Review

Theatraal-poëtische afdaling naar het geheugen van de stad

Regisseur Peter Sonneveld ensceneert in zes catacomben een reis door het verleden van Rotterdam. Eerst zocht hij zijn dichters, toen de toneelspelers, toen de locatie. Nu de toeschouwers nog.

Net als beeldhouwer Zadkine, mag dichter Dante niet meedoen omdat hij geen Rotterdammer was. Maar geharnaste Rotterdammers als Erasmus, Heer O.B. Bommel of burgemeester Dickerdack mogen ook niet meedoen, omdat zij te Rotterdams geduid beroemd zijn. Het theatraal-poëtische project 'Lazarus' gaat om 'gewone Rotterdammers'. Of die nu van vlees en bloed of in verdichte overlevering leefden.

Toch sieren de dichtregels van Rotterdams grote zoon J.H. Leopold het programmablad:

O, als ik dood zal, dood zal zijn

kom dan en fluister, fluister iets liefs,

mijn bleeke ogen zal ik opslaan

en ik zal niet verwonderd zijn.

En ik zal niet verwonderd zijn;

in deze liefde zal de dood

alleen een slapen, slapen gerust

een wachten op u, een wachten zijn.

Meedoen, opnieuw vanwege te grote naamsbekendheid, mag ook dichter Leopold niet. Maar in de schaduw van Leopold kan zich een eeuwig vrijgezelle gymnastieklerares aandienen die net als Leopold op het Gymnasium Erasmianum doceerde. De dichter Edward van de Vendel bezingt deze Welmoet Terreng (1883-1923) aldus:

Ik zag het water in haar ogen

en dacht even: Zout?

Ik proefde,

maar ze smaakte niet naar mij.

Te klein verdriet, te zoet.

Regisseur en initiatiefnemer van het Lazarusproject Peter Sonneveld wilde voor 'Rotterdam culturele hoofdstad 2001' geen parade van Rotterdamse beroemdheden. Hoe je de contouren van een stad dan wel schetst?

Sonneveld had zijn project ook Epitaaf (grafschrift) kunnen noemen, maar dat zou letterlijk en figuurlijk 'te dicht, te gesloten' klinken. ,,Met 'Lazarus' is meteen duidelijk dat mensen weer tot leven worden gewekt, en aan het woord komen. Ook mensen met weinig bijbelkennis kennen de opstanding van Lazarus.''

De 'Spoon River Anthology' (1914) van de Amerikaanse dichter Edgar Lee Masters zette Sonneveld op het spoor van zijn Rotterdamse dodenparade die 'het geheugen van een stad' vertolkt. In die gedichten portretteert Masters 211 inwoners van het dorpje Spoon River in Illinois, die vanuit het graf alsnog over hun dorp en hun levens berichten.

De regisseur verzamelde tien dichters die affiniteit met toneel hebben om zich heen, en vroeg hen een gedicht op een Rotterdamse dode te schrijven. En dat deden Robert Anker, Lex Bohlmeijer, Jules Deelder, Anna Enquist, Eva Gerlach, Willem Jan Otten, Antoine Uitdehaag, Anne Vegter, Edward van de Vendel en Rien Vroegindeweij. 'Mag ik een heilige?' popelde de gekerstende Willem Jan Otten, en Sonneveld moest hem teleurstellen daar Rotterdam geen heilige kent. Even buiten de stad, in Schiedam, evenwel vond Otten alsnog zijn heilige in een zekere Liedewij (1380-1433):

Ik ben Liedewij die duizend doden

sterven zou, opdat uw mening over

dood en leven hier niet langer

veilig zij, duizend doden stierf

de kleine Liedewij, opdat het leven

heilig zij - ongelooflijk is er iets aan mij.

Sonneveld verlangt van zijn dichters affiniteit met toneel omdat de gedichten niet zozeer gelezen, maar gehoord moeten worden. ,,De poëtische beeldenrijkdom mag wel enige moeite kosten, maar vormt hooguit de rails waarop de acteur gaat spelen. De verbeelding van het overleden personage is het belangrijkste, het mag nooit als een gesproken geschiedenisles voelen.''

Vervolgens ging de regisseur op zoek naar zijn acteurs, die hun 21 Rotterdamse personages in monoloogvorm weerom tot leven wekken. Hij 'kwartette' wat met de vrouwen- en mannenrollen, en met de leeftijden van zowel acteur als personage. De acteurs komen van het RO Theater, Bonheur, Toneelschuur of Arnhemse Toneelschool. Theatercompagnie-actrice Sylvia Poorta verbeeldt de maîtresse Joanna Ida Fischer (1754-1795), die zich na de breuk met haar minnaar in de Maas wierp. In de dichtregels van Antoine Uitdehaag:

En ik voelde de haven, ik was

bang en begerig, ik wist: dit is

de wereld, alles is er voor mij.

En dit gaat nooit meer voorbij.

(-)

Jij huilde niet die nacht, maar stampte

als een Engels oorlogsschip bij mij

midscheeps naar binnen. Ik liet je.

Tot zijn tomeloze geluk vond Sonneveld de plek van zijn dodenrijk in de zes catacomben van het Westelijk Handelsterrein. Drie vormgevers richtten hier een schimmenwereld in. De regisseur overdrijft allerminst als hij zegt: ,,Eerder beeldende kunstenaars, want er zijn niet zomaar wat decortjes in elkaar getimmerd.'' Guus van Geffen knoopte een even geestrijke als transparante kathedraal van touw en keien in zijn gewelf. Elders staan kerkbanken, liggen rotsblokken en zand, hangen elegante lappen van ongebleekt katoen of staan dukdalven nautisch ontheemd maar esthetisch gestold gegroepeerd.

Een theatraal grensgebied, want het moest uitgerekend geen Hades-met-spelevarende-gondelier, of afdaling in een Dantesk schimmenrijk, kermisachtig spookhuis of onderdompeling in een Jeroen Bosch-nachtmerrie worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden