Theater lonkt naar bijbelse verhalen

Van Genesis tot en met de laatste dagen van Jezus. Dit voorjaar zijn er tal van theatervoorstellingen met een bijbels onderwerp. Wat betekent dit?

In de zaal ruikt het naar vers zweet. Het is eind van de middag, de acteurs van het Nationale Toneel zijn net klaar met hun repetitie. Terwijl de laatste speler zijn jas aanschiet, steekt regisseur Johan Doesburg een sigaret op. Op tafel slingert een 'Bijbel in gewone taal', aan de wand hangt een schoolplaat van Palestina in bijbelse tijden. Doesburg is bezig met zijn laatste voorstelling voor het Nationale Toneel.

Na twintig jaar neemt hij afscheid. Niet met een geijkte klassieker als Hamlet, King Lear of Medea, maar met de voorstelling 'Genesis', een grootse bewerking van het eerste hoofdstuk van de Bijbel. Doesburg slaat zijn benen over elkaar. "Nu de Bijbel niet meer als een dwingend iets wordt ervaren, is het een aangename bron geworden voor de verbeelding", zegt hij. Later merkt hij op: "Het zijn gewoon schitterende verhalen."

Het op de planken brengen van bijbelse verhalen hangt in de lucht, zo lijkt het. Wie dit voorjaar door de theaters dwaalt heeft een gerede kans om op een tableau uit de Schriften te stuiten. Een greep: het Nationale Toneel speelt 'Genesis'. Toneelgroep De Appel brengt 'Zie de mens', over de volgelingen van Jezus. Beide producties zijn onlangs uitgebreid besproken door deze krant. Bij het nog jonge regiecollectief YoungGangsters is 'Jesus is my homeboy' te zien.

Is er een verklaring voor deze hausse aan bijbels geïnspireerde producties? Hijme Stoffels, theaterliefhebber en godsdienstsocioloog aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, denkt van wel. "Er is iets aan de hand", stelt hij. Dat 'iets' heeft in de eerste plaats te maken met de rol die religie krijgt toebedeeld in de voorstellingen, legt hij uit. "De macht en invloed van de kerken is steeds verder getaand. In de beleving van veel mensen is religieuze thematiek vrijgekomen van de kerkelijke instituties. Het is niet langer besmet, beladen of controversieel om er iets mee te doen."

De afgelopen jaren kunnen kunstminnaars zich veelvuldig laven aan voorstellingen met aan de Bijbel ontleende thema's. Zo maakte de Utrechtse theatergroep Aluin vorig jaar een voorstelling met verhalen uit het Oude Testament. In de marketing werd het nadrukkelijk gebracht als klassieke mythologie die belangrijk is om de wereld van nu te begrijpen. Regisseur Peter te Nuyl werkte enkele jaren geleden aan 'de Bijbeltapes': een serie cd's met de Bijbel als 'audiotheater', gespeeld door Nederlandse acteurs.

Hoe verleidelijk ook, het is niet juist om te spreken van een trend, meent Stoffels. "Wie iets verder teruggaat ziet dat op de Bijbel geïnspireerd drama niet helemaal nieuw is in het Nederlandse theater." Zo was in 2004 'Braambos' van Willem Jan Otten te zien bij Het Toneel Speelt. Weliswaar werd hier niet letterlijk een bijbelverhaal gespeeld, toch waren de talloze religieuze verwijzingen onmogelijk te negeren. Alleen al de titel die Otten aan het stuk gaf, is een verwijzing naar de brandende braambos die Mozes zag in de woestijn. En al in 1994 ging 'Klaagliederen' van regisseur Gerardjan Rijnders in première bij het Nationale Toneel, een productie geïnspireerd op het gelijknamige bijbelboek van de profeet Jeremia.

Moeizame relatie

Toch is de relatie tussen Bijbel en theater in de twintigste eeuw te kenschetsen als enigszins moeizaam, merkt theatercriticus Max Smith op in 'De Bijbel cultureel', een naslagwerk uit 2009 over de Bijbel in de kunsten van de twintigste eeuw. Waar in andere vormen van kunst (literatuur, muziek, schilderkunst, film) de invloed van bijbelse motieven sterk aanwezig bleef, putte het theater voornamelijk uit een andere bron: het drama uit de klassieke Oudheid. Werden religieuze thema's wel voor de dag gehaald, dan was dat vaak om af te rekenen met de als '(klein)burgerlijk' bestempelde cultuur en het doorbreken van taboes. Kerk en christendom werden daarbij dankbaar aangegrepen om tegen aan te trappen. Smith wijst daarbij op de in 2008 overleden Hugo Claus, "die vele door het geloof verknipt geraakte personages opvoert in zijn werk".

Nu geen (christelijk) religieus taboe gespaard is gebleven en de herinnering aan een door de kerkelijke moraal gekleurde wereld verbleekt, lijkt bij toneelmakers de vraag op te spelen welke moraal er nog rest. Het christendom kan daarbij een bron van inspiratie zijn. Al was het maar om tegenwicht te bieden tegen de vermeende opkomst van 'de' islam. Zo stelde regisseur Arie de Mol van Toneelgroep De Appel onlangs in deze krant dat er 'een islamitische wereld' is met 'een gemeenschappelijk doel waarvoor jihadstrijders hun leven wagen'. De Mol: "De christelijke wereld kan daar niets tegenover zetten. Die heeft juist alle lijntjes uitgegumd."

Johan Doesburg, de regisseur van 'Genesis', schetst in Den Haag een soortgelijk dilemma. "Vroeger werden de verhalen uit de Bijbel gebruikt om iemand iets in te peperen. Dat hebben we twintig, dertig jaar geprobeerd weg te duwen. Nu zijn de verhalen bijna kwijt. Dat is doodzonde."

De grote verandering zit hem volgens godsdienstsocioloog Stoffels niet in een toename van het aantal voorstellingen met een religieus thema, maar in de benadering. "Men realiseert zich dat de bijbelse verhalen behoren tot de belangrijke bronnen van onze cultuur, net als de Griekse mythologie. Het zijn menselijke verhalen, over zaken die ook nu spelen. Bijvoorbeeld iemand die afgunstig is en zijn broer doodslaat. Of een man en een vrouw die zich schamen omdat ze iets doen wat niet mag en vervolgens het paradijs moeten verlaten."

Stoffels is erg op zijn hoede om al te grote conclusies te trekken uit het fenomeen dat theatermakers lonken naar de bijbelse onderwerpen. "Het betekent niet dat religie er opeens weer toe zou doen en dat we allemaal weer religieus worden", benadrukt hij. "Wat wel tamelijk nieuw is voor velen, is de ontdekking dat religie een blijvertje is in de samenleving en niet langzaam verdwijnt."

Doesburg neemt in de repetitieruimte in de binnenstad van Den Haag nog een sigaret. Hij hoopt dat andere theatergezelschappen zijn voorbeeld navolgen. "De bijbelse mythologie doet niet onder voor de Griekse. De morele dilemma's die aan de orde komen zijn ook nog de onze. Neem Abraham, die de opdracht krijgt van God om zijn zoon te offeren."

"Natuurlijk, wij kennen geen mensenoffers meer. Maar de onderliggende vraag is nog steeds relevant: hoe ver ben je bereid om te gaan om een doel te bereiken?" Doesburg blaast een wolk rook uit. Stellig: "Het theater heeft er een taak bij: de christelijke mythologie."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden