theater

DEN HAAG - Op het overdekte plein van het Haagse stadhuis speelt theatergroep Hollandia de 'Ifigeneia in Aulis' van de Griekse tragediedichter Euripides. De verblindend witte wanden van de binnengevels zijn de imponerende uitdrukking van een machtige democratie die zichzelf als onaantastbaar beschouwt.

HANS ORANJE

De vergelijking met de Atheense democratie is zonneklaar in de architectuur: daar rezen de witte wanden van marmer van Paros en de Pentelikon imponerend hoog boven het stadsgewoel uit.

Midden op het plein staat het Nomadisch Paviljoen, een gebouwtje van Eric Vreedenburg waarvan het dak als een blad papier in de ruimte lijkt te zweven. Aansluitend ontwierp Leo de Nijs twee, in tegengestelde richting opgaande looppaden. Hierop wordt gedelibereerd over het lot van Ifigeneia, de dochter van legeraanvoerder Agamemnon, die aan de goden geofferd zal worden opdat de Grieken een behouden vaart naar de vijand, Troje, verkrijgen.

Vertaler Herman Altena vermeldt in zijn inleiding dat de recente uitgever van de Griekse tekst James Diggle nog maar weinig meer dan de helft van de tekst als authentiek beschouwt. Deze 'Ifigeneia' is dan ook bij uitstek een doorbewerkte versie van een oorspronkelijk werk van Euripides, waar (vele) anonieme regisseurs en acteurs uit de oudheid aan gesleuteld hebben.

Die versie is een wonderlijke mengeling van komische en tragische elementen. Komische elementen (in de zin van: eigenlijk in het genre blijspel thuishorend) zijn onder andere de opgetogen aankomst van Ifigeneia (Ariane Schluter) en haar moeder Klytaimestra (Betty Schuurman) in het legerkamp, daar naar toe gelokt met het voorwendsel dat het meisje zal worden uitgehuwelijkt aan de godenzoon Achilleus (Gilles Biesheuvel) en diens woede en verontwaardiging (hij zat niet in het complot) als hij merkt dat de vrouwen hem begroeten als bruidegom.

Tragisch is natuurlijk het mensenoffer, en dat nog wel van een onschuldige maagd aan de maagdelijke godin Artemis om de wellustige Helena uit haar overspelig bed weer thuis te halen. Met het slot van de bewerking, waarin Artemis een hert als offer op het altaar legt en het meisje ongedeerd door de lucht meevoert naar haar verre heiligdom aan de Zwarte Zee, is de tragedie definitief geen tragedie meer, maar de voorloper van onze musical.

De regisseurs Johan Simons en Paul Koek laten het slot achterwege. Hun versie is een muzikaal heftig bewogen requiem voor het slachtoffer van democratisch gelegitimeerd geweld, door Cornelis de Bondt getoonzet in de sterk emotionerende openingsmelodie van Bachs cantate 'Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit'.

Achilleus is een verbijsterende blaaskaak; Ifigeneia offert zich door religieus fanatisme op voor een dood waarvan de zin haar evenzeer ontgaat als de onzinnigheid ervan. Schluter weet haar verzen over de schoonheid van het leven op haar lippen te laten bevriezen.

De boodschappers van Flip Filz zijn eigenlijk de enige personages die je nog herkent uit de late stukken van de schrijver. Deze, door Dirkje Abbenes in nogal zwakke en voorspelbare kostuums geklede 'Ifigeneia' vindt zijn apotheose in het twistgesprek tussen Klytaimestra en haar echtgenoot, en wel in haar aandeel daarin. Haar rede is getransformeerd tot een dodenzang van onuitsprekelijke schoonheid. Marieke Reuten (zang) en Walter van Hauwe (blokfluit) maken samen met Schuurman Bachs melodie tot het obsederende leidmotief van het drama in deze versie: de van haar kind beroofde moeder. Door de musici (Paul Koek/slagwerk Ton van der Meer/elektronica) is deze apotheose zorgvuldig voorbereid en is verbluffend in zijn monumentaliteit: een drama dat aan zijn woorden en handelingen ontstijgt en puur lied, puur ruimte wordt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden