeder zit ineengedoken op straat naast een koffer, terwijl een kleine man een geweer met bajonet op haar gericht houdt. Een andere man doorzoekt de koffer. Er komen alleen babykleertjes uit.

Bert was negen jaar oud, maar hij vergat dat beeld nooit. Hij had zijn moeder willen beschermen tegen die onverlaten. Maar hij kon niets doen.

Het was kort na de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. Er was geen gezag meer, er was chaos. Groepen nationalistische Indonesiërs schuimden gewapend door de straten, op zoek naar tegenstanders van de onafhankelijkheid. Een paar van zulke mannen bedreigden en vernederden zijn moeder. Bert had haar opgehaald uit het ziekenhuis van Bandoeng, waar ze was bevallen van haar zesde kind. Zijn vader zat met een mank been thuis, een gevolg van een bombardement aan het begin van de oorlog. Als oudste kind voelde Bert zich verantwoordelijk voor zijn moeder.

Zijn machteloosheid tegenover mannen met wapens bleef hem pijnigen. Dat overkomt me nooit meer, besloot hij. Dat voornemen zou zijn leven richting geven.

Toch dacht hij later vooral terug aan zijn mooie jongensjaren in Indië waar de familie, die afstamde van een vondeling in Amsterdam die in 1800 als Abuys was gedoopt, al drie generaties woonde. Ook zijn moeders familie was daar geworteld. Bert vertelde later graag over zijn hond Terry, die over de hoogste muren kon springen. Over het jatten van fruit bij de buren, het vliegeren met draad met glasgruis om andere vliegers te belagen. Over de juiste techniek om zoveel mogelijk knikkers te winnen of over de krokodil die hem bijna in zijn billen beet.

De Japanse invasie verstoorde de droom. Het gezin probeerde in Bandoeng onopvallend te overleven. Zijn vader, die onderwijzer was, gaf illegaal les. Bert verkocht zelfgemaakt ijs op straat; hij was de enige die zich nog buiten waagde, omdat hij door zijn uiterlijk minder opviel en de taal van het volk sprak. Na verraad van een klant werd zijn vader gearresteerd en kwam hij een week later kapotgeslagen uit een Japanse gevangenis terug. De laatste maanden van de oorlog zat het gezin in een gevangenenkamp. Toen Japan zich overgaf, haalde zijn vader drie lapjes stof tevoorschijn: rood, wit en blauw.

Maar een nieuwe periode van geweld volgde. De onafhankelijkheidsbeweging maakte het Indische Nederlanders steeds moeilijker. In december 1950 vertrok het gezin van tien met de boot naar Nederland, een land dat Bert alleen kende van horen zeggen. Zijn hond moest achterblijven en er was ook geen ruimte voor zijn modeltrein, Dinky Toys. Alleen zijn album met gedroogde bladeren mocht mee.

Het gezin kwam in een pension in Noordwijk terecht, totdat zijn vader na vele sollicitaties werk vond op een school in het gehucht Kampernieuwstad, tegenwoordig Noordeinde geheten, in de noordelijke punt van Gelderland. Dankzij zijn vader wist Bert de gaten in zijn scholing snel te dichten en hij leerde verder aan de hbs in Kampen. Maar met wiskunde bleef hij moeite houden. Toen hij in de vierde klas bleef zitten, had hij er genoeg van en hij meldde zich bij de landmacht. Pas aan het einde van zijn leven zou hij vertellen dat zijn keuze om militair te worden was ingegeven door zijn machteloosheid toen zijn moeder werd belaagd in Indië.

Het leger bleek perfect voor hem te zijn. Veel sport, en veel in de natuur. Toen hij voor een weekeinde in het ouderlijk huis was, kwam een meisje van zeventien kijken naar de puppy's die ze net hadden gekregen. Het was liefde op het eerste gezicht. Vier jaar later, in 1959, trouwde Bert met Ria Spaansen. Ze stelden kinderen nog even uit, want de Koude Oorlog leek erg dreigend. Bovendien wilden ze allebei nog wat van de wereld zien. Bert verlangde naar de tropen en liet zich voor een jaar uitzenden naar Suriname. Ria volgde een Amerikaanse professor, bij wie ze werkte als au pair, naar Detroit.

Bert voelde zich in zijn element in Suriname. De andere militairen wisten niets van de tropische natuur en Bert werd al gauw de vraagbaak.

Terug in Nederland vestigden ze zich bij de kazerne van Steenwijk. Ze kregen er een zoon, Guido, en een dochter, Liane. Bert diende in 1966 nog een jaar in Suriname en toen de kans zich voordeed om zich er te vestigen, greep hij die aan. Het gezin vertrok in 1970 naar Paramaribo.

Oerwoud

Bert had zich ontwikkeld tot specialist in overlevingstechnieken. In het oerwoud voelde hij zich op zijn plaats. Als de manschappen zich 's nachts terugtrokken in een tent, lag Bert buiten in een hangmat. Ook in Paramaribo gold hij als een kenner van de natuur. Mensen kwamen aanzetten met boa's en anaconda's die ze hadden gevangen. Ook andere dieren waren welkom op zijn erf, dat uitgroeide tot een dierentuin. Zoon Guido ging jagen op muizen en ratten voor de slangen. Hij wilde zijn kinderen net zulke tropische ervaringen meegeven als hijzelf had gehad. Ze moesten uitgedaagd worden, daar was hij strikt in. Als het niet ging zoals hij wilde, dan kon hij driftig worden en een gevoelige tik uitdelen.

Op de dag dat Suriname onafhankelijk werd in 1975, vertrokken ze naar Nederland. Ze namen zoveel mogelijk dieren mee in het vliegtuig. Papegaaien, ara's, toekans, slangen, honden en een neusbeer belandden op Schiphol, waar de dieren slecht werden opgevangen. In de kou vroor de helft van de slangen dood.

Met hun Ark van Noach vestigde het gezin zich in Appingedam, waar Bert de ruimte vond om zijn dierentuin voort te zetten. Maar het werk in de kazerne daar viel hem tegen. Hij was er niet langer de natuurspecialist, maar hij moest er de militaire basisopleiding geven aan militaire chauffeurs. Toen hij dankzij zijn tropenjaren, die dubbel telden, in 1983 al op z'n 47ste met pensioen kon, was hij daar blij mee.

Hij stortte zich op zijn grote liefde, slangen, en wist zich tot expert te ontwikkelen. Al zijn kennis bundelde hij in een boek over de slangen van Suriname. Ook vanuit het buitenland werd hij vaak geraadpleegd.

Toen Bert in 2013 in Suriname was voor de onthulling van een militair monument van de vroegere Nederlandse troepen, werd hij ontboden door president Bouterse. Dat was een lastige situatie, want Bert kende de mensen die in 1982 tijdens het regime van Bouterse waren vermoord. Toch bezocht hij de president, die hem complimenteerde met zijn slangenboek. "Het is een schande dat zo'n boek niet door een Surinamer is geschreven", zei Bouterse.

Slangenstudie

Na zijn slangenstudie begon Bert aan mineralen en gesteenten. Daarvoor ging hij zelfs naar India om een mijn te onderzoeken. Als hij niet studeerde, dan was hij aan het sporten. Hij leek kerngezond; hij rookte nooit en dronk zelden iets alcoholisch. Medische problemen overwon hij snel. Na de derde ingreep aan zijn heup kon hij niet meer tennissen. Hij had een pijnlijke hand en een evenwichtsprobleem. Daar mopperde hij over. Hij bleef de Vierdaagse van Nijmegen lopen, samen met Ria.

Eind vorig jaar bleek hij longvlieskanker te hebben. Alleen een nieuw DNA-medicijn zou kunnen helpen. Maar daar werd hij beroerd van. Het ergste vond hij dat hij zijn smaakzin verloor. Hij kon niet meer genieten van de Indische gerechten die hij zo graag klaarmaakte. Dagenlang kon hij in de keuken staan om een feestmaal te bereiden, met wel zes verschillende sambals en vele vleesgerechten. Nu kon hij alleen nog maar zijn recepten die hij van zijn moeder had geleerd, op schrift stellen voor de volgende generaties. Alles moest perfect zijn, dat streven hield hij vol tot het einde.

Bert Abuys werd geboren op 25 maart 1936 in Soerabaja, Nederlands-Indië. Hij stierf op 23 juni 2015 in Appingedam.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

In 1959 trouwde Bert met Ria Spaansen. Het gezin Abuys-Spaansen vertrok in 1970 naar Paramaribo.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden