Theater van de miljoenen barst los

Vandaag begint de Champions League weer, het miljoenentoernooi dat één keer door een Nederlandse club werd gewonnen, Ajax in 1995. Dat zal nooit meer gebeuren, striktere financiële regels voor de grote clubs of niet.

1. Topvoetballers
Het theater van de beste voetballers van Europa, en daarmee van de wereld, opent vanavond zijn deuren voor een nieuw seizoen van glitter en miljoenen. In de groepsfase van de Champions League, waarin de grote clubs hun weg meestal calculerend wel vinden, zullen de artiesten nog gedoseerd te werk (kunnen) gaan. In de knock-outfase, in het voorjaar, barst het echte geweld los - in collectieve, maar zeker ook in individuele zin. Wie worden dit jaar de hoofdrolspelers? Anders gesteld: krijgt de Fransman Franck Ribéry, wiens uitverkiezing veel kritiek opriep, een waardige opvolger als beste speler van Europa?

De concurrenten van de aanvaller van Bayern München waren onlangs Lionel Messi en Cristiano Ronaldo, als beste voetballer van de wereld en op een na de beste al jaren de vaandeldragers van hun sport. Zij mogen, méér toch dan de rauwe Ribéry, op voorhand toch weer als smaakmakers van een nieuw Champions League-seizoen worden ingeschaald. Maar in de hang naar nieuwe commerciële slagen én aandachttrekkers hebben hun clubs topaankopen gedaan die verschuivingen in die vaste verhoudingen kunnen aanbrengen.

Barcelona trok voor circa 55 miljoen euro de Braziliaan Neymar aan, als tweede ster naast Messi. Opmerkelijker nog, en niet alleen om het onzedelijke recordbedrag van 100 miljoen euro, was de transfer van de Welshman Gareth Bale van Tottenham Hotspur naar Real Madrid. Bale is als dynamische middenvelder met een goed schot een goede voetballer, geen uitzonderlijke. Maar op louter sportieve gronden zijn transfersommen al lang niet meer gebaseerd. In dit geval wogen merchandising (de verkoop van shirts met zijn naam) en reclame-inkomsten zwaarder dan wat de voetballer werkelijk kan.

In sportief opzicht mag daarbij de vraag worden gesteld hoe dat samen kan gaan: Ronaldo en Bale, voetballers toch die beiden vanaf de linkerkant willen exploderen. Met een nieuw contract en een jaarsalaris van zeventien miljoen euro voor Ronaldo werd de bestaande hiërarchie onderstreept. Werd daarmee ook getracht onvrede bij Ronaldo over de spraakmakende transfer weg te nemen? Ook bij Barcelona moet blijken of het werkt: of Messi zich kan herstellen nadat hij vorig seizoen toch enig verval had vertoond, of de individualisten elkaar niet in de weg gaan lopen en hoe vlot Neymar de stap van het trage voetbal in Brazilië naar het snelle in Europa kan maken.

In de schaduw van de grootste clubs is de vraag of de Duitse spelmaker Mesut Özil zich nog kan laten zien na zijn verrassende transfer van Real Madrid naar Arsenal, een transfer die ogenschijnlijk ook niet naar Ronaldo's zin was.

Resten de weinige Nederlandse vertegenwoordigers in de top. Arjen Robben is gesterkt na zijn beslissende treffer voor Bayern München in de laatste Champions Leaguefinale. Robin van Persie, vorig seizoen met Manchester United gestrand in de achtste finales, zou zich graag ontdoen van het etiket dat hij in de internationale arena niet beslissend kan zijn.

2. Nederlandse kansen
Natuurlijk wint een Nederlandse club nooit meer de Champions League. Het was aandoenlijk dat dagdromers zoiets nog zagen gebeuren, toen de Europese voetbalunie Uefa enkele jaren geleden aankondigde iets aan de ongelijke en ongrijpbare geldstromen te willen doen. Niet alleen omdat van meet af aan duidelijk was dat dat laatste zó ingrijpend nooit zou kunnen zijn, maar ook omdat een Nederlandse eindzege los daarvan al een hoge uitzondering was geweest.

Slechts één keer won een Nederlandse club de Champions League: Ajax in 1995, in een onvergelijkbaar tijdsgewricht. Al gauw was het in de fluctuerende voetbalwereld niet meer mogelijk om teams te bouwen en te kneden, zoals Louis van Gaal toen met Ajax had gedaan. Na de laatste uitzondering, het Portugese Porto in 2004, werd de eindzege verdeeld over de grote voetballanden Duitsland, Spanje, Italië en Engeland.

Over Johan Cruijff is geschamperd dat hij met zijn revolutie bij Ajax het irreële doel van een terugkeer aan de Europese top zou nastreven. Maar zelfs Cruijff beseft dat zoiets niet meer mogelijk is. Stapsgewijs zou plaatsing voor de knock-outfase van de Champions League in zijn ogen het eerste doel moeten zijn. Dat is niet weinig gevraagd, maar irreëel is het voor een Nederlandse club niet. Twee jaar geleden werd Ajax er slechts van weerhouden door een dubieuze 1-7 zege van Lyon op de laatste dag bij het vrijgevige Dinamo Zagreb.

Met Barcelona, AC Milan en Celtic in de poule is de kans niet groot dat het Ajax dit seizoen gaat lukken. Maar volgens de essentie van de sport - eenieder zoekt op zijn niveau zijn grens - is de tweede ronde nog altijd een gezond streven, met de kanttekening dat nu het bereiken daarvan de uitzondering zou zijn. De laatste Nederlandse club die het groepsstadium doorstond, was PSV in het seizoen 2006-2007.

Sindsdien reikten PSV, FC Twente en AZ tot de kwartfinale van het tweede Europese toernooi, de Europa League. Maar de leermogelijkheden op dat podium lijken in Nederland niet ten volle te worden onderkend. Vorig seizoen sneuvelden PSV en FC Twente al te makkelijk in de groepsfase en Ajax (na een doorstart vanuit de Champions League) al in de zestiende finales tegen Steaua Boekarest. Maar juist in de Europa League kunnen Nederlandse clubs de ervaring opdoen om ooit het bijgestelde doel in de Champions League te bereiken.

3. Financial Fair Play
In een bepaald, zij het vooral bureaucratisch, opzicht is de nieuwe editie van de Champions League een bijzondere. Na een voorbereidingsperiode wordt het systeem van Financial Fair Play van de Uefa voor het eerst toegepast. Grote verwachtingen, van meer kansen bijvoorbeeld voor de clubs uit kleinere landen, moeten nochtans niet worden gekoesterd.

De recordtransfer van Bale naar Real Madrid riep onlangs verontwaardigde domino-theorieën op. Real betaalde 100 miljoen euro, terwijl het voor honderden miljoenen in het krijt staat bij Spaanse banken, die op hun beurt door 'Europa' overeind worden gehouden. In die denktrant betalen 'wij' mee aan Reals sterren, terwijl onze keurig boekhoudende clubs jaarlijks hun beste spelers kwijtraken. Of het zo in elkaar steekt of niet, veranderen zal het niet.

In het systeem van Financial Fair Play mogen clubs tot 2018 nog schulden hebben, van 45 miljoen euro in de achterliggende jaren tot 30 miljoen in de komende. De Uefa kijkt naar de begroting. Als die sluitend is, heeft geen enkele club (schulden of niet) voorlopig een probleem. Dat is de voornaamste reden waarom Barcelona en Real Madrid zich ondanks hun miljoenenschulden geen zorgen hoeven te maken.

In de aanloopfase van het financiële systeem werden hoofdzakelijk kleine clubs bestraft. De eerste club van enige naam die werd getroffen, was het Spaanse Malaga, dat enkele jaren geleden werd overgenomen door een sjeik die er alweer de brui aan heeft gegeven. Malaga is met de Griekse clubs Giannina en Panathinaikos uitgesloten van de Europa League. Onlangs werd Fenerbahçe, de Turkse club van Dirk Kuijt, twee jaar geschorst voor Europees voetbal.

Maar ook dat is in het internationale bestek nog geen grote club. Denkend aan de Champions League, sprak Uefa-voorzitter Michel Platini in Voetbal International al temperende woorden: "Verwacht niet dat we vijf of tien clubs uit de competitie gaan nemen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden