theater

11 t/m 14/6 in De Brakke Grond in Amsterdam; tournee van 20/10 - 13/12.

Ik fantaseerde een asiel, omdat een paar honderd mensen, vreemden voor elkaar, zich drie bij drie in bed lieten stoppen. Schoenen werden uitgedaan of omwikkeld met plastic hoesjes die bij de ingang waren uitgereikt. In elk bed lagen drie flesjes mineraalwater, en als echte kampbewoners die hun laatste restje privacy kwijt raakten, eigende ieder zich een flesje toe als kostbaar, enig bezit. Halverwege de voorstelling merkte ik een toeschouwer op die zijn flesje was kwijtgeraakt en wild onder de kussens ging graaien: het wanhoopsmoment op de rand van het bestaan.

De andere fantasie, die van het bordeel, kwam in me op omdat ik denk dat een bordeelbed er zo uit moet zien: groot en breed, opgemaakt met satijnen spreien en veel zachte kussens waaruit, hoe proper ook van aanblik, de herinnering aan de daar bedreven ontucht zich onmiddellijk meedeelt aan het lichaam van de nieuwkomer. Decorontwerper Jan Versweyveld van Het Zuidelijk Toneel, dat de voorstelling speelt, legt het publiek letterlijk plat, voordat het zich gewonnen heeft kunnen geven voor een idee, het spel of de handeling.

Dat gebeurde dan ook niet naar mijn gevoel. Bijna drie uur lang lig je je daar ongemakkelijk te voelen, terwijl tussen de bedden door zich een uiterst banaal huwelijksdrama afspeelt tussen Richard Forst (Warre Borgmans) en zijn vrouw (Katelijne Damen). Hij probeert in de nacht dat het stuk zich afspeelt, een sjieke prostituée (Chris Nietvelt) te versieren, zij haalt de giggolo Chet (Bart Slegers), specialist in robot-seks, in huis en probeert zich van het leven te beroven. Als ze elkaar tegen de ochtend weer ontmoeten, weet ze eindelijk zeker dat ze het leven met haar man haat.

Wat de aan bed gekluisterde toeschouwers geboden wordt, is een liefdeloos en oninteressant verhaal. De vertaling van Gerardjan Rijnders valt met zijn taal- en woordgrappen uitstekend in zijn eigen idioom, al vind ik zijn eigen teksten beter. Het sociologisch plaatje is te obligaat: blanke middle-class Amerikanen die aan geld noch verveling gebrek hebben, hun vreemd gaan, de roddelende en stokende vriendinnen van Maria Forst: Camilla Siegertsz, Katelijne Verbeke en Oda Spelbos, de macho's uit de bar: Ramsey Nasr en Rob Das met hun vriendinnetje Stella (Marthe Geke Bracht), en de autohandelaar Freddie, een fraai gespeelde opschepper van Steven van Watermeulen. Onder regie van Ivo van Hove slaan en vrijen ze er op los, drinken en roken zich suf, waarbij de gebruikte glazen en lege flessen in de overal verspreide glasbakken verdwijnen en hun gerinkel elektronisch wordt versterkt door musicus Harry de Wit achter de synthesizer.

Al het gekrijs en gesnoef, de klappen en de kussen hebben één ding gemeen: de pure façade, de massieve stroom van hypocrisie die pas stopt in de laatste claus van Damen. Eerlijk gezegd vond ik mijn eigen drama boeiender: ongemakkelijk liggend in bed met twee vreemden, wentelend van elleboog op elleboog, en tenslotte maar, tegen de regels in, gezeten op de rand en mijn voeten op de vloer, gereed om, als het zover komen zou, genezen en waardig weg te schrijden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden