theater

AMSTERDAM - Het Maly Drama Theater uit Sint Petersburg heeft de afgelopen week in het Holland Festival twee zeer verschillende facetten van Rusland laten zien. Eerst speelde het 'Gaudeamus', een reeks taferelen over de wreedheid en de ellende in de laagste echelons van het Sovjetleger; daarna de komedie van Anton Tsjechov 'De Kersentuin'. Maar op de een of andere manier vallen de twee stukken in elkaars verlengde en vullen ze elkaar aan.

'De Kersentuin' is een komedie, zelfs een klucht, vond Tsjechov zelf, en hij was ongelukkig met de opvatting van met name Stanislavski, die bij het Moskouse Kunsttheater de première uitbracht en het stuk een tragedie vond. Regisseur Lev Dodin van het Maly Theater noemt 'De Kersentuin' Tsjechovs meest komische én meest tragische stuk. Wat de tragedie betreft, heb ik naar de voorstelling een beetje zitten kijken als de spreekwoordelijke kip naar het onweer: dat was te Russisch, denk ik, om daar als Westeuropeaan door geraakt te worden.

Wanneer in het vierde bedrijf de landeigenaren Ljoeba Ranjevskaja en haar broer Gajev vertrekken en de kersentuin wordt omgekapt, neemt Dodin daar bijna een half uur voor. Stanislavski nam er veertig minuten voor, wat Tsjechov weerzinwekkend vond: van hem mocht het niet meer dan twaalf minuten duren.

Aan de andere kant is deze 'Kersentuin' kluchtig geënsceneerd, met bijvoorbeeld een buitengewoon grappige, tot drie keer herhaalde duik in de put van het tweede bedrijf door Jepichodov, terwijl de door hem beminde Doenjasja telkens als hij weer kopje onder gaat, vurige kussen wisselt met de knecht Jasja.

Net als in 'Gaudeamus' zijn klucht en drama in razendsnelle wisselingen op elkaar gemonteerd. Alleen is het drama van 'De Kersentuin' een metafoor van onvermogen tot handelen, van mateloze laksheid en inertie die, volgens mij tenminste, in laatste instantie lachwekkend zijn. In 'Gaudeamus' werkt dat precies andersom en wordt het leven angstaanjagend.

De snelle wisselingen, die dus in het vierde bedrijf ineens omslaan naar tergende traagheid, komen sterk tot uitdrukking in de mise-en-scène. Het decor van Eduard Kotsjergin verenigt de locaties van de verschillende bedrijven in één. Op een oplopende wand zijn zware houten raamlijsten geplaatst; op het glas zijn gestileerde bloeiende kersentakken te zien. De acteurs komen op en af tussen deze panelen, wat een enorm geloop veroorzaakt. De put van het tweede bedrijf is in de andere bedrijven een sta in de weg, zodat ook op het voortoneel druk daaromheen gelopen wordt.

Na elk bedrijf verdwijnen een aantal kersenbomen en wordt het toneelbeeld steeds kaler en doorzichtiger. Ljoeba, haar dochter Anna en haar pleegdochter Warja zoeken zoveel troost bij elkaar dat je er kriebelig van wordt.

Maar toch, na zoveel 'Kersentuinen' gezien te hebben, riep deze bij mij het gevoel op dat hij authentiek was, ongeveer zoals Tsjechov hem bedoeld moet hebben. Dus met respect en toch een beetje rijker weer naar huis gegaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden