Theater met allure

Architecten Menno Roefs en Hans van Beek kwamen enkele centimeters tekort om de nieuwbouwwensen van het Nationale Toneel uit te voeren. Dan maar het gebouw gedraaid.

Nog twee weken en dan zal het Nationale Toneel in Den Haag zijn nieuwe theaterzaal achter de Koninklijke Schouwburg in gebruik nemen. Algemeen directeur Evert de Jager leidt mij met zichtbare trots en genoegen rond. Het is op dat moment nog een onvoorstelbare puinhoop, maar: „We werken dag en nacht door, en ik heb het volste vertrouwen dat we op de geplande datum het publiek hier kunnen ontvangen”.

Hier, dat is aan de Schouwburgstraat, de smalle straat die van de Korte Voorhout langs de schouwburg naar de Korte Poten voert. Aan de overkant heerst ook een enorme bouwdrukte: daar wordt het voormalige Ministerie van Financiën, „het lelijkste gebouw van Nederland” volgens De Jager, getransformeerd tot een indrukwekkend complex op een steenworp afstand van het regeringscentrum.

De nieuwbouw die voor het Nationale Toneel is ontworpen door de architecten Menno Roefs en Hans van Beek moest gerealiseerd worden op een kavel dat een aantal centimeters tekortkwam voor de wensen van het gezelschap. Door het gebouw iets te draaien kon het ontwerp met veel passen en meten toch worden uitgevoerd. Dat ontwerp, gedoopt tot Het Nationale Toneelgebouw, is een, met de oude schouwburg één geheel vormend, complex van zalen, studio’s en kantoorruimten. Wat nu al opvalt, is de grote transparantie van het geheel, te beginnen met de van veel glas voorziene ingang aan de Schouwburgstraat, en voortgezet in een lange glazen wand tussen de foyer en de tuin. Die tuin is eigenlijk van interieurzaak Bas van Pelt, maar grootmoedig door het bedrijf afgestaan voor gebruik door het gezelschap, dat op zomeravonden zijn gasten daar, in een met berkenboompjes en ander groen gelardeerde ambiance kan laten vertoeven.

Dat is een mooi vooruitzicht, want de foyer heeft een wel erg laag plafond waar het bij zo’n 300 bezoekers toch wel een beetje dringen lijkt te worden. Het geld en de ruimte zijn duidelijk in de eerste plaats naar de grote zaal gegaan, aangeduid als Zaal 1, en die in de plaats is gekomen van de Guido de Moorzaal. Oorspronkelijk was dit de repetitieruimte van het gezelschap, maar in 1992 werd zij ook in gebruik genomen als theaterzaal en vernoemd naar de befaamde, jong overleden acteur, nog uit de tijd van de Haagse Comedie.

Met deze zaal als publieksruimte zijn de spelers nooit erg gelukkig geweest: invaliden moesten op een ingewikkelde manier naar binnen geloodst worden en ook de overige bezoekers moesten met een kruip-door-sluip-doortactiek hun zitplaatsen bereiken. Toch zijn er fraaie voorstellingen te zien geweest met als hoogtepunt ongetwijfeld de dubbelvoorstelling ’Huis & Tuin’ van Alan Ayckbourn in 2001, waarin de acteurs zich tussen de Guido de Moorzaal (’Tuin’) en de schouwburgzaal (‘Huis’) heen en weer spoedden en het publiek halverwege de avond verkaste voor het andere stuk.

De nieuwe Zaal 1 is imposant. Zij meet 26 bij 16 meter en is 11 meter hoog. Een gebouw moet zich aanpassen aan het gezelschap, stelt De Jager vast, en daarom was een belangrijke eis dat er lange zichtlijnen zouden zijn. In veel moderne vlakke vloer-theaters loopt de tribune zo steil op, dat het gezicht van de acteur die voor op het toneel speelt, wegvalt in het donker voor de hoger gezeten toeschouwers.

De plaats waar de acteurs spelen en de plek waar de toeschouwers zitten, kan per productie worden gemonteerd. Daarbij kan de zaal op verschillende niveaus toegankelijk worden gemaakt. Ik leer een nieuw woord: de ’trussen’, de metalen rekken waar de toneellichten aan hangen en die in alle richtingen beweegbaar zijn. Vanavond beleeft de zaal haar vuurdoop met de première van Judith Herzberg, ’Thuisreis’ in de regie van Alexandra Koch, afgestudeerd in 1998.

Afhankelijk van de ambities van de makers zullen voorstellingen worden gemaakt voor de oude schouwburg, het negentiende-eeuwse model van de rondlopende zaal, en dit moderne theater. Er is wel een lichte voorkeur het ’jonge’ talent in dit laatste hun eigen coderingen te laten realiseren. Zo komen er dit seizoen twee voorstellingen van de schrijver-regisseur Thibaud Delpeut. Maar de officiële opening van Het Nationale Toneelgebouw vindt pas in januari plaats met een mix van teksten van een aantal Nederlandse schrijvers, ’Hollandse Spoor’ in de regie van Johan Doesburg, de artistiek directeur van het Nationale Toneel.

Het toneelgebouw omvat nog twee zalen. Zaal 2 is een fraaie, ruime repetitieruimte, waar als die wens zich voordoet, het gezelschap ook voorstellingen voor een kleiner publiek kan geven. Als we de trappen opgaan langs de kantoorruimten en studio’s voor beeld en geluid, overhuifd door een glazen dak, bereiken we Zaal 3, het oude decoratelier in de schouwburg. Op voorstel van De Jager is deze zaal doorgebroken in het toneelgebouw en vormt nu een langwerpige ruimte, nog voorzien van de oude dakspanten, waar teksten in de beginfase van een productie gelezen kunnen worden en andere bijeenkomsten gehouden kunnen worden.

Met de schouwburg en de nieuwbouw lijkt het Nationale Toneel een ruim vallende en aangenaam zittende jas te hebben gekregen. Wel is de benaming die ze voor het geheel hebben bedacht: ’Toneelkwartier Den Haag’, tamelijk haagseblufferig. De stad heeft tenslotte ook nog (onder andere) het Theater aan het Spui, al is de programmering daar niet meer wat het was, een modern Danstheater en het Appeltheater, al heeft deze verbouwde paardenstalhouderij voor de moderne, op comfort gestelde bezoeker een allengs onontkoombaarder gedateerde jaren zeventig uitstraling. Maar met dit gebouw van Roefs en Van Beek raken we gelukkig weer wat verder weg van de zalen met 900 zitplaatsen (“Waanzin!” zegt De Jager daarover) waarmee Nederland zich in de vorige eeuw bezwaarde.

Een wens van De Jager is dat het Nationale Toneel in zijn nieuwe behuizing beter repertoire kan houden. „Nieuw repertoire moet refereren aan oud repertoire. Dat geldt ook voor de theaterstudent, en de acteur. De Noor Jon Fosse zou geen Jon Fosse zijn zonder Ibsen en Strindberg”. En de vernieuwing wil hij alle kansen geven. „Als acteur moet je bereid zijn vadermoord te plegen”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden