Thrillers als aanklacht

(Trouw)

In het essay ’Waarom minachten Italianen zichzelf?’ stelt de historicus en diplomaat Sergio Romano dat er geen enkel volk is dat meer zelfhaat tentoonspreidt en zich meer schaamt voor zichzelf dan de Italianen.

Een belangrijke oorzaak is volgens hem de leugenachtige manier waarop het rampzalige einde van de Tweede Wereldoorlog aan de Italianen is gepresenteerd: geen nederlaag, maar een ’wapenstilstand’, ja zelfs een overwinning, geen militaire bezetting maar een ’alliantie’, en verder maar snel vergeten dat nare fascisme en die vreemde Mussolini.

Ook het naoorlogse Italië kent belangrijke gebeurtenissen die Italianen niet bepaald een gevoel van nationale trots hebben bezorgd. De operatie ’schone handen’ bijvoorbeeld bracht begin jaren negentig duizenden lokale en landelijke politici voor de rechter, en nog steeds zijn cliëntelisme, nepotisme en zelfverrijking schering en inslag in de Italiaanse politiek. In 2007 nog schreven Mario Rizzo en Gian Antonio Stella de bestseller ’La casta’, die blootlegt hoe Italiaanse politici zichzelf hebben verheven tot een kaste van onaanraakbaren. In 2008 verscheen een uitgebreide editie met nog meer namen en ongelofelijke verhalen.

Een andere smet op het Italiaanse nationale gevoel zijn het terrorisme en de wijdverspreide georganiseerde misdaad en de vele mysteries waarmee deze zijn omgeven. In wat ’het onzichtbare Italië’ wordt genoemd, bleven veel bomaanslagen en moorden slepende, onopgeloste kwesties.

Er bestaan donkere vermoedens dat de staat achter de schermen meehielp om de mysteries onopgelost te houden. Terroristen zouden hulp hebben gekregen van geheime diensten, justitiële onderzoeken tegengewerkt, bewijzen vernietigd. Kortom, de georganiseerde misdaad zou zijn ingezet als politiek instrument, vooral tegen de gehate én gevreesde communisten.

De twintig jaar geleden overleden Leonardo Sciascia was de eerste die in 1961, met het prachtige ’De dag van de uil’, de moed had om de banden tussen maffia en Italiaanse politiek in een detectiveverhaal te verwerken.

Zojuist hervertaald is Sciascia’s ’De context’ (1971), een adembenemende detective over de gevaarlijke verwording van een rechtsstaat. In een denkbeeldig land met de contouren van Italië onderzoekt de briljante inspecteur Rogas de moord op een aantal rechters. Hij ontdekt een netwerk van perverse intriges en zelfs een complot tegen de staat. Dan wordt Rogas door de geheime dienst vermoord en verdwijnt alles in de doofpot. Sciascia gebruikt dit bittere detectiveverhaal als aanklacht tegen de Italiaanse staat. De context werpt donkere schaduwen vooruit naar de vele tragische gebeurtenissen die Italië in 1971 nog te wachten stonden.

De verwoestende aanslag op het Milanese Piazza Fontana van 1969 was slechts het begin van decennia die dood, verderf en terreur zaaiden. De bekendste dieptepunten uit deze zogenaamde ’loden jaren’ zijn aanslagen in Brescia (1974), op de Italicus-trein (1974), de ontvoering en dood van Aldo Moro (1978), de ontploffing van een DC9 boven Ustica (1980), de aanslag op het station van Bologna (1980), de maffia-aanslagen op magistraten Falcone en Borsellino (1992) en de verwoestende autobommen in de kunsthoofdsteden Florence, Milaan en Rome (1993).

Tijdens deze ’loden jaren’ meden de meeste Italiaanse vertellers de thema’s van terrorisme en georganiseerde misdaad. Door een enkeling werd het terrorisme bijna geromantiseerd: Natalia Ginzburg schreef een briefroman (’Caro Michele’, 1973) over een verloren zoon, een terrorist die op een dag hopelijk naar zijn familie zou terugkeren. In de jaren tachtig vinden we in de literatuur sporadisch een negatief, zelfs pervers beeld van terroristen, ongeveer zoals in Tullio Giordana’s filmepos ’La meglio gioventù’ (2003), wanneer de ontaarde Giulia haar dochtertje in de steek laat voor de Rode Brigades.

Tegenwoordig wordt het onzichtbare Italië echter massaal verbeeld in films, tv-series, documentaires, en spannende literatuur. Hoge kijkcijfers halen de tv-documentaires (en bijbehorende boeken) van schrijver Carlo Lucarelli die telkens een mysterie van dit onzichtbare Italië centraal stellen.

Naar Sciascia’s voorbeeld (denk naast de genoemde titels ook aan ’Ieder het zijne’ en ’Todo modo’) hebben Italiaanse detectiveverhalen in de laatste decennia een sterke sociale en politieke dimensie gekregen. Razend populair, sommigen spreken van een hype, zijn detectiveverhalen (en hun verfilmingen) die zich afspelen tegen de achtergrond van Italië’s ’loden jaren’ of in de wereld van de georganiseerde misdaad.

Het lijkt erop dat de populariteit van deze verhalen deels te verklaren is uit een collectieve hunkering naar de antwoorden die van officiële zijde geheel of gedeeltelijk uitbleven. „We zullen nooit weten ...”, zo begint Sciascia in ’Zwart op zwart’ uit 1979 een lange reeks tergende vragen over de mysteries van het onzichtbare Italië.

Soms nemen de hoofdpersonen van de georganiseerde misdaad uit de ’loden jaren’ zelf het woord: talrijke ex-terroristen publiceerden memoires of autobiografische romans. Marco Bellocchio’s film ’Buongiorno, notte’ (2003) over de ontvoering van Aldo Moro is bijvoorbeeld gebaseerd op de memoires van terroriste Laura Braghetti. Maar ook veel gewone detectiveschrijvers – zoals Loriano Macchiavelli, Massimo Carlotto en Giuseppe Genna – gaan met terroristen, maffia en mysteries aan de haal. Hierbij vermengen ze vrijelijk fictie en geschiedenis om de lezer telkens een soort literaire waarheid te bieden.

Er is momenteel zelfs een dozijn Italiaanse magistraten, onder wie Gianrico Carofiglio (1961) en Giancarlo De Cataldo (1956), die naast hun juridische werkzaamheden spannende romans schrijven over de duistere kant van Italië.

De Cataldo’s ’De bende van Magliana’ (2002) bijvoorbeeld is een epos over een beruchte Romeinse bende in de jaren zeventig en tachtig, met vertakkingen naar de corrupte politiek, ontspoorde geheime diensten, vrijmetselarij, terrorisme en maffia.

Het boek is verfilmd door Michele Placido en is momenteel een spraakmakende tv-serie. Fictie en historische feiten vullen elkaar naadloos aan in een snelle afwisseling van verschillende perspectieven van straatcriminelen, politieagenten, rechters, politici en maffiosi. Inspecteur Scialoja leidt een verbeten onderzoek naar deze bende en ontdekt telkens nieuwe, onzegbare waarheden die hem tot wanhoop drijven omdat hij ze nooit kan bewijzen.

Op veel momenten kruist de lokale geschiedenis van de bende de geschiedenis van Italië. Van de camorra krijgt de bende waardevolle informatie over de verblijfplaats van de ontvoerde Aldo Moro, maar niemand blijkt hierin geïnteresseerd. De bendeleden worden zelfs gearresteerd, waarschijnlijk om te voorkomen dat Moro wordt gered. De rechter die zich in de roman met het onderzoek naar de bende bezighoudt, slaagt er niet in de waarheid rond Moro te achterhalen. Ook voor hem blijft het mysterie bestaan. Ook zijn interpretatie is hooguit ’plausibel, geloofwaardig, maar niet de waarheid. Dit is ten slotte het land van Pirandello en Machiavelli’.

Typerend voor dit mysterieuze, ongrijpbare Italië is de figuur van De Oude, die De Cataldo waarschijnlijk baseerde op Federico Umberto D’Amato, het hoofd van een schimmige afdeling van de geheime dienst. In de roman is De Oude een almachtige en alwetende deus ex machina die ongezien de touwtjes van Italië in handen heeft. Door tegenwerking van hogerhand kan Scialoja, net als Sciascia’s inspecteurs, zijn schokkende ontdekkingen nooit hard maken. Uiteindelijk lucht hij zijn hart in een fataal interview waarin hij zegt dat heel Italië van samenzweringen aan elkaar hangt en dat de staat er alleen op uit is om de waarheid te verdoezelen.

In de vervolgroman ’Nelle mani giuste’ (’In goede handen’, 2005) keert inspecteur Scialoja terug als opvolger van De Oude, maar in deze rol wordt hij zelf bespioneerd en gemanipuleerd door machtige maffiosi en ex geheim agenten. Terwijl de maffia in de verschrikkelijke jaren 1992 en 1993 Italië verwoestende klappen uitdeelt, creëren de corruptieschandalen van operatie ’schone handen’ een machtsvacuüm dat de weg vrijmaakt voor Silvio Berlusconi, in wiens ’goede handen’ Italië de komende vijftien, twintig jaar zal worden toevertrouwd. Een nieuw tijdperk dus, een nieuwe politiek, en nieuwe geheimen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden