Theologiestudie / De grote domineesfabriek is BaMa-klaar

De grootste domineesfabriek van het land zet de productie radicaal op z'n kop. De theologische faculteit Utrecht heeft -in lijn met het beleid van de universiteit- het nieuwe systeem bachelor/master-studie aangegrepen voor een nieuw programma en een nieuwe kijk op het beroepsperspectief.

Utrecht is 'BaMa-klaar'. De eerste fase (drie jaar) is de brede oriëntering in theologische wetenschap en maatschappij. Pas in de master-studie kiest de gevorderde student voor bijvoorbeeld dominee.

Henk Tieleman (56) is al zeven jaar decaan van de Utrechtse (staats)faculteit theologie. Een vreemde vogel in dat van oorsprong zo hervormde nest; hij is niet eens theoloog, maar econoom en antropoloog (en, vooruit, godsdienstsocioloog) en gereformeerd bovendien. Hij spreekt enthousiast over de nieuwe opzet. Theologie, studenten en kerk zullen er wel bij varen, gelooft hij stellig, al is er bij sommige kerkelijke docenten ook wel weerstand. De volgende generatie predikanten zal gevarieerder gevormd zijn en dus ook diverse bagage meebrengen.

Van de ongeveer tien plaatsen waar men in Nederland tot godgeleerde wordt geschoold is Utrecht vanouds veruit de grootste. Maar het lijkt erop dat er om met de Bijbel te spreken nog extra wordt gegeven aan wie al heeft. Er hebben zich dit jaar 25 meer studenten aangemeld aan de zes universitaire (dwz niet door de kerken aangestuurde) opleidingen klassieke theologie dan vorig jaar. De plus komt bijna helemaal in Utrecht terecht. Het Utrechtse marktaandeel van eerstejaars stijgt daarmee van 57 naar 66 procent. Leiden volgt op grote afstand (15 procent).

Tieleman vindt in alle bescheidenheid dat in Nederland op te veel plaatsen een volledige theologiestudie wordt aangeboden. Daar hebben we domweg kwalitatief het personeel niet voor en bovendien: studenten horen niet in een klasje van maar een handjevol. In Utrecht is theologie met haar honderden studenten en honderd medewerkers wel een kleintje onder de faculteiten, maar ze is zichtbaar, overal in het academisch bedrijf.

Tot dusver lag het pad voor de aankomende dominee al op de eerste dag goeddeels vast. Een pakket met veel Hebreeuws en Grieks, bijbelse vakken enz. Pas na de eerste fase kwam er wat keuze. Nú staat de theologische groenling meteen voor een ware academische supermarkt. 'Doe mij dan maar een pretpakket!' Nee, zegt Tieleman, zo werkt het niet. De keus is tussen hard en hard werken, met een stevige, verplichte hoeveelheid oriëntering in de theologie, zoveel punten scoren in bijbelse talen, en idem in andere theologische vakkenpakketten, samen driekwart van het bachelor-programma (major) theologie. Utrecht is groot genoeg om in dat theologische pakket veel keuzeruimte te kunnen bieden.

Naast de 'major' moet iedere student het eigen studieprofiel aanvullen met vakken uit het brede aanbod van de hele universiteit. De jonge bachelor kan daarna nog veel kanten op: leraar, onderzoeker, geestelijk verzorger, predikant of toch nog heel iets anders. Pas dan (Tieleman: liefst na een intermezzo van een jaar studeren, werken, reizen in het buitenland) komt de rijpe keuze voor de beroepsrichting, met een passend, vaster pakket. Tieleman gelooft dat beginnende predikanten met deze opzet minder zullen struikelen. Te vaak begon de studie meteen met de blik op het ambt en dan zat je na drie jaar in de fuik, met als enige uitgang de kerk en de kansel, waar toch ook menigeen is vastgelopen.

Tieleman erkent dat iedere keuze beperkt is, al waaiert de student uit over een breed terrein, het blijft een smal pad. Wat in de breedte wordt gewonnen wordt aan specialisatie ingeboet. Dat betekent niet dat over tien jaar een jonge dominee geen woord Hebreeuws meer kan lezen, of nauwelijks iets van kerkgeschiedenis weet. Het betekent wel dat die generatie hun theologische kennis goed in verband kan brengen met andere vakgebieden en dat iedereen via de keuzevakken veel meebrengt van muziek of kunst, Engelse literatuur, stadsontwikkeling of management.

Nu nog zijn de 'bedienaren van het Woord' mensen die zeven jaar of langer sterk geconcentreerd waren op de theologie. De studie zelf bood weinig dwarsverband met samenleving, cultuur en andere wetenschap, terwijl een predikant daar uiteindelijk wel iets mee moet. Dat beeld wordt nu gevarieerder, haast zo bont als de schare die hen roept - met ongetwijfeld als gevolg meer teamwerk dan eenmanszaken in de ambtsbediening.

In de top van de Sow-kerken heeft niet iedereen enthousiast staan klappen, toen Utrecht zijn plannen ontwikkelde. Er is achterdocht en koudwatervrees. De gereformeerde bond zag 'de klassieke theologiestudie' aan zijn eigen orthodoxe bolwerk in gevaar, dreigde Utrecht in een eerder stadium zelfs met een breuk. Maar aan de faculteit wordt de nieuwe opzet na oorspronkelijke aarzeling bij zowel docenten als studenten nu breed gedragen, verzekert Tieleman. Hij voelt zich bevestigd door het grote aantal nieuwe inschrijvingen in Utrecht (ca. tachtig).

In de klassieke theologie-opleiding kent men vanouds de duplex ordo, de tweedeling in 'gewone' wetenschappelijke vakken (Hebreeuws, bijbelvakken, kerkgeschiedenis) en vakken gegeven door kerkelijke docenten, als ethiek en dogmatiek. De laatste tien jaar kreeg de beginnende student in Utrecht overigens al meteen óók met 'kerkelijke' vakken te maken: de 'duplex ordo' was niet in jaren maar in uren gescheiden. In die zin hebben de Sow-kerken hun greep op de predikantenstudie de laatste jaren onmiskenbaar versterkt, nog eens extra door na veel geharrewar formeel te breken met Amsterdam en Groningen. Het braafste meisje uit de klas loopt nu voorop in het weer op afstand zetten van de kerken voor de eerste drie jaar, waarin de student wordt ingewijd in de breedte van wereld, wetenschap en godgeleerdheid, maar nog niet geprogrammeerd richting kerk en ambt. De rebellen van de VU en het vrijzinnige Leiden blijven ongetwijfeld niet achter. Er is bij Tieleman en de zijnen enige schrik dat de kerk toch de greep op de totale vorming van dominees zal proberen vast te houden, door een smal pad van kerkelijk voorgeprogrammeerde keuzen verplicht te stellen.

Omgekeerd, als het Utrechtse model aanslaat mag Kampen vrezen dat het straks de student in de eerste fase weinig méér heeft te bieden dan een kamer in het centrum. Veel studiepunten zal de student in Groningen moeten zoeken. Nieuwe dominee gezocht: licht/zwaar, man/vrouw, hetero/homo, jong/ervaren, goed preken/Â goed luisteren. Komt daar bovenop nog een eigen profiel van studie en vaardigheden en de kandidaten bieden aan de kerkenraden in de toekomst ruime mogelijkheden voor meer onmin maar ook voor meer verrassing.

Zie verder www.uu.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden