theater

Toernee t/m 10-12, o.a.: Groningen 12-10, Amersfoort 17-10, IJmuiden 18-10, Enschede 20-10, Ede 23-10, Stadskanaal 27-10, Amsterdam 31-10/5-11, Heerlen 8-11, Arnhem 11-11, Middelburg 14-11, Den Haag 15+16-11, Purmerend 21-11, Lochem 24-11, Rotterdam 1-12, Den Bosch 7+8-12, Dordrecht 10-12.

HANNY ALKEMA

Pinter zuigt het publiek ongemerkt mee in een verontrustende zoektocht naar de ziel en drijfveren van zijn karakters, die daar zelf amper greep op lijken te hebben. Zijn stukken spelen een spel met het publiek. Dat is verwarrend en spannend. Voor toneelmakers is het een uitdaging om een dergelijke sfeer te creëren zonder in het mysterie te verdrinken. In de voorstelling, die nu door Mette Bouhuys is geregisseerd, gebeurt dat ook niet. Integendeel, zou ik bijna zeggen. Er is gekozen voor een merkwaardig soort realisme.

Plaats van handeling is een sober, maar voornaam aangeklede salon (decor: Paul Tames van den Berg). De bewoner, Hirst, een well-to-do-zestiger, heeft zojuist een leeftijdgenoot, Spooner, meegenomen uit een pub. Ze drinken. Hirst zwijgt. Spooner kwebbelt. Tot Hirst, ladderzat, neervalt en kruipend de kamer verlaat. Twee bedienden, Foster en Briggs, komen binnen en nemen een intimiderende houding aan, gesteund door hun werkgever, die even later in kamerjas verschijnt en zich afvraagt wie de bezoeker is.

Het gekke is, dat er wat mij betreft niet veel meer gebeurt dan dit dunne verhaallijntje. Omdat ik in het verleden indrukwekkende Pinter-ensceneringen van Mette Bouhuys had gezien, moest dit wel aan de zaal liggen, veronderstelde ik. De voorstelling ging dinsdag in première 'precies op Pinter's 65e verjaardag', zoals impresario Wim Visser liet weten met een trots, die ik niet kon navoelen, omdat de enige consequentie was dat die gebeurtenis plaatsvond in schouwburg De Meerse in Hoofddorp, zo'n typische cultureel centrum-zaal die bij uitstek ongeschikt is voor de intimiteit van een Pinteriaans drama.

Opgesloten Hoe dan ook, na de pauze ben ik dichter op het podium gaan zitten. Het veranderde niet echt iets wezenlijks aan de eerste indruk. Ook al zijn er nieuwe vreemde ontwikkelingen - Spooner die een nachtlang opgesloten is geweest en nu door Hirst plotseling hartelijk als een oude vriend uit Oxford wordt begroet - de voorstelling blijft vlak. Uitstekende acteurs als Henk van Ulsen en Rudolf Lucieer, die Hirst respectievelijk Spooner spelen, lijken weinig affiniteit met hun karakter en met Pinters niemandsland tussen fantasie en werkelijkheid te hebben. Zij doen alsof in plaats van bijvoorbeeld te laten zien waarom die personages doen alsof.

Veel van de tekst wordt door intonatie of gebaar nogal nadrukkelijk ingevuld. Als de ene 'kleerkast' toespelingen maakt op de mogelijk homoseksuele relatie van zijn maat met Hirst, onderstreept hij dat met een danspasje en een tik met z'n servet tegen diens gulp. Het realiteitsgehalte van dit soort grappen is zo hoog, dat een vraag al beantwoord is voordat je als toeschouwer de kans krijgt hem te stellen. Zo word je op afstand gehouden.

In deze voorstelling spelen de mannen een spel met elkaar. Het publiek staat daarbuiten. Onderhoudend is het wellicht voor wie daar genoegen mee neemt. Mij is het te bleek, te weinig Pinter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden