Theoloog Pieter van Gennip wordt hoogleraar aan technische universiteit

De technische universiteit te Delft is zonder twijfel een verzameling techneuten, mensen van formules en berekeningen. Maar sinds kort hinkt er in elk geval een buitenbeentje rond, ogenschijnlijk verdwaald in deze woestijn van de materie. Maar hij is er wel degelijk aangesteld, geplaatst op de bijzondere leerstoel voor wijsbegeerte en christelijke levensbeschouwing: dr. Pieter Anton van Gennip. Zoals hij gisteren al aankondigde in de rubriek 'Andere taal' aanvaardt hij vandaag officieel zijn ambt - als een zingende detective.

Van Gennip is in r.-k. Nederland geen onbelangrijk man. Als 'ambtelijk secretaris', een nederig woord voor directeur, van de Katholieke raad voor kerk en samenleving (KRKS) zit hij op het kruispunt van bijna alles wat in de Nederlandse r.k. kerk te maken heeft met maatschappelijke vragen, kerk & staat, vrouw & kerk, internationale betrekkingen, cultuur, gezondheid, medische ethiek, milieu, sociaaleconomische problemen. De KRKS probeert de deskundigheid onder de kerkleden te mobiliseren en haar (gevraagd of ongevraagd) ten goede te laten komen van kerk, samenleving en het bisschoppelijk beleid. En al deze vijftien jaar komt dan niemand om dr. Van Gennip heen.

Organiseren gaat hem goed af en hij vindt het nog leuk ook. Maar toch: "Ik ben toen een beetje in de fuik gelopen" , zegt hij. Ze zochten een 'studiesecretaris' en dat leek Van Gennip wel wat. Als godsdienstleraar miste hij het studieuze.

Van Gennip had een bijna voltooide priesteropleiding achter de rug, toen hij alsnog koos voor een leven in de wereld. Het waren de late jaren zestig; hij zag de jonge priesters in horden het klooster verlaten en moest hij nu zijn sociale leven verder leiden met een aantal eerbiedwaardige, bedaagde paters in een statig herenhuis? Van Gennip legt er de nadruk op dat zijn uittreden uit het klooster van de paters assumptionisten geen breuk betekende, ook al kocht hij met nog de kloosterlucht in zijn haren meteen een tweepersoonsbed.

Van Gennip voltooide niet alleen zijn theologiestudie - als leek -, hij bleef met hart en ziel een godsdienstig mens. In het klooster had hij het dagelijkse koorgebed heerlijk gevonden. Slechts als Dostojewski hem weer eens met zijn 'Gebroeders Karamazow' te zeer in de ban had verzuimde hij.

Kerkratje

Geen breuk: tussen het achtjarige 'kerkratje' Pieter Anton dat de mis diende en de koster hielp en de dr. Van Gennip veertig jaar later ziet hijzelf bij alle ontwikkeling veel continuteit. Johannes van het Kruis is erbij gekomen, Ruusbroec, Pascal, Kolakowski, de religieuze motivatie en interesse is doorgegaan.

Mystiek en cultuur, God en het schone, hebben hem daarbij altijd meer geboeid dan de politiek of voorschriften van de kerk. Ook in zijn KRKS-werk met al die ernstige maatschappelijke kwesties wil hij die 'binnenkant' er vooral bijhouden. Twee sporen, want Van Gennip ziet zichzelf niet als een contemplatieve monnik, al heeft hij wel iets van diens 'onthechting' jegens de zorgen van kerk en wereld.

In deze jaren is volgens Van Gennip zijn KRKS er in bescheiden mate in geslaagd een tegenkracht te zijn tegen de doem dat het in de kerk allemaal wegglijden, inleveren, afkalven en mistroostigheid is. Het is gelukt indringende vragen van medische ethiek aan de orde te stellen, zonder dat de KRKS in een reactionair isolement terechtkwam. In de loop van deze jaren is rondom de KRKS een netwerk gevormd van honderden mensen - progressiever en conservatiever - die betrokken zijn in de discussies.

Mand met kikkers

Minder positief is Van Gennip trouwens over alle pogingen van de laatste jaren om iets aan 'vorming' te doen, voor jong katholiek middenkader. "Dat is een mand met kikkers" , verzucht hij. "Met de huidige subsidiepolitiek redt zich wie zich redden kan."

Van Gennip ziet ook wel dat veel intellectuelen de kerk de rug hebben toegekeerd, maar paus en bisschoppen schrijven zijns inziens de intellectuelen toch te vlug af. Velen zijn ernstig bezig met de belangrijke vragen; dat zou je als bisschop moeten waarderen, ook al passen de antwoorden en adviezen niet meteen in het kerkelijke straatje.

Vindt Van Gennip de kerk belangrijk? Ja, zegt hij, maar niet per se op de punten waar zij zichzelf belangrijk vindt. "Ik zou er niet buiten kunnen. Zeker in onze geseculariseerde cultuur is een continuteit van traditie belangrijk. Maar het gaat om een eigen, persoonlijke verbondenheid met Christus, om een volwassen geloof, een eigen geweten. Ik verbaas me soms over het rumoer, over de kleinzieligheid ook, de kwetsbaarheid van sommigen, als de kerk weer eens iets verkondigt, terwijl dat dan van mij afglijdt af als water van een eend."

Niet toevallig noemt Van Gennip de seksuele moraal, waarvan hij denkt dat de kerk daar vroeg of laat mee vastloopt. Zelf maakt hij er nooit een geheim van dat hij met zijn vriend Henk samenleeft. Het heeft hem in zijn kerkelijk werk nooit gehinderd. Sommige bisschoppen laten hem "de groeten thuis" doen, heus wel wetend dat het dan niet over mevrouw Van Gennip gaat.

Van Gennip neemt het graag voor de Nederlandse bisschoppen op, in hun onmogelijke positie. Elders gaan autoriteiten heel wat bruter, minder menselijk en beschaafd met anderen en anders denkenden om dan deze bisschoppen, heeft hij gemerkt. Hij benijdt ze niet, deze mensen tussen de hamer van Rome en het aambeeld van hun gelovigen.

Kerk is voor Van Gennip slechts middel, voertuig. Hij is als wijsgeer, theoloog en gelovige meer geboeid door het verschijnsel godsdienst zelf. In de godsdienst gaat het niet primair om theologie, om de leer of om het onderhouden van regels en wetten, daar ligt ook niet de crisis. Het gaat om de verbeelding, waardoor mensen in hun wezen meer speling is gegeven dan de dieren, die passen in hun bestaan "als een sleutel in een slot" . De secularisatie heeft ermee te maken dat de bron van die verbeelding opdroogt.

Een leerstoel in Delft. De katholieke Radboudstichting heeft Van Gennip voor deze leerstoel gevraagd, hoewel hij een echte alfaman is. "Ik heb geen minachting voor techneuten" , zegt Van Gennip, "ik heb eerbied en bewondering voor mensen die kunnen uitrekenen hoe groot de vleugels moeten zijn, wil een vliegtuig niet naar beneden vallen" . Het heeft volgens hem voor- en nadelen dat hij een vreemde eend in de Delftse bijt is.

Hij is dit semester met een klein clubje begonnen. Hij noemt een van zijn voorgangers op deze leerstoel, de filosoof Luypen: die begon met drie studenten. Maar later was er nauwelijks een collegezaal groot genoeg. Het klimaat is nu anders, ziet Van Gennip. Sudenten staan onder een enorme druk van tijd, programma en financiering. Voor franje blijft niets over. De ethische kant van de techniek, het aspect van de humaniora is zo belangrijk, roept het ministerie wel eens, maar de faculteit voor wijsbegeerte en technische maatschappijwetenschappen lijkt toch de spek en bonen in het menu van de technische universiteit. Wel is er in Delft een bezinningsgroep 'Techniek, beroep en geloof', opgericht vanuit het studentenpastoraat.

Discussie

Techniek en ethiek. Ook voor Van Gennip hoeft een ethiek van de polderbemaling niet, maar een ingenieur moet zich in een ethische discussie wel kunnen weren. Hij of zij moet zich rekenschap kunnen geven of het denken alleen een technische functie heeft of ook een bestaans-functie. Wat is denken? Wat is de moderniteit van de moderne cultuur? Van Gennip zit vol plannen voor zijn aanstaande ingenieurs: Wat hebben Hammarskjld, Chagall, Rietveld, Celine te zeggen? Wat is het 'innerlijk' van de mens?

Van Gennip onderstreept dat hij in Delft niet komt missioneren, een stukje christendom droppen in een heidense omgeving. Hij wil vragen op tafelleggen en die vragen goed stellen. Hij komt naar Delft als wijsgeer. "En wijsbegeerte" , vat Van Gennip simpel samen uit de eerste les voor het Delftse Vernuft, "wijsbegeerte is de moed en de lol om zelf na te denken."

Ontraadselen

De titel en het thema van Van Gennips inaugurele rede is de 'Zingende detective', naar de tv-serie van Dennis Potter. Vermomd als zanger poogt Philip Marlow, de detective, de buitengesloten beschouwer, het mysterie met al zijn dubbele bodems te ontraadselen: kijken naar je eigen leven en naar de wereld, goed en kwaad. Achterdocht, spot, drama, verbeelding - de spanning, kwelling en bedreiging van verleden, heden en toekomst in een.

"Oplossingen en geen aanwijzingen willen die sufferds" , zei Marlow. "Was het maar andersom. Alleen aanwijzingen, geen oplossingen. Zo steekt het leven in elkaar."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden