Theater en televisie hebben weer verkering

Televisie en theater. Ooit had Nederland één zender, met een vaste toneelavond. Maar dat was ooit. De afstand tussen televisie en theater werd hemelsbreed. Van succesvolle theaterstukken was bij hoge uitzondering een televisie-registratie te zien. Maar de tijden veranderen. Theater en televisie zijn weer gekoppeld. Alleen anders.

Aan het woord is Peter de Baan, artistiek leider van het RO-theater in Rotterdam. De Baan: “Het gaat om de kruisbestuiving tussen die disciplines. Of dat nou de invloed van film is op het theater of van het theater op televisie. Waar het in feite om draait is dat je dezelfde thema's op een andere manier vertelt.”

Vanuit de theaterwereld werd altijd met enig dédain op het medium televisie neergekeken. Die tijden lijken voorbij. Theatermakers hebben de televisie ontdekt. Vorige maand verraste Gerardjan Rijnders ons met zijn eerste, Twin Peaks-achtige televisieserie 'Oude Tongen', waarin de bijna voltallige Toneelgroep Amsterdam optrad als de bevolking van een naar spruitjes ruikende dorpsgemeenschap, die verwikkeld raakte in een zedenschandaal. Het RO-theater zette in samenwerking met de Humanistische Omroep Stichting (HOS) vier dramaprodukties op, speciaal bewerkt voor televisie.

Begin vorige week kondigde de Amsterdamse toneelgroep De Trust een 'intentieverklaring tot samenwerking' aan met de KRO voor het ontwikkelen en opzetten van gezamenlijke dramaprodukties. Drie korte tv-films en een televisieserie, naar een scenario van Jan Blokker, staan alvast op het programma. Om de activiteiten in eigen huis te kunnen onderbrengen, richtte De Trust zelfs een speciale maatschappij, Trustmedia, op.

“Het is te hopen, dat we een beetje tijd overhouden om af en toe nog eens in het theater te staan”, zegt Theu Boermans, artistiek leider van De Trust, die net de laatste hand legt aan zijn eerste avondvullende speelfim, 'Duizend Rozen', naar het gelijknamige toneelstuk van Gustav Ernst.

Is het toeval dat de drie theatergezelschappen zich min of meer gelijktijdig op de televisie en/of de bioscoop hebben gestort? Niet helemaal. In haar laatste Kunstenplan liet de minister van WVC, Hedy d'Ancona, immers al weten, dat in het kader van de cultuurspreiding de samenwerking tussen de podiumkunsten en de omroep moest worden 'geïntensiveerd'. Ook het Stimuleringsfonds voor Culturele Omroepprodukties, dat in veel gevallen optreedt als co-financier van dramaprodukties op tv, liet een dergelijk geluid horen, evenals de Raad voor de Kunst die hierover enkele weken geleden advies uitbracht.

“Van de minister mogen we in plaats van een toneelvoorstelling nu ook een televisieproduktie in ons speelplan opnemen”, legt Boermans uit. Een beleidsbeslissing die ook financiële mogelijkheden biedt. “In plaats van uit één pot kunnen we nu voor televisieprojecten uit drie potjes putten”, vult De Baan aan. “Ons eigen budget, het uurbedrag van de omroepen (zo'n 100.000 gulden, red.) en het Stimuleringsfonds”.

Voor De Trust was er nog een andere, meer praktische reden om aan televisie te gaan doen. Boermans: “Wij zijn een beetje op drift geraakt, omdat we binnenkort uit ons eigen theater moeten vertrekken (het voormalige Heiligewegzwembad, dat dienst doet als 'Trust-theater', moet plaats maken voor woningen en winkels, red.). Vandaar dat we op zoek zijn gegaan naar projecten, die we buiten de deur konden doen. Ik wilde al heel lang iets met film of televisie. Heb altijd veel interesse gehad in die richting. Veel van mijn vrienden komen uit de film. Ik heb zelf als acteur veel aan film gedaan. Nu was de tijd er voor. Het mes sneed dus aan twee kanten.”

Als toneelgroep heeft De Trust het voordeel dat het over acteurs beschikt die al naam hebben gemaakt op het witte doek. Anneke Blok won bij haar eerste optreden in een korte speelfilm van Heddy Honigmann meteen al een Gouden Kalf voor de beste vrouwelijke bijrol, en raakte vervolgens in grotere kring bekend door haar hoofdrol in de speelfilm 'Kracht'. De fotogenieke Rik Launspach vestigde zijn naam als filmacteur in de speelfilm 'Oeroeg' en als de jonge Voskuyl in Frans Weisz' tv-serie 'Bij nader inzien'. Ook Marieke Hebink is inmiddels een bekend gezicht geworden op tv door haar opvallende optreden in series als 'Oude Tongen' (de schooljuffrouw), 'Verhalen van de straat' (de vrouwelijke helft van het minderbegaafde echtpaar), en 'Pleidooi'. Boermans: “Daar is bewust aan gewerkt. Bij ons heeft de persoonlijke ontwikkeling van de acteurs altijd voorop gestaan. En daar hoort film en televisie net zo goed bij”.

De Baan: “Het feit dat er geen duidelijk onderscheid meer gemaakt wordt tussen die verschillende disciplines geldt niet alleen voor de acteurs. Ook ik, als theatermaker, zie die grenzen steeds meer vervagen.” Zo werd het vierluik dat het RO-theater maakte voor televisie net zo goed op toneelteksten van Sam Sheppard ('Moordenaarskop') als op een serie columns over geweld van Stephan Sanders uit de Volkskrant gebaseerd ('De taal van geweld'). Alleen de eerste aflevering uit de serie, 'Semmelweis', werd ooit door scenarist Gerben Hellinga speciaal voor het theater geschreven.

De Baan: “Toen we besloten om dat stuk ook op tv te brengen, hebben we het roer 180 graden omgegooid. Op toneel was het een heel theatrale voorstelling, bijna een ouderwets komediantennummer. In de tv-bewerking is daar niets meer van terug te vinden. Alles is op lokatie opgenomen en zelfs de acteurs, die ook in de theaterversie speelden, spelen heel anders, omdat ze door een ander zijn geregisseerd.”

Om een frisse blik op het stuk te houden, vroeg het RO-theater Floor Maas om de televisieregie te doen. De Baan: “Floor kon precies die vertaling maken van toneel naar televisie, omdat ze zowel de toneel- als de televisiewereld goed kent. Als ik dat zelf had gedaan had ik veel te veel in de weg gestaan. Als we iets voor televisie doen, dan doen we dat ook voor honderd procent op een televisiemanier. Je moet het theaterstuk uit je hoofd zetten en helemaal opnieuw beginnen, anders krijg je vlees noch vis.”

Ook Boermans gelooft niet in het botweg registreren van een toneelvoorstelling voor televisie. “Er zijn in het verleden een heleboel omroepen geweest die dachten, dat het een gemakkelijke manier was om aan drama te komen. Zo van: iets wat op het toneel werkt, zal op tv ook wel werken. Maar tv vraagt om een heel eigen taal. Het abstractieniveau dat je op toneel kunt bereiken is bij televisie onmogelijk.”

“De grammatica van televisiedrama verschilt wezenlijk van die van toneeldrama”, vindt De Baan. “In feite moet het stuk op scriptniveau al vertaald worden naar televisie. Dat betekent niet alleen het inkorten van scènes, maar ook het aanbrengen van andere dramatische lijnen. Het hele ritme van de vertelling moet worden aangepast.”

Ook de dialogen moeten voor televisie in de meeste gevallen grondig worden herzien. De Baan: “Toneeltaal is iets heel anders dan televisietaal. Een goede toneeltekst lijkt echt, maar is het niet. Op toneel maak je gebruik van een andere, veel meer gestyleerde vorm van taal. Op televisie kun je veel dichter bij de spreektaal blijven.”

Behalve dat de theatermaker die voor televisie gaat werken veel opnieuw moet uitvinden, zijn er ook voordelen. De Baan: “Als theaterregisseur ben je veel meer gewend om met acteurs te werken. Vooral als het je eigen ploegje is. Dat werkt toch anders dan met zo'n ad hoc-groep, die voor televisie vaak bij elkaar wordt geraapt. Bij een serie als 'Pleidooi' zie je dat heel duidelijk. Dat is dan wel geen gezelschap, maar het zijn wel allemaal vriendjes van elkaar. Hebben bij elkaar in de klas gezeten op de toneelschool in Maastricht, kennen elkaar dus door en door. Zoiets krijg je terug. Hetzelfde effect bereik je als je met je eigen gezelschap werkt. Je kunt je bovendien een veel langere voorbereidingstijd permitteren, omdat je dingen tussendoor kunt doen. Aan een rolopbouw werken, betekent ook dat je drie, vier maanden vantevoren, als de plannen nog in ontwikkeling zijn, er hier in de kantine al over zit te lullen. In de bus op weg naar een voorstelling in Meppel er al over zit na te denken. Op die manier bouwt zoiets zich op een organische manier op.”

Aan ideeën ontbreekt het de Nederlandse theatermaker op televisie in elk geval niet. “Ach, in het buitenland is het heel gewoon dat een theatermaker af en toe ook eens switcht naar televisie, film of zelfs de opera”, zegt Boermans laconiek. VERVOLG OP PAGINA 5#

VERVOLG VAN PAGINA 1 Toneelgroep Amsterdam heeft inmiddels de smaak van televisie zo te pakken gekregen, dat ze hun samenwerking met de NOS, die ook 'Oude Tongen' uitzond, zeker voort zal zetten, zo laat een woordvoerder van de groep weten. “Gerardjan is op dit moment al bezig met het schrijven van nieuw materiaal.” Ook het RO-theater 'is in gesprek' met de HOS over een aantal vervolgprojecten. De Baan: “Natuurlijk zijn we in de eerste plaats een theatergroep en dat zullen we ook altijd blijven, maar het is hier net een soort flipperkast van artistieke ideeën. Als het lukt om een aantal daarvan in film of tv te vertalen, is dat alleen maar heel leuk.”

Wel is het de bedoeling om die tv-projecten dan duidelijker te gaan plannen in het speelprogramma. “Voor de acteurs die eraan meedoen, is het gewoon een RO-theaterproduktie, en niet iets dat je er even bij doet. Het drukt zich niet uit als een schnabbel, laat ik het zo zeggen. Wij zijn de initiatiefnemers, de ideeën komen van ons. Van een omroep verwachten we dat ze daaraan gastvrijheid verlenen.”

Ook Boermans vindt het onder controle houden van de eigen produkties een van de grootste voordelen. “Je moet altijd zorgen dat je de middelen zoveel mogelijk in eigen hand houdt. En je niet door derden dingen laat opleggen. Als je op televisie wilt, moet je zelf je eigen projecten opstarten. Ik zeg niet dat de redding van het Nederlandse film- en televisiedrama vanuit het theater moet komen, maar ik denk wel dat de televisie baat kan hebben bij de inhoudelijke ontwikkeling, die er bij het toneel de laatste tien à twintig jaar heeft plaatsgevonden. Het belangrijkste is dat je jezelf voortdurend blijft vernieuwen en niet blijft steken in die grijze massa waar dat grote strijkijzer overheen is gegaan.”

Een à twee televisie-produkties per jaar zou Boermans ideaal vinden. “Nu is dat een beetje uit de hand gelopen, omdat we dit jaar zoveel tegelijkertijd op stapel hebben staan. Aan de andere kant past dat ook wel weer bij onze stijl. Als we dan toch op televisie gaan, dan ook maar meteen als een Blitzkrieg, net zoals we dat met ons eigen theater hebben gedaan. Meteen aanpakken en in het diepe springen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden