theater

Te zien t/m 3/5 in het RO Theater, Willem Boothlaan 8. Niet op ma en di.

In de 'Electra' van Sophocles komt alles op zijn pootjes terecht. De koningin van Argos, Clytaemnestra, en haar minnaar Aegisthus krijgen hun verdiende loon voor de moord op Agamemnon, echtgenoot van Clytaemnestra. De zoon van Agamemnon, Orestes, die de twee over de kling jaagt, kan de hem toekomende troon van Argos bestijgen. Zijn zuster Electra, die zou worden opgesloten in een onderaards gewelf vanwege haar niet aflatende bittere verwijten aan het adres van haar 'teef van een moeder' en de usurpator, wordt bevrijd uit haar droeve bestaan en jubelt aan het slot met het koor over haar herwonnen vrijheid.

Sophocles' kunstbroeders, Aeschylus en Euripides, maakten van hun stukken over de wraak van Orestes wél een 'echte' tragedie: bij hen is de vraag of een zoon zijn moeder mag vermoorden, om wat voor schandelijke daad van haar ook, de kern van het dramatische conflict. Bij Sophocles is dat conflict afwezig. Het verkrijgen van de macht, de eer en vooral het bezit van het vorstenhuis is de motor van de handeling. Toch is dit stuitend materialistische stuk de absolute favoriet van de toneelmakers en hun publiek, omdat Sophocles veel beter dan de anderen in staat is pakkende scènes te schrijven. Bij de befaamde urnscène, waarin Electra jammert met in haar armen de urn met zogenaamd de as van Orestes, worden de brokken in onze kelen vuistdik.

Ik heb in mijn leven al heel wat voorstellingen van deze 'Electra' gezien, waaronder heel mooie, zoals die van regisseur Ton Lutz (1975) die de emoties hoog liet oplopen, en een jaar of twaalf later die van Lidwien Roothaan bij Carrousel in een adembenemende esthetiek. De laatste, die deze week in première ging bij het RO-Theater in de regie van Koos Terpstra, is wel de wonderlijkste en buitengewoon sympathiek. Terpstra en zijn acteurs lijken het amorele karakter van dit stuk te onderschrijven en ze voeren er een spel mee op dat de toeschouwer een superieur kijkgenot verschaft. De (lange) twee uur die de spelers nemen, vliegen om, behalve dat ik in de uitgerekte slotscène Terpstra wel had willen toevoegen wat Orestes tegen Aegisthus zegt: 'Van voortmaken heb je geen verstand. Lopen!'

Een fraai voorbeeld van de vele dubbele bodems in het spel: in de urnscène weent Loes Luca als Electra, terwijl ze af en toe omkijkt naar Orestes of hij wel in de gaten heeft dat ze zo moet huilen. Of: de trefzekere kostuums van Maya Schröder: Electra is uitgedost in oranje en rode vodden, een witte rattenpruik, ijzeren ketting om het middel en een half schouderkuras. Haar tamme zus Chrysothemis (Esther Scheldwacht), met wie ze woedend bekvecht, is een pop in hetzelfde oranje en rood, maar dan nog eens met een meters lange sleep van pluisstof in de weeë kleuren van een naar abrikoos verbloeiende theeroos. Haar hoge witte pruik met linten en lokken, haar ruches, haar gebaartjes geven haar de allure van een dom prinsesje uit een sprookje, een grappig contrast met het boze punkmeisje op blote voeten.

De onverwachte en hilarische contrasten vormen de basis van de voorstelling. Om deze 'Electra' kan men naar hartelust lachen. Het meest opvallend is het contrast van de spelers. Tegenover Luca staat Pleuni Touw als Clytaemnestra: twee volkomen verschillende werelden uit het acteursgilde, die in hun personages in deze voorstelling elkaar op een treffende manier vreemd zijn. Cynisch werkten dan ook, vond ik, de kussen die Electra op haar dode moeder drukt. Maar het kus- en klapwerk is moeilijk te duiden. Waarom omhelzen Electra en Chrysothemis elkaar, als ze onverzoenlijk blijken? Waarom krijgt Orestes een paar oorvijgen van Aegisthus (een doodgemoedereerde Guus Dam) voordat hij (huilend!) zijn slachtoffer het paleis in drijft voor zíjn doodsklap?

Nog een mooi contrast zijn de Myceense, 'cyclopische' muren van het paleis die tot karton verkruimelen, ontwerp Manda Bakker. Haar twee kruiken met gedurende de hele voorstelling doorstromende dikke stralen bloed vanuit het plafond riepen met het over de trappen stromende water onweerstaanbaar de associatie op van 'twee emmertjes water halen', en dat vind ik voor deze 'Electra' een heel aardige associatie. Immers, voor vervelende verhevenheid hoef je hier niet bang te zijn. De vertaling van Pé Hawinkels (1975) klinkt nog kersvers en met name Luca maakt van haar bitse one-liners fonkelend Hollands drama. Geert Lageveen als Orestes en Jos van Hulst als zijn vriend Pylades zijn stoere polderknapen, en Joost Prinsen mompelde knorrig als volksschrijver Reve zijn frasen, al ging de glans van het bodeverhaal daarmee wel verloren. Het koor tenslotte (Harriët Stroet en Veerle van Overloop) blijft lastig: Sophocles heeft deze vriendinnen van Electra zo buiten de handeling gehouden, dat je iedere regisseur ziet worstelen om ze een plek te geven. Terpstra laat ze aan het slot gierend van plezier door de waterplassen roetsjen en daarmee werden ze toch nog heel bevredigende klompenmeisjes.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden