The Moody Blues brengen een cruciale tijd uit de pophistorie weer tot leven.

De meeste mensen associeren de naam van de band met die eeuwige hit ’Nights in white satin’. En de serieuze popkritiek zette de groep voorgoed bij in de vitrine met pop-dinosaurussen. Toch verdienen The Moody Blues een beter lot. Met drie uitverkochte concerten in de Heineken Music Hal brengen ze de komende dagen een cruciale episode uit de pophistorie tot leven.

De zeven albums die de Engelse band tussen 1967-1972 (van ’Days of future past’ tot ’Seventh sojourn’) maakte, waren van grote invloed. Terugblikkend speelde de groep een belangrijke rol in de vormende jaren van de Anglo-Amerikaanse popmuziek.

Volgens Bert Bossink, popmuziek-historicus en uitgever van het blad The sound of the sixties, worden The Moody Blues nog steeds niet op waarde geschat. „Ze waren de eerste band die de ’mellotron’, de voorloper van de synthesizer, consequent toepaste. En ze waren de grondleggers van de symphonische rock. Tot 1967 speelden ze nog rhythm and blues. Luister maar naar hun eerste hit ’Go now’ uit 1965. Die verschilt hemelsbreed van ’Nights in white satin’, dat twee jaar later verscheen. Oorspronkelijk was het de afsluiting van ’Days of future past’, het eerste conceptalbum waarop een compleet symfonieorkest meespeelde”, aldus Bossink.

Het tijdvak van 1967 tot 1972 was een gistende periode vol experiment zonder precedent. In navolging van The Beatles begonnen bandjes in plaats van covers te spelen, zelf te componeren en te experimenteren.

Het jaar 1967 markeert die omslag, het jaar waarin ’Sgt. Pepper’s’ van The Beatles èn ’Days of future’ past verschenen. Links en rechts schakelden beatgroepen over naar andere uitdrukkingsvormen. Vrijages tussen pop en klassiek werden schering en inslag. Bij ons met Ekseption, die Bach en Beethoven ’verpopte’, in Engeland met groepen als The Nice en zelfs Deep Purple. Voordat ze definitief een hardrockband werden, stoeide Deep Purple met kamermuziek (het nummer ’Apri’ uit 1969) en een symfonieorkest (het album ’Concerto for group and orchestra’, 1970).

Maar de toon was gezet door The Moody Blues. Aanvankelijk zouden ze in 1966 een rockversie van Dvorák’s ’New World Symphony’ uitbrengen. Platenmaatschappij Decca hoopte daarmee haar eigen Deramic-stereo uitvinding te lanceren.

Het project mislukte, maar bracht de band op het idee van een eigen fusie tussen pop en klassiek. Bert Bossink: „’Days of future past’ is zo’n meesterwerk geworden dankzij arrangeur en dirigent Peter Knight. Je zou hem een soort George Martin kunnen noemen. Maar heel belangrijk is ook de komst van Mike Pinder. Hij bracht de mellotron in.”

De in klassieke muziek ervaren George Martin werd niet voor niets de vijfde Beatle genoemd. Als regisseur en arrangeur was hij verantwoordelijk voor de studio-experimenten van The Beatles. Mede dankzij hem werd na ’Sgt. Pepper’s’ – met een opnameduur van zes maanden – de studio ontdekt als het nieuwe domein waar je met meersporentechniek en nieuwe electronische instrumenten een eigen werkelijkheid kon creëren. Daardoor onstond het besef, dat je de drie-minuten-single ook kon vervangen door de lengte van een langspeelplaat.

Het conceptalbum was geboren en werd de specialiteit van The Moody Blues. In ongekend tempo verschenen ’In Search of the Lost Chord’ (1968), ’On the threshold of a dream’ (1969), ’To Our Children’s, Children’s, Children’ (1969), ’A Question of Balance’ (1970), ’Every good boy derserves favour’ (1971) en ’Seventh sojourn’ (1972).

Epische albums die de alternatieve tijdgeest van toen verklankten. Elke plaat vertegenwoordigde een reis op zich, bijeengehouden door die mysterieuze mellotron. De panoramische klankbeelden leken op even zo veel soundtracks bij films over een verleden vol Koning-Arthur-heroïek en een toekomst van interplanetaire ondernemingen. Moody Blues- muziek werd synoniem met een trip to somewhere, doordesemd van het oeuvre van Herman Hesse, Tolkien en Carlos Castaneda.

Ook het gedachtegoed van Timothy Leary en de Maharishi keert er in terug. Titels als ’Higher and higher’, ’Eternity road’ , ’House of four doors’ en ’Om’ laten weinig te raden over.

Een fan verwoordt het als volgt op de Moody-Blues-website: alle albums uit hun begintijd cirkelen rond een bepaald thema. Je maakt een spirituele reis, soms dromerig dan weer meditatief. ’On a threshold of a dream’ klinkt als een sprookjesboek vol koningen, tovenaars en kastelen. ’To our children’s children’ neemt je mee op een reis door tijd en ruimte².

En een andere fan: „’In search of the lost chord’ is new age. Ik ben een christen, dus daar ben ik niet van. Je hebt LSD nodig om daarin te raken. Toch is dit een klassieker, ik ben er nog steeds gek op.” Tot slot een fan over ’A question of balance’: „De plaat onderzoekt de mogelijkheid om tot spirituele verlichting te komen via ruimtereizen. Ook al staat het met beide voeten op aarde, het blijft een kosmisch album.”

Daarmee raken de Moody Blues-concerten onbedoeld aan een andere actualiteit. De ’Week van de geschiedenis’ vraagt aandacht voor het verleden, maar wiens en welk verleden? Eenzijdig wordt gesteggeld over de canon van relevante figuren en gebeurtenissen die, van de Slag bij Nieuwpoort tot Willem Drees, ons historisch bewustzijn hebben bepaald. In die benadering is geen plaats voor het belang van auditieve ’plaatsen van herinnering’ en voor de populaire muziekcultuur die zich in de twintigste eeuw ontwikkelde, van Louis Armstrong via Elvis Presley naar The Beatles.

Muziek mobiliseert de herinnering met een onweerstaanbare directheid. Terugluisterend bieden The Moody Blues een entree tot het hippietijdperk. Is het niet via hun muziek, dan zijn het wel de baanbrekende hoezen, die à la de tegenwoordige videoclips hun eigen verhaal vertellen.

Ze staan voor meer dan ’Nights in white satin’, stuk gedraaid tijdens het zwoele nachtelijke radioprogramma Candelight en stuk gepraat met de bronstige stem van radiopresentator Jan van Veen.

Frappant genoeg bracht Sir Paul McCartney onlangs de opera ’Ecce cor meum’ uit. Ook Sting begeeft zich met zijn nieuwste plaat op het terrein tussen pop en klassiek. Alsof de tijden van The Moody Blues zijn teruggekeerd.

Bert Bossink blijft er nuchter onder. Als jaren-zestig-specialist herinnert hij zich maar al te goed hoe ze ooit begonnen.

„Ik heb ze in 1965 voor het eerst zien spelen in de Jaarbeurs van Utrecht. Daar hield de PvdA haar viering van 1 mei. Voor zeven gulden kreeg je The Everly Brothers, daarna Joop den Uyl en dan The Moody Blues. Die partij-klets nam je dan maar op de koop toe.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden