theater

Tournee tot 9 april.

Zonder lijst en voor de neus van de toeschouwers een tragedie van Racine spelen, lijkt de goden verzoeken. Dat gevoel had ik tenminste afgelopen zaterdag bij de première van de 'Phèdre' van Jean Racine bij het Theater van het Oosten. Regisseur Mark Timmer zet zijn ongeveer tachtig toeschouwers tegen de twee lange kanten van het Theater aan de Rijn en laat de acteurs over de volle lengte van de zaal pal voor onze ogen hun retorische monologen voordragen. Publiek en spelers bevinden zich als het ware samen in een vissenkom, en ik had graag vóór het glas toegekeken. Immers, de hoogdravende verzen vol onweerstaanbare verlangens en diepgekrenkte eer verdragen zo'n korte afstand niet. Racine's toneelscènes zijn tableaux vivants, waarin de heftige passies door een maximum aan kunsttaal met de grootste moeite in bedwang worden gehouden. Daar moet je ook een maximum aan afstand bij bewaren.

Timmer laat ons op de huid van de ziel van de personages zitten. De bedoeling is ongetwijfeld goed, het effect tamelijk vreselijk. Betekenisvol is het dat Margreet Blanken als Phaedra, de koningin die verliefd is op haar stiefzoon Hippolytus, regelmatig een korte lach aan ons ontlokte. Haar spel nodigde daartoe uit, alsof wij met de actrice in een samenzwering zaten dat, onder het vergrootglas gelegd, Phaedra een vrouw is bij wie heel wat draadjes loszitten.

Dat is dodelijk voor het personage, bij wie Racine zich in alle bochten wringt om haar eer te redden. En hij heeft dat ook op een laffe manier gedaan, door Oenone, Phaedra's vertrouwelinge, aan het slot de zwarte piet toe te spelen en, om van haar af te zijn, haar in zee te kieperen. Als ik alleen mijn gevoel laat spreken, vind ik de 'Phaedra' een misselijk stuk. Maar Hippolytus dan? Door hem een edele liefde te geven voor de verzonnen Atheense prinses Aricia, heeft Racine de aardige puberale kantjes weggeslepen die zijn voorbeeld, de Griekse tragedie 'Hippolytus' van Euripides, zo sympathiek maken. Hij is de stralende jeune premier met zo'n adellijk eergevoel, dat je die ook het liefst op flinke afstand bekijkt.

Thomas de Bres maakt er het beste van. Het is grappig zo dicht op elkaar zijn twee vertolkingen van dezelfde rol te kunnen vergelijken: die van Jozef in 'Joseph in Egypten' van Vondel eerder dit jaar en nu van Hippolytus in de 'Phaedra'. De stukken zijn immers allebei een bewerking van Euripides' tragedie. Zijn speelse Jozef was beslist leuker dan deze stijf van deugdzaamheid staande prins in zijn al even stijf staande, tot de enkels reikende jas van ontwerpster Dinorah Iorio. Overigens versterkten de op zich wel mooie kostuums mijn gevoel van ongemakkelijkheid: op een ver toneel hadden ze wellicht indruk gemaakt, maar nu liep er ook nog eens een hinderlijke modeshow door de voorstelling heen.

Een groot voordeel van Timmers aanpak is dat de fraaie vertaling van Laurens Spoor woord voor woord helder overkomt. Maar op die vreugde moet ook onmiddellijk een domper worden gezet. De meeste spelers kunnen de alexandrijnen van het classicistisch drama niet met de vereiste passie vullen. Er stroomde geen bloed door hun, ongetwijfeld in het repetitielokaal psychologisch uitgeanalyseerde, clausen. Ik denk ook dat dit de moeilijkste opgave is voor een acteur: zo iets doet hij maar een paar keer in zijn carrière, terwijl de acteurs in Racine's tijd niet anders deden. In die zin heeft het gezelschap zich flink vertild aan deze 'Phaedra'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden