Theo de Boer, wijsgeer Theo de Boer, wijsgeer

Dit is de derde aflevering in een korte reeks, ter gelegenheid van de vertaling van Schopenhauers hoofdwerk: De wereld als wil en voorstelling.

JAN WARNDORFF

Van Kant gaat ook het verhaal dat hij zijn bediende eens vroeg of hij zijn boeken las, waarop deze antwoordde dat hij het wel had geprobeerd maar dat hij vingers te kort kwam: de vingers, nodig om het spoor van de hoofdzin vast te houden. Kant heeft inderdaad zinnen die een hele bladzijde beslaan; bij Schopenhauer is dat totaal anders. Die weet ingewikkelde ideeën met eenvoudige vergelijkingen treffend weer te geven.

In tegenstelling tot Kant stelt Schopenhauer dat het Ding an sich juist wel kenbaar is, dat het zelfs het kenbare bij uitstek is; doch niet van buitenaf, zoals de wetenschap probeert, maar van binnenuit. In jezelf ligt de toegang tot de werkelijkheid; en daarvan zegt hij dat het Wille is, blind en zinloos.

Dat vind je weer terug bij Nietzsche en ook bij Freud, daar heet het dan de energie van de libido. Freud heeft Schopenhauer niet willen lezen, juist omdat hun ideeën zo op elkaar lijken, hij wilde er niet door worden beïnvloed. Maar zo leidt Schopenhauer de ondergraving van het modern rationalistisch mensbeeld in.

Ook bij Levinas vind je iets van Schopenhauer terug: ook hij schrijft over het opschorten van de levenswil. Juist daarin kan de openheid voor de ander ontstaan. Volgens Schopenhauer gebeurt dat ook in de kunst, met name in de muziek. Muziek zag hij als de meest directe, meest zuivere weerspiegeling van de levenswil.

Voor Schopenhauer gaat het er echter om de hartstocht op te heffen. Hij kiest daarin een boeddhistische weg. Dat spreekt mij niet aan, dat vind je ook niet bij Levinas. Bij Levinas gaat het er niet om de levenswil en daarmee de werkelijkheid op te heffen, maar om er juist contact mee te maken, om het te bevestigen. Dat is het joodse karakter van zijn denken, en dat spreekt mij aan, ik geloof in de waarde van het individu.

De onderschikking van het individu aan de anonieme levenswil komt volgens Schopenhauer direct tot uitdrukking in de geslachtsliefde. Daarvan schrijft hij een metafysica, waarbij hij ook treffende illustraties geeft. Hij gaat bijvoorbeeld in op wat mannen in vrouwen aantrekkelijk vinden, om vervolgens aan te tonen dat dat eigenschappen zijn die de levenswil goed van pas komen. Zoals grote borsten, dat verhoogt de overlevingskansen van het kind; en dat kom je tegenwoordig ook weer tegen.

Niet zo lang geleden is er een boek verschenen, The Selfish Gene, van Richard Dawkins: dat is precies hetzelfde idee. Eigenlijk zijn we alleen maar marionetten van de levenswil. Waar Schopenhauer echter niet goed raad mee wist was de Chinese gewoonte om bij de vrouwen de voeten af te binden. Waarom vonden zij kleine voeten mooi? Daar kon hij geen goede verklaring voor geven.

Schopenhauer schijnt eens een vrouw van de trap te hebben gegooid waardoor zij invalide raakte en hij haar financieel moest onderhouden. Toen zij stierf heeft hij zich als volgt uitgedrukt: Anus Obit, Onus Abit. De vrouw is overleden, een last valt van mij af. Door slechts de klinkers om te draaien! Dat is toch prachtig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden