Theater + vrouwen + humor en ook nog eens een publiekscomplot

Dat 'zwarte humor' wel in het woordenboek staat en 'vrouwenhumor' niet, wil nog niet zeggen dat het woord en begrip 'vrouwenhumor' niet bestaan. Vanaf: vrouwenaard, vrouwencondoom, vrouwenfestival, vrouwenkamp, vrouwenkiesrecht tot en met vrouwenkwestie en vrouwenijs (een soort gips) kun je immers een apart woordenboek met samengestelde vrouwenwoorden en vrouwenbegrippen maken. 'Mannenhumor' staat ook niet aldus geboekstaafd, en toch kunnen ten minste twee kampen er onmiddellijk mee aan de haal: zij die 'mannenhumor' neerbuigend gebruiken en zij die het triomfantelijk bedoelen.

Lachen op afroep is waarschijnlijk het allerverdrietigste wat die grootheid humor kan overkomen. Het is, vreemd genoeg, zelfs strijdig met zichzelf want lachen moet je nou juist en passant of als bij donderslag overkomen, en uitgerekend niet met voorbedachten rade. Op het bevel 'lach of ik schiet' kun je maar beter antwoorden: 'nou, als het zo moet, schiet dan maar'. Toch trok afgelopen week een 'komedie theater-festival' door België en Nederland dat luid en duidelijk aankondigde humor te gaan veroorzaken. Dat maakt dat je bij voorbaat wat onaangenaam in je vel komt te zitten. Als je naar een tragedie gaat, word je toch ook niet bij voorbaat gemaand een potje voor je uit te gaan snikken?

Vijf vrouwen uit vijf landen traden roulerend op in vijf steden (Vlissingen, Arnhem, Antwerpen, Breda en Amsterdam) om daar 'het fenomeen humor in al zijn facetten te belichten'. Om te onderstrepen dat er duchtige rimpelingen in de vijver zouden verschijnen kreeg het festival de naam 'Women go wild' met de afsluitende voorstelling 'Women go completely wild' waarin 'hilarische acts' en 'tropische kolder' hoogtij vierden. Ook al weer zo'n holle klaroenstoot: als je wild wilt worden moet je dat vooral doen en zeker niet aankondigen. Al was het alleen maar om de toeschouwer dat zelf te laten ontdekken.

De Italiaanse zangeres Maria Cassi vertoonde met A Saintrotwist 'komische muziektheater'. Om geen twijfel aan het komische gehalte te doen rijzen, trok Cassi met haar lippen, liet ze de ogen uitpuilen, schraapte quasi-zenuwachtig en oorverdovend de keel, keek heel knap en langdurig Ben Turpin-scheel, waggelde met x-benen rond, zong hysterische inzingtoonladders, keek om de haverklap de zaal in, ging bij het publiek op schoot zitten - alle handelingen louter om haar begeleider de pianist te verleiden. Vanzelfsprekend trapte pianist Leonardo Brizzi daar niet in, stoïcijns en met een blik vol onbegrip bleef hij doorspelen of zijn vleugel strelen en poetsen als de eenzame klaviertijger Linus uit Charlie Brown. Cassi kan veel, dat moet gezegd; een werkster of een muppet of Gerrie van der Klei of de stripfiguur La Linea nadoen, krols met de tanden klapperen, 'Ich bin Lola' gorgelen, nog maar weer eens met de ogen rollen, voor zichzelf applaudiseren, 'When I'm 64' met theatrale-pijn-in-de-rug zingen, een prikkeldraadmondje of pruilbekkie trekken, een geschifte partituuromslaander spelen, verstrikt in haar eigen knipogen en tong raken, maar met humor heeft - en dat is geen mannencomplot tegen vrouwentoneel - weinig te maken. Maar wat kan die Brizzi piano én toneel spelen!

Als je besluit dat humor datgene is wat sommige mensen doet (schater)lachen, blijf je met de lachtranen - (h)umor = vocht - dicht bij de woordelijke oorsprong, maar onachtzaam je al die miljoenen mensen die het schuddebuiken gepasseerd hebben en ook stilletjes in hun vuistje of met flonkerende ogen kunnen lachen. Als we 'mannenhumor' samen met 'vrouwenhumor' overboord zetten - dan ben je meteen ook van een hoop gemekker af - blijven er nog twee soorten over: slappe en sterke.

De Argentijnse Kris Niklison beweegt zich 'tussen klassiek en fysiek theater en tussen circus en comedy' en laat zich in haar 'androgyne acrobatiek' leiden door de vraag waar ze nou bij hoort: bij de mannen of bij de vrouwen. Vijf kwartieren worstelt ze met die vraag, bungelt ze ondersteboven en met losse handen aan touwen, schommelt ze op de trapeze, dribbelt ze op één pump rond, spartelt ze in en met een berg kleren, verkleedt ze zich als machoman, als bleu wasmeisje dat op haar prins wacht, als bruid, als misdiennaar die z'n klassieken kent ('Hortus Botanicus / Natura Artis Magistra / Felix Meritis'), als cliché-Amerikaanse die over haar therapeut leutert, als babymepper, als bokser die in z'n eigen handschoenen gevangen zit. Niklison zet al schommelend de tijd stil en besluit vrouw noch man te willen worden en voorgoed meisje te blijven. Ze heeft zichzelf en haar sketches onder controle, maar waar humor nou toch gebleven is?

Tenzij dit natuurlijk een typisch geval van vrouwenhumor is, maar die telt niet meer want is inmiddels overboord gezet.

Impresario Gail Pilgrim organiseerde 'Women go wild' omdat er 'zo weinig vrouwelijke cabaretiers' op de planken verschijnen. Dat is aantoonbaar niet waar, en ja, ze weet ook wel dat er inmiddels een hele school succesvolle vrouwelijke cabaretiers floreert, “maar die hebben in de behoorlijk door mannen gedomineerde wereld nog niet zo hoog kunnen klimmen als hun mannelijke collega's.”

Een beetje rare vraag misschien, maar bestaat er dan toch zoiets als vrouwenhumor? Pilgrim aarzelt geen seconde: “Zeker weten! In het algemeen kunnen vrouwen zichzelf beter relativeren, ze hebben het vaker over zichzelf. In mannenkunst gaat het vaak over en ten koste van iemand anders. Van vrouwencabaret krijg je zo'n heerlijk warm gevoel van binnen, het is intiemer, persoonlijker en met meer nuances - het is gewoon anders. En dat blijkt ook: na de voorstellingen ben ik links en rechts door een zeer ontroerd publiek gebeld.”

En daar duikt dan overhoeds toch nog weer een complottheorie op: zou dat publiek dan massaal voor de grap naar de impresario hebben gebeld? Of zat het publiek bij de verkeerde voorstelling en andersom? In dat geval is er typisch sprake van het zogenoemde en alomgevreesde publiekscomplot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden