theater

DEN HAAG - Femme fatal of kindvrouwtje. Madonna en hoer. Verleidster of slachtoffer. Al een eeuw lang spreekt Lulu tot de verbeelding. Zij is de oervrouw voor wie de mannen vallen als stenen in een dominospel. De vleesgeworden erotiek, gecombineerd met een ongeremdheid die het amorele met het onweerstaanbare verbindt. Dat elektrificeert èn boezemt angst in. De discussies over haar wezen zullen wel nooit verstommen.

HANNY ALKEMA

De eerste man die door Lulu in de problemen kwam, was haar schepper. Om de censuur voor te zijn splitste Frank Wedekind (1864-1918) het oorspronkelijke stuk in twee gekuiste delen, 'Erdgeist' en 'Die Büchse der Pandora'. Een verbod op publicatie kon dat echter niet voorkomen. Andere bewerkingen volgden. Sinds 1913 zijn de twee delen samengevoegd tot één toneelstuk en doorgaans onder de titel 'Lulu' opgevoerd. Pas na het het midden van de jaren tachtig kwam het origineel weer boven water. Het werd in 1988 voor het eerst door de Duitse regisseur Peter Zadek ten tonele gebracht. Na Toneelgroep Amsterdam (in '89) speelt nu ook Het Nationale Toneel die oerversie in een verfijnde vertaling van Marcel Otten.

'Het sexuele masker' is er hier als ondertitel aan toegevoegd. Het is een verwijzing naar kunsthistorica Camille Paglia, die de natuur als vrouwelijk en de cultuur als mannelijk element in een westers conflictmodel ziet. Dat is wel andere koek dan de betiteling 'een gruweltragedie', die Wedekind er zelf oorspronkelijk aan had toegedacht. Die zit meer in de richting van de draak die 'Lulu' in feite is. Opgeraapt uit de goot wordt de heldin een luxepaardje in de betere kringen, dat mannen en minnaars verslindt en de een na de ander een vroegtijdige dood injaagt, tot zijzelf berooid en wel een ellendig einde vindt aan het mes van een al even legendarisch geworden figuur als zijzelf, Jack the Ripper.

De enscenering van regisseur Johan Doesburg is een synthese van die twee uitersten, van een cultuurfilosofische benadering en van het melodrama waartoe naturalistisch getinte tragiek gemakkelijk leidt. Van de situaties waarin Lulu verkeert en de dwaas naar haar gunsten vrijende mannen druipen de larmoyante sentimenten als het ware af. In een zo nu en dan heel precies gestileerde mise-en-scène worden de maatschappelijke opvattingen, de rationele relaties aangegeven. Zo worden drift en burgerlijke moraal tegenover elkaar gezet en ongemerkt met elkaar verweven.

Als Lulu in de eerste scène voor een schilderij moet poseren en stralend modelstaat op een trap, staan haar echtgenoot van dat moment en een paar bevriende relaties aan de voet daarvan met een dikke sigaar tussen de tanden te debatteren over kunst: een fysieke barrière voor de schilder die natuurlijk allang verliefd is, terwijl haar sex-appeal even als hooguit een gespreksonderwerp kaltgestellt lijkt. Wanneer zij later in haar blootje krijgertje spelend met diezelfde schilder wordt betrapt, stort haar man met een laatste rochel uit zijn geschokte strot neer op de trap - me dunkt zelfs op dezelfde trede waar zij eerder stond - en kirt zij, kinderlijk opgewonden, dat hij toch maar een spelletje speelt. Nadat echtgenoot nummer twee zich de keel heeft doorgesneden, als hij ontdekt dat Lulu bij lange na niet zo ongerept is als zij heeft voorgewend, onderhandelen haar minnaar van het eerste uur en diens geilbekkende zoon zakelijk en en face met het publiek over haar lot: de hoer; trouw jij met haar; trouw jíj met haar. Onderwijl zit zij precies in het midden van de diagonaal tussen de twee, onaantastbaar. Zij is een object, begeerlijk als lichaam, en hanteert dat als voordeel. Zo is zij door niemand als bezit te claimen en zijn de mannen steeds slachtoffer van hun eigen jaloezie.

De jonge Angelique de Bruijne is een verrassende Lulu. Zij straalt de naïeve zinnelijkheid uit van een Marilyn Monroe. Ze lijkt er zelfs op. Zij is een speeltje, maar niet ondanks haarzelf. Vanaf haar vroegste jeugd weet deze Lulu instinctief hoe op situaties en mannen te reageren. Zij straalt, lacht, zingt, danst, pruilt, huilt, smeekt en beveelt zo het te pas komt. Zij is de actrice in haar eigen leven. Dat vooral maakt haar ongrijpbaar. Zolang het om de liefde, om eros draait. Wanneer Dr. Schöning (Peter van der Linden), die haar in het rijkeluiswereldje introduceerde, door een pistoolschot uit haar hand omkomt, gaat het bergafwaarts. Zij moet vluchten en met het geld verliest zij ook de greep op haar aantrekkingskracht.

Met 'Lulu' wordt het (tijdens de verbouwing van de Koninklijke Schouwburg) nieuwe huistheater van Het Nationale Toneel ingewijd. De Regentes is een voormalig zwembad. Johan Doesburg en decorontwerper André Joosten hebben hun fantasie en de karakteristieken van het pand met veel gevoel voor stijl op elkaar laten inwerken. De ruimte is aangekleed - niet aangepast - met bijvoorbeeld bruine boekenruggen langs de wanden om het milieu aan te geven. De omloop langs de eerste verdieping is vooral in het vierde bedrijf, in de lobby van een Parijs hotel, functioneel. Met het naar achteren schuiven van een houten trap, die over meer dan de breedte van de vloer loopt, wordt per bedrijf het ruimtelijke effect vergroot. Een onverwachte duik in het diepe blijkt op het laatst een effectief doorkijkje naar Lulu's naargeestige laatste uren in de Londense sloppen.

Dat is niet het beste deel van het drama. Wat erg jammerig en wijdlopig. Ook in deze voorstelling is de treurnis van Lulu er met verschoten kledij en hologige wallen wat al te dik opgesmeerd. Los daarvan is 'Lulu' een vooral met veel zorg geënsceneerd spektakel. Eerder elegant dan grillig. Een beetje meer van dat laatste was me wel zo lief geweest. Maar daarvoor acteerden met name de mannelijke spelers wat te tam en voorspelbaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden