theater

AMSTERDAM - Sinds twee dagen vraag ik me af of de homeopathie toch niet wat sterke kantjes heeft. Het Theater het Amsterdamse Bos was dit jaar voor de bestrijding van de gevreesde muggen bij zijn jaarlijks optreden in het openluchttheater overgestapt op een andere, niet-chemisch werkende sponsor. En waarachtig: ingesmeerd met het goedje van de concurrent, zag ik ongedeerd 'De Vliegende Hollander' van J. Veldman. En dat, terwijl in de door de regens van de laatste weken zompig geworden lucht legers ongedierte vanuit het hoog gebladerte de aanval op elk bloot stukje mens inzetten. Maar als door een geheimzinnige kracht gestopt, scheerden zij op het laatste moment weg van neus, oor of lip, en sloegen verontwaardigd in het duister op de vlucht.

Maar wee de mens die niet zijn blote vel tot op de laatste vierkante millimeter van prikkelende afweerstof voorziet. Hij volgt het lijden van de schipper en bemanning van De Vliegende Hollander, die door de duivel tot de jongste dag over de zeven zeeën wordt voortgejaagd, en het wonderbaarlijke heiligenleven van de schone hoteliersdochter (Bodil de la Parra), terwijl het bloed uit zijn aderen wordt weggeprikt! Veldman, de schrijver van die schitterende theaterteksten voor het Groningse jeugdgezelschap De Citadel, volgt in zijn versie van het vervloekte schip de dichter Heinrich Heine, zoals deze die optekende in de memoires van de Heer Von Schnabelewopski. Maar bij Veldman is die sage de achtergrond van een zich in deze tijd afspelend, tamelijk kolderiek en tegelijk melodramatisch smulverhaal over een hotel aan het strand. De architect, een fraaie rol van Jaap ten Holt, heeft alle trekken van een louche, postmoderne bouwer. Ondanks zijn 87 jaar is hij lenig als een twintiger, grijpt graag onder rokken of speelt, seniel als hij is, met blokken op het zand.

Rijzende ster

Voor deze productie gunde artistiek leider Frances Sanders de regie aan Matthijs Rümke, rijzende ster in jeugdtheaterland. Samen met Carel Alphenaar als dramaturg, die op het gebied van absurd theater zo zijn sporen heeft liggen, ontwierpen de drie heren een aangenaam spektakelstuk, precies zoals zo'n bosvoorstelling in zijn beste vorm kan zijn. Ook het decor van Sanne Danz en Simon Poelstra is spectaculair: een tientallen meters lange en tien meter hoge houten wand, die flank van het schip is en tegelijk gevel van het hotel dat, rot als een mispel, door zijn fundamenten zakt. Aan het slot wordt De la Parra, die als een buitengewoon effectieve Jomanda zieken geneest en zelfs doden weer tot leven wekt, aan het anker van De Vliegende Hollander opgehesen naar haar schipper (Felix-Jan Kuypers) en moet de duivel het schip laten vergaan en de eeuwen oude bemanning hun welverdiende dood gunnen.

Een bosvoorstelling in haar beste vorm zoals deze 'Vliegende Hollander' is eigenlijk modern volkstheater. Actrice Wimie Wilhelm banjert als een Aaf Bouber door de voorstelling heen, Har Smeets voegt schlemieligheid en een flinke dot tragiek (hij dementeert onder invloed van een hersentumor) vaardig aaneen. Het is ook volks-muziektheater met schlagers uit 'Jesus Christ Superstar' op woorden van Veldman. Het venijn is makkelijk herkenbaar, zoals de wethouder die wel erg als twee druppels water op zijn collega uit Juinen lijkt. Maar vooral is het aanstekelijk theater, een lekkere dolle boel, geen flauwe klucht, maar je hersens krijgen wel even vrij. Echt een zomerfeest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden