Review

THEEKOEPELS LANGS DE VECHT HEBBEN WEER STATUS

De Vechtstreek is beroemd om zijn theekoepels en tuinhuizen. Vooral op zondag vergapen dagjesmensen zich aan de buitenplaatsen uit de 17de, 18de en 19de eeuw, die de eigenaars een fraai uitzicht verschaften, maar bovenal een statussymbool. Het onlangs verschenen overzichtswerk van kunsthistoricus Wim Meulenkamp gaat over deze uitkijkposten annex blikvangers. Wim Meulenkamp, Theekoepels en tuinhuizen in de Vechtstreek. 168 pag. plus acht in kleur. Gebonden. 1995. ¿79,-. Uitgeverij Heureka. ISBN 90 6262 362 X.

Ook vroeger bevonden zich opmerkelijke types onder de bezitters van theekoepels en tuinhuizen. Dat blijkt uit de volgende hoofdstukken van Meulenkamps boek, dat zowel een actualisering als een aanvulling is ten opzichte van zijn voorganger uit 1980. Het is doorspekt met verhalen die duiden op schijnheilige en duurdoenerige eigenaars in de periode van pakweg 1600 tot 1900. In die tijd bereikte de populariteit van de fraaie bouwwerkjes haar hoogtepunt. Ze werden bevolkt door omhoog gevallen types, die voor de buitenwereld de schone schijn ophielden, maar feitelijk benepen zielepieten waren die weigerden een groet te beantwoorden van een passant met een lagere sociale status.

Meulenkamp schenkt meer aandacht aan de theekoepel dan aan het tuinhuis. Hij beschrijft de opkomst van de koepel vanaf de 17de eeuw en begint met de constatering dat ze een teken van welstand waren. Hoewel er in het buitenland al lang theekoepels werden gebouwd, aarzelden de financieel draagkrachtigen bij ons tot in de Gouden Eeuw alvorens zij besloten hun geld te verspillen aan dergelijke nutteloze huisjes. Maar toen de eerste koepel eenmaal over de dam was, volgden er al ras meer. Het werd belangrijk om te laten zien dat je geld had om een koepel te bouwen en dat je vrije tijd had om erin te zitten.

PANORAMISCH De meeste koepels zijn gebouwd volgens een vast concept. Dit bepaalde dat ze een symmetrische opzet en rondwelvend dak dienden te hebben. Ze stonden bijna zonder uitzondering op een panoramische locatie, het liefst langs een weg of vaart. Daar viel tenminste iets te zien en daar kon men gezien worden. De inrichting verschilde per koepel, hetgeen alles te maken had met de bestemming van het gebouwtje. Was het bedoeld om een kwartiertje te zitten of om er uren of zelfs dagen te verpozen? In het laatste geval had men voorzieningen nodig. Dit verklaart waarom een aantal koepels is uitgerust met keukentjes, privaten, turfhokken en soms zelfs een wijnkelder. Volgens Meulenkamp genoot men hier het comfort van een 20ste-eeuwse caravan.

CAMERA OBSURA De literatuur heeft mondjesmaat aandacht geschonken aan het fenomeen theekoepel en zijn eigenaar. Een treffend beeld wordt geschetst door Beets in de Camera Obscura (1839). In de vertelling 'Een oude kennis' (beter bekend als 'Hoe warm het was, en hoe ver') geeft de auteur een ontnuchterende analyse van de koepelbezitter. Het verhaal gaat over de corpulente heer Bruis, die op een snikhete dag op bezoek gaat bij een oude studiegenoot. De man blijkt niet thuis; hij is met vrouw en kinderen naar de koepel. Als Bruis na een lange en vooral warme zoektocht de buitenplaats vindt, ontwaart hij talrijke optrekjes met een caleidoscoop aan kleingeestige namen. De huisjes heten Schoonoord, Welgelegen, Buitenrust of Vreugderijk. Ze getuigen van zowel ophef en grootspraak als van tevredenheid en berusting. De koepel van zijn vriend heet Veldzicht. Bruis merkt op dat de blinden voor de ramen aan de tuinkant zijn gesloten en dat deur niet van glas is. Gelukkig maar, anders was het net zo'n kijkdoos als de meeste koepels in die tijd. Bruis valt midden in een huiselijk ruzie, die eindigt met de verbanning van zoonlief naar het turfhok. Als de gemoederen zijn bedaard, krijgt hij de aandacht die een gast verdient. Hij zou graag een glas bier of een glas wijn met water drinken, maar de keurige echtgenote van zijn vriend vindt dit ongepast. Ze presenteert hem thee. De arme Bruis, die gutsend van het zweet is aangekomen, moet thee drinken in een gloeiendhete koepel. Even later wordt het beeld van een benepen familie compleet als blijkt dat Mientje stiekem Amours et amourettes de Napoleon zit te lezen.

Nog bijtender is de kritiek van E.J. Potgieter in de liefdesgeschiedenis Het Togtje naar Terledenstein uit 1838. Hij beschrijft een gemiddelde koepel: 'zoo als men er in Holland bij honderden vindt (...) zoo veelzijdig verlicht, dat ge nergens vrij zijt'. Volgens Potgieter hadden koepelbezitters niets begrepen van het buitenleven. Meulenkamp verwijst bij zijn ontmaskering van de koepelbezitter ook naar Dickens, die in The Old Curiosity Shop uit 1841 een beeld schetst van een zedeloze man die zijn buitenplaats gebruikt voor seksuele uitspattingen en alcoholmisbruik. Een aanwijzing dat dit ook in ons land gebeurde, vindt Meulenkamp in pentekeningen van Cornelis Troost uit 1742, die tonen hoe liederlijk dronken heren worden afgehaald bij een koepel en in een koets of boot worden gehesen.

NIET ALLEEN THEE Het moment om een misverstand uit de weg ruimen. De term theekoepel is onjuist. Hij suggereert dat er louter thee werd gedronken, maar volgens Meulenkamp is dat ver bezijden de waarheid. Het vocht dat het minstens even vaak vloeide, was wijn. Maar er werd ook cognac, likeur en rum geschonken. Rest natuurlijk de vraag waarom niet voor de term wijnkoepel is gekozen. Wellicht een te joyeuze term voor ons brave landje?

Verder met de ontluistering van de deugdzame koepelbezitter. Meulenkamp wijst op het geval van de Utrechtse professor Petrus Burmannus, die ervan werd beschuldigd in zijn koepel een dienstmeisje te hebben aangerand. De geleerde kwam zo in moeilijkheden dat hij de Domstad verliet en aan de Leidse universiteit ging werken. Meulenkamp komt met nog een 'beschuldiging'. In sommige koepels werd om geld gespeeld. Hij leidt dit af uit oude inventarislijsten, waarop enkele malen een speeltafel staat vermeld.

TBC-HUISJES Hoe bracht men de tijd door in een koepel? Met voor de hand liggende activiteiten als roken, lezen, studeren, musiceren, schilderen (deed prinses Wilhelmina graag), schrijven (bijna alle dominees maar ook beroemdheden als Maria Elisabeth Post, Betje Wolff en Aagje Deken) en biljarten. Later deden de koepels wel dienst als tbc-huisje. Ze werden op een draaischijf of rails gezet, zodat de patiënt in de zon en/of uit de wind kon worden gehouden.

Wie kennis heeft genomen van de sociale status van de koepel, wil natuurlijk weten hoeveel zo'n ding kostte. De goedkoopste was zonder twijfel het tbc-huisje uit 1927 dat men voor 27 gulden kon bestellen bij een timmerman in het Friese Hallum. Een heel ander bedrag noemen Jacob van Lennep en Dirk van Hoogendorp als zij in 1823 een schatting maken van de kosten van een koepel in Broek in Waterland. Zij denken aan een 'ton gouds'. Meulenkamp vindt dit schromelijk overdreven en wijst erop dat een van de meest luxueuze koepels in Europa - de Notelaere in het Belgische Hingene - in 1793 slechts 11.000 gulden kostte. Om een reëler beeld te geven, taxeert hij de kostprijs van een gemiddelde koepel op een bedrag tussen 1100 en 1850 gulden.

Een opmerkelijk verschijnsel was de veelvuldige verplaatsing van koepels. De omloopsnelheid blijkt enorm te zijn geweest. Ten gevolge van faillissementen, opgeheven buitenplaatsen of modegrillen verwisselden ze vele malen van eigenaar. Vaak werd een verkochte koepel gedemonteerd en elders weer opgebouwd. De nieuwe eigenaars lieten dan ook tuinbeelden bezorgen en soms zelfs volgroeide bomen om maar meteen in een kant-en-klare buitenplaats te kunnen zitten pronken.

GROETEN Meulenkamp betreurt het dat veel koepels en tuinhuizen zijn verdwenen. Wie oude overzichtswerken doorbladert, beseft hoeveel fraais er ooit heeft gestaan. De teloorgang was onder meer een gevolg van het feit dat de hutjes van plezier in de twintigste eeuw passé waren. Maar Meulenkamp constateert met vreugde dat de Vechtkoepels heden ten dage weer met veel zorg worden omringd. Het lijkt er zelfs op dat ze hun status hebben herwonnen, schrijft hij. Moeten we hier blij mee zijn? Uit cultuurhistorisch oogpunt zeker. We mogen alleen hopen dat de eigenaars lering hebben getrokken uit het verleden. Wie dit wil testen, raden we aan hen vriendelijk te groeten. Het al dan niet teruggroeten zegt veel!

Meulenkamps overzichtswerk is een heerlijk leesbare geschiedenis van de theekoepel geworden, met veel saillante details over de theekoepels en hun eigenaars. Hoewel de titel van het boek anders doet vermoeden, is de aanpak van de eerste drie hoofdstukken zo algemeen dat ook koepelliefhebbers buiten de Vechtstreek er veel aan hebben. Pas in de laatste twee hoofdstukken gaat het specifiek over de koepels en tuinhuizen in de Vechtstreek. Daar worden ze stuk voor stuk opgesomd en beschreven.

Wandel- en fietstochten

De Vechtstreek biedt veel recreatiemogelijkheden. Wie een fiets- of wandeltocht wil maken, heeft baat bij de onlangs geactualiseerde Kaart voor Vakantie en Vrije Tijd (1:50.000). Deze beslaat de regio Utrecht-Nigtevecht; hier liggen bijna alle in het boek besproken theekoepels en tuinhuizen. De kaart kost ¿7,95 en is verkrijgbaar bij VVV-kantoren en diverse boekhandels in de provincie Utrecht.

Rondvaarten Drie rederijen organiseren rondvaarten over de Vecht (altijd van tevoren reserveren):

- Loosdrecht: Rondvaartbedrijf Wolfrat, Oud Loosdrechtsedijk 165. Tel: 035-5823309. Van 2 juni tot 29 september op zondag en woensdag. Prijs ¿25,-; 65+ ¿ 22,50; tot 12 jaar ¿20,-. Rondvaart duurt 3 uur.

- Amsterdam: Rederij NACO, De Ruyterkade Steiger 7 (achter Centraal Station). Tel: 020-6262466. Van 1 mei t/m 15 september iedere maandag. In juli en augustus ook op vrijdag. Prijs ¿37,50; 4 t/m 11 jaar ¿22,50. Rondvaart duurt 6 uur.

- Utrecht: Rederij Schuttevaer, t/o Oude Gracht 85. Tel: 030-2720111. Van 21 mei t/m 29 september verschillende rondvaarten over de Vecht.

Daarnaast bieden vele rederijen een rondvaart voor besloten groepen aan. Informeer naar de mogelijkheden bij de VVV in de plaats van uw keuze.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden