THE KIOSK

FINKIELKRAUT KAPITTELT 40 MILJOEN ANTI-NAZI'S

In de sector nieuwste geschiedenis domineert Frankrijks gemêleerde oorlogsverleden. Met het proces-Papon aan de horizon wisten de uitgevers daar wel weer raad mee. De stapel oogt imposant. Nieuwe geschiedenissen van collaboratie en verzet. Biografieën van de nu 87-jarige, die als dertiger secretaris-generaal van de prefectuur van de Gironde werd en medeverantwoordelijk zou zijn voor de arrestatie, in 1942-1944, van 1 560 joden. Memoires van overlevenden. Verhandelingen van juristen.

Ook in de tijdschriften is het weer oorlog. Enqête sur l'histoire, gespecialiseerd in themanummers over de Franse en Europese geschiedenis, etaleert nog eens 'de grote raadsels van la Collaboration'. Papon liet zich ervoor interviewen. Zonder veel weerwerk van zijn ondervragers te moeten verduren pleit hij zich vrij. Hij beroept zich op een 'erejury' van prominente verzetslieden - inmiddels allen gestorven - die hem in 1981 witwaste vanwege “mijn persoonlijke initiatieven om Joden te redden en geallieerde vliegers te helpen”.

Vlakbij de FNAC verkoopt een kiosk Le Monde. Op een van de opiniepagina's leest Alain Finkielkraut naar aanleiding van het proces-Papon zijn landgenoten de les. Finkielkraut is filosoof (of essayist, het verschil doet er in Frankrijk minder toe dan elders). Van enige sympathie voor Papon en diens clan kan hij niet worden verdacht. Toch volgt hij met gemengde gevoelens het tumult rondom de 87-jarige ex-topambtenaar, oud-prefect van politie in Parijs en voormalig minister onder Raymond Barre.

Welke 'gerechtelijke waarheid', vraagt Finkielkraut zich af, kan er voortkomen uit een proces waarin een jury zonder enige oorlogsondervinding moet oordelen over een man wiens vrienden en vijanden van weleer vrijwel allemaal dood zijn en die 'in zekere zin geen andere tijdgenoot meer heeft dan zichzelf'?

Maar wat Finkielkraut vooral dwars zit, is een contradictie met een hoger actualiteitsgehalte. Zowat heel Frankrijk maakt zich druk over het oorlogsverleden, maar over berechting van de misdaden tegen de menselijkheid die in naam van het communisme en het kolonialisme zijn bedreven, hoor je vrijwel niemand. En voor de gruwelen in wijlen Joegoslavië staan alleen ondergeschikten terecht; de aanstichters en ophitsers pakt niemand aan.

Samenvattend: de dure eden ('Dit nooit meer!'), na de Tweede Wereldoorlog gezworen, zijn bij herhaling geschonden. Maar in plaats van zich daarmee bezig te houden leven de meeste Fransen liever in het quasi-heden van een voorgoed voorbije oorlogstijd vol heroïek en verschrikking. Het Frankrijk van nu, stelt Finkielkraut met bitterheid vast, telt “veertig miljoen vastberaden anti-nazi's, met de vinger aan de trekker, maar wie van hen kan de naam noemen van de Europese stad die in 1991 geheel en al door geweld werd verwoest?”.

BEZOEDELAARS VAN FRANSE IDOLEN BLIJVEN ZUIGEN

Een paar weken geleden maakte deze rubriek gewag van Frans moord-en-brand-geschreeuw over het pak slaag dat twee natuurwetenschappers, een Amerikaan en een Belg, hebben toegediend aan een aantal twintigste-eeuwse helden en een enkele heldin van de Franse geest. In hun boek 'Impostures intellectuelles' ('Intellectueel bedrog') betrappen de twee onder anderen Lacan, Kristeva, Baudrillard en Deleuze op - kort gezegd - ondeskundig gesjoemel met mathematische en fysische termen en begrippen.

In The Times Literary Supplement van vorige week overzien de boosdoeners, Alain Sokal en Jean Bricmont, het slagveld. Ze verbazen zich over de irrelevante verwijten die hun vanuit Parijs en omgeving naar het hoofd zijn geslingerd. Ze zouden een stelletje pedante droogstoppels zijn van het soort dat schrijvers van liefdesbrieven betrapt op grammaticale fouten. Ze zouden 'het Franse denken' hebben belasterd. Ze zouden er zelfs op uit zijn om - kan het erger? - de filosofie en de sociale wetenschappen van subsidie te beroven.

Het kost Sokal en Bricmont weinig moeite, zich te verweren. 'Het Franse denken' bestaat helemaal niet, want wat hebben, pakweg, Diderot en Deleuze nou gemeen, behalve de taal? Trouwens, als het wél bestond, kon toch niemand in redelijkheid beweren dat zij het hadden aangevallen? Wat ze aan de kaak hadden gesteld, was alleen maar het werk van enkele denkers, en van hun oeuvre slechts een klein deel. Kortom, de schade viel wel mee.

Of toch niet? Tegen het einde van hun repliek laten de twee de hoop doorschemeren dat ze keizer, wie weet, van meer kledingstukken hebben ontdaan dan ze aanvankelijk in schijnbare onschuld beweerden. Ze herinneren aan Bertrand Russells afscheid van Hegel. Russell was, eind vorige eeuw, in Cambridge geschoold in een Hegeliaanse traditie, maar nam daar afscheid van toen hij ontdekt had wat een 'warhoofdige onzin' de Duitse wijsgeer over de wiskunde had gedebiteerd.

“Dit bewijst natuurlijk niet dat Hegel ook over andere onderwerpen maar wat aankletste, maar het geeft toch te denken”, schrijven Bricmont en Solal treiterig. Quasi-troostend komen ze vervolgens met Newton op de proppen. Negentig procent van diens werk gaat over alchemie en mystiek - maar so what? De rest was van blijvende waarde, want gebaseerd op stevige empirische en rationele argumenten.

“Als dat ook van het oeuvre van onze auteurs (Lacan enz.) kan worden gezegd, zijn onze bevindingen slechts van marginaal belang. Maar als deze schrijvers om sociologische in plaats van intellectuele redenen internationale 'sterren' zijn geworden, deels omdat ze hun publiek wisten te imponeren door misbruik te maken van ingewikkelde termen en begrippen (. . .), ja, dan hebben we inderdaad nuttig werk gedaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden