Review

Theologie, z'n last en z'n leven

Als ik in New York ben en het is zondag, ga ik naar de Presbyterian Church op Fifth Avenue. Vlakbij Central Park, pal tussen de dure winkels. De kerk is ernaar. Royaal interieur, prettige banken en hier en daar een bontjas, waar een hier gevestigd dierenactivist een waas van voor de ogen krijgt. Ik kom er voor de preek. Het begin is al fascinerend. Geen 'Geliefde gemeente', nee, meteen knallen. Luid en duidelijk erin, met een pakkende anekdote. Meestal over kinderen of kleinkinderen. Herkenbaar en meteen bij het onderwerp, dat we billboards, reclameborden, moeten zijn voor de Heer.

De dominee had in de zwarte wijk Harlem een billboard gezien met daarop prachtige appartementen en daaroverheen de tekst: Spoedig te realiseren. Het bord stond op een vervallen flatgebouw. De buurt eromheen ademde afbraak. De ontwikkelaar keek daar doorheen, omdat hij geloofde in de toekomst en zijn eigen vermogen daar vorm aan te geven. Daarvan getuigde dat billboard. Met zo'n geloof in toekomst moeten jullie ook leven, zei de dominee, als billboards van God, die op aarde is gekomen voor de toekomst van armen, zieken en eenzamen. Net zoals de projectontwikkelaar een keer brengt in dat wijkje in Harlem. Optimistische, vitale preek. Gericht op levenshouding, op wil om te veranderen.

Thuisgekomen las ik het boek dat Herman Wiersinga schreef over Bonhoeffer. Wiersinga is een groot bewonderaar. Altijd al geweest. Bonhoeffer hielp hem op zijn theologische weg, waarin hij zich geleidelijk aan ontdeed van zijn traditionele gereformeerde geloof. Op die tocht was Bonhoeffer zijn voorganger. Hoe belangrijk Bonhoeffer voor hem was, merkte hij helemaal toen hij in 1976 een inzinking kreeg en er een jaar helemaal uit moest. Suf gebeukt, kapotgemaakt door de voortdurende aanvallen op zijn werk en persoon. Lezing van Bonhoeffer sleepte hem erdoorheen.

In het boek vertelt hij aan welke Bonhoeffer-passages hij het meest gehad heeft en waarom. Hij doet dat zoals hij is: afstandelijk met een onderstroom van grote emotionaliteit.

Theologie is voor Wiersinga z'n leven. Graag had hij gezegd: mijn lust en mijn leven. Maar helaas, het was vaker z'n last en z'n leven. Het is een bewijs van zijn geestkracht, om niet te zeggen van zijn geloof, dat hij nu hij de zeventig is gepasseerd een boek schrijft waarin hij via Bonhoeffer zonder rancune terugkijkt. Van nogal wat van zijn tegenstanders kan dat helaas niet gezegd worden.

Waarom is Wiersinga zo op Bonhoeffer? Dat zit zo. Bonhoeffer bracht de laatste twee jaar van zijn leven door in de dodencel van een Duitse militaire gevangenis. In de cel kwam hij los van de traditionele wijze waarop hij vroeger zijn geloof onder woorden had gebracht en ging hij op zoek naar een nieuwe geloofstaal. Aan de ontwikkeling van die taal is hij niet meer toegekomen. Hij werd op 9 april 1945 door de nazi's vermoord. Aanduidenderwijs heeft hij er wel aanzetten toe gegeven. Dat gebeurde door uit de gevangenis gesmokkelde brieven.

In die brieven roept hij over het hoofd van zijn vriend Eberhard Bethge, aan wie hij steeds schrijft, de kerk op schoon schip te maken met het verleden, inclusief de religiositeit en het geloof die daar bij horen. Een flinke periode moet de kerk zich niet om zichzelf bekommeren, maar zich beperken tot bidden en goeddoen.

Bonhoeffer was zwaar teleurgesteld in zijn kerk. Hij verweet haar tegenover de nazi's veel te veel te zijn opgekomen voor haar eigen belang en veel te weinig voor de mensen buiten en met name voor de Joden. Hij zag een samenhang tussen dit falen en de religiositeit, het geloof en de organisatie van de kerk. Al had hij zelf voor actief verzet tegen de nazi's gekozen, als kerklid voelde hij zich medeschuldig en wilde hij daarom boete, inkeer, omkeer, en een nieuwe geloofstaal. Hij pleitte daarom voor een concentratie op de kern: het bidden en goeddoen. In het spoor van Bonhoeffer valt ook in het werk van Wiersinga het accent op pleidooien voor afbraak van wat sleets is geworden en authentiek geloof in de weg staat. Zijn proefschrift over de verzoening ziet hij in dit Bonhoefferboek geheel in dat perspectief. Hij werd er in 1971 niet alleen doctor in de theologie mee maar ook theologisch melaatse aan de rand van de kerk. Een hele stap als v/h populair studentenpredikant te Amsterdam.

Bonhoeffer heeft niet meer kunnen constateren dat de naoorlogse kerk in Duitsland niks met zijn oproep heeft gedaan. Ja, er kwam een schuldbekentenis. In 1945 zelfs al. Maar die was mager en wat de joden betreft ontoereikend. De kerk was al weer met eigen overleven bezig. Hetzelfde geldt, constateert Wiersinga, in deze tijd. De kerk is veel te druk met zichzelf.

Bidden en goeddoen. Ik moest terug-denken aan Fifth Avenue en de nadruk in de preek op christelijk leven. Zonder bijbelteksten of dogma's. Gewoon, praktisch handelen. Er werd ook veel gebeden. Voor alles en iedereen. Kan het zijn dat de kerken in Amerika Bonhoeffer beter begrijpen dan de kerken in het oude Europa, die onverminderd veel te veel met zichzelf bezig zijn en veel te weinig met gebed en goeddoen? Zouden de kerken in Amerika daardoor voller zitten, vitaler zijn, meer schwung hebben dan hier? Interessant: Bonhoeffers gaf een wijs advies, maar om dat te ontdekken moet je niet in Europa, maar in het kapitalistische Amerika zijn. Nooit gedacht dat ik aan de hand van Herman Wiersinga nog eens tot die conclusie zou komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden