Theologen van de eeuw

“Het is gemeen, als de staat mijn jongen, dien ik geleerd heb eerbied voor het menschenleven, leert, hoe hij de bajonet moet steken en een kwartslag omdraaien in den buik van den tegenstander. De staat heeft niet het recht om de zedelijke opvoeding, die ik getracht heb mijn kinderen bij te brengen, op de kop te zetten.”

Een citaat van prof. dr. G. J. Heering (1879-1956), hoogleraar aan het Remonstrants seminarie te Leiden en antimilitarist in hart en nieren. De Eerste Wereldoorlog opende hem de ogen voor de gruwelen ervan: gifgas, bombardementen.

Dr Johan Goud, remonstrants predikant te Den Haag: “In De zondeval van het christendom (1928) stelt Heering vast dat het technisch oorlogsintellect geen moraal kent. Het vraagt alleen naar effect. Hoewel Heering de oorlog slechts uit de kranten kende, getuigt zijn beschrijving van groot inlevingsvermogen.” Wie de van walging trillende woorden 'een kwartslag omdraaien in den buik van den tegenstander' leest, kan zich daar wel iets bij voorstellen.

Volgens een van zijn vijf zonen, de theoloog prof. dr. H. J. Heering (86), droeg zijn vader zijn christen-antimilitarisme zelden uit op college of in preken, “waar voor een weerwoord geen ruimte is - maar des te meer in stampvolle zalen op openbare debatavonden met politici en hoge militairen.” En in vele brochures en boeken. Hij was medeoprichter en jarenlang voorzitter van 'Kerk en Vrede' en vond via deze christen-pacifistische beweging contact met geestverwanten in het buitenland.

'De zondeval' kreeg veel weerklank: het beleefde in korte tijd drie herdrukken en werd vertaald in diverse talen. Oorlog en vrede stond - mede dankzij hem - op de agenda. Maar in met name orthodox-protestantse kring werd dit pacifisme afgewezen.

Fel polemiseerde Heering met politici als De Geer en Colijn. Het mocht niet baten. 'Een der donkerste bladzijden uit het boek van kerkelijk Nederland', noemde Heering de dag dat de gereformeerde synode de pacifisten in haar gelederen uitsloot van het avondmaal.

Volgens Heering heeft de bekering van keizer Constantijn de Grote de kerk verzoend met de staat waarvan zij zich tot dan toe afzijdig had gehouden. In ruil voor overheidsbescherming liet de kerk waarden als geweldloosheid varen. “Het christendom heeft het heilig neen-zeggen verleerd.”

Maar wie het evangelie ernstig neemt, kan er volgens hem niet onderuit: oorlog is zonde, oorlogsvoorbereiding dus ook. Heering bleef consequent. Hij nam al in 1932 Duitse vluchtelingen in zijn huis op, maar 'Kerk en Vrede' bleef als enige organisatie antimilitaristisch, ook onder de bezetting. Eind 1940 werd zij door de Duitsers verboden.

Dr. H. J. Heering: “Mijn vader stond strikt op het standpunt: ik ben volgeling van Christus en mag dus niets doen wat mijn Meester mij verboden heeft. Daar ben ik lang in meegegaan. En ik kan er tot op zeer grote hoogte nog in meegaan, op één punt na: het gaat niet zozeer om je eigen schone geweten, maar om wat je doet als je medemens onschuldig wordt gemarteld. Dat was voor hem geen tegenargument. Voor mij wel.”

In zijn radiolezingen voor de VPRO, niet lang voor zijn dood, verhaalde hij van de vredige wereld waarin hij opgroeide. Een streng maar harmonieus gezin, de vader - aanvankelijk hervormd, later remonstrants predikant. Lange wandelingen, goede gesprekken. Een veilig klimaat, ver verwijderd van armoede en geweld. Zijn zoon typeert het als: de Victoriaanse wereld en de liberale kaste daarin.

Het sterk ethisch klimaat van zijn ouderlijk huis had Heering een scherp oog gegeven voor misstanden in de samenleving. Later zei hij daarover: “Dat sociale element heeft, naar ik meen, altijd wel in mijn prediking meegesproken.” De vrijzinnigheid was vanouds al sterk ethisch gericht, maar Heering ging verder dan wat hij van huis uit had meegekregen. Zoon H. J.: “Mijn grootvader vond het vervelend dat in Indië mensen voor hem knielden, maar hij was niet verontwaardigd. Mijn vader leefde in een veel geschoktere wereld en trok daarom strengere lijnen.”

Theologisch staat Heering volgens Goud op het grensvlak van orthodoxie en vrijzinnigheid. Hij behoorde tot een stroming die 'rechts-modern' werd genoemd. 'Modern' in zijn vrijmoedige omgang met Schrift en traditie, 'rechts' in de ernst waarmee elke uitspraak werd getoetst aan evangelische noties.

Johan Goud: “Hij kon weinig met delen van het Oude Testament, met de God der wrake, maar des te meer met de profeten en het evangelie. De tegenstelling orthodox-vrijzinnig vond hij achterhaald. Hij zocht verbindingen: tussen het geloof in God en het geloof in de mens, tussen christendom en humanisme, tussen ethiek en psychologie.”

Een vrijzinnig vrijzinnige. Natuurlijk: het geloof, het heilige doet - als het goed is - een appèl op het geweten, maar het is meer: het is ook de geheimzinnige aantrekkingskracht, de vertrouwdheid die hij op vele lange wandelingen ervoer. Zeker: de mens heeft zijn donkere kanten, maar de leer van de predestinatie is een ontkenning van het geloof in de mens.

Goud: “Hij noemde het een zwakte van de Reformatie dat zij de psychologie zo verwaarloosde. Zijn allerlaatste boek - verschenen in het jaar van zijn dood - gaat over de ziel. Overigens schreef hij al in 1912 een brochure over zonde en schuld - daar hadden vrijzinnigen weer te weinig aandacht voor.”

Heering was naast ethicus ook en van harte dogmaticus. Zijn grote werk Geloof en Openbaring (1935-1937) werd de vrijzinnige geloofsleer, overigens door rechtzinnigen evenzeer gelezen als in eigen kring. Ethiek en dogmatiek vormen bij Heering een twee-eenheid: geloof en geweten vullen elkaar aan.

Ook hierin betuigt Heering zich rechts-modern: rechts in het accent op de openbaring als act van God en modern in zijn nadruk op de inbreng van de mens, zijn ontvankelijkheid en zijn geloofsbeleving.

In zijn radioredes betoont Heering zich een vroom mens. Maar hij verzet zich tegen elke individualistische versmalling, want het gaat uiteindelijk om het Koninkrijk.

Zo citeert hij Kant: “Als de gerechtigheid tenondergaat, heeft het geen waarde meer dat er mensen op aarde leven.” 'De zondeval van het christendom' bleef zijn grootste succes. Het beleefde nog een vijfde druk in 1980, vijfentwintig jaar na zijn dood.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden