THE KIOSK

EEN VEGETARIER IN EEN ENGELSE SLAGERSWINKEL

De uitvoerige berichtgeving, deze zomer, over het lot van Rev. Anthony Freeman zou Van der Vat verbaasd hebben. Habitués van een meer devote sector van deze krant kennen de voornaamste feiten. De 48-jarige Anglicaanse dorpsherder van Staplefield in West Sussex werd door zijn bisschop uit het ambt gezet, niet als schuinsmarcheerder, maar wegens zijn godsbeeld. Hij kon niet langer geloven in - hier volgt een bloemlezing uit Engelse dag- en weekbladen - een transcendente God / een God die in de wereld tussenbeide komt /God als persoon/ als bovennatuurlijk wezen / als Iemand buiten de mens. Hij was tot de ontdekking gekomen dat godsdienst een schepping van mensen is, en 'God' een synoniem voor 'de som van onze waarden en idealen, zoals goedheid, liefde en wijsheid', kortom, van het beste in de mens. Deze bevinding bezorgde hem 'een heerlijk gevoel van vrijheid en vreugde'.

Glashelder is Freemans positie niet. In zijn afscheidsdienst sprak hij de apostolische geloofsbelijdenis uit ('Ik geloof in God de almachtige vader, schepper van hemel en aarde') en na afloop verklaarde hij desgevraagd that he was happy to say it. Misschien moeten we dit rangschikken onder de hogere semantiek, waarvan de geheimen alleen aan sommige theologen zijn geopenbaard. In elk geval stond voor Freemans bisschop buiten kijf dat de vicar van Staplefield lijnrecht inging tegen het credo van de kerk der eeuwen.

Plastischer, zij het in theologisch opzicht vermoedelijk minder verantwoord, werd deze zienswijze geformuleerd door een parochiaan. Hij vergeleek zijn pastor met een slagersknecht die midden in de winkel uitroept dat hij vegetariër is. Een ander gemeentelid leek de godsvraag van een geografische dimensie te voorzien met de constatering dat Freeman uitstekend op zijn plaats zou zijn als herder in een of andere binnenstad, maar niet in een plattelandsparochie. Relevanter wellicht was wat een gepensioneerde redacteur godsdienstzaken van The Times opmerkte naar aanleiding van Freemans keuze voor God in us, en tegen een God out there. Zulke formuleringen, schreef hij in The Daily Telegraph, markeren eerder de beperktheid van onze menselijke verbeelding, ons intellect en onze taal dan dat ze God definiëren. Het is een opvatting die in theologische kring vaker wordt vernomen, maar die weinig geschikt lijkt om Freeman en zijn bondgenoten te overtuigen. Ze veronderstelt immers een soort archimedisch punt buiten die verbeelding, dat intellect en die taal - en daar willen ze nou juist niet aan.

Een in de Britse pers meermalen aangevoerd argument tegen Freemans ontslag luidde dat vele Anglicanen zijn ideeën delen. Als er voor hen ruimte is in de kerk, waarom dan niet voor de herder van Staplefield? Dat kan natuurlijk alleen een vraag zijn voor wie vindt dat priesters op leerstellig gebied even onbekommerd mogen vrijbuiteren als de rest. Trouwens, kan die rest - de zogenaamde gewone gelovigen - in dit opzicht wèl haar gang gaan zonder ooit afscheid van de kerk te nemen? Een van de eerlijkste antwoorden op die vraag kwam van A. N. Wilson, romancier, biograaf van o.a. Jezus en ooit een overtuigd Anglicaan. Hij was het eens met this chap Freeman, zei hij tegen The Sunday Times: 'Er is geen bovennatuurlijke werkelijkheid'. Voor hem was dit inzicht al jaren geleden reden geweest om het christendom vaarwel te zeggen. Het is een stap die je niet gemakkelijk zet, verklaarde hij, want 'je verwerpt daarmee de hele ervaring van je voorouders'.

'OORLOG TUSSEN GELOOF EN WETENSCHAP' HERVAT

Andere, zich nog wel Anglicaans noemende medestanders van Freeman bedienden zich in de pers van het argument dat veel van wat hun kerk leert omtrent God, ontkracht is door de natuurwetenschappen. Prompt heropenden sommige kranten het oude debat over “de oorlog tussen geloof en wetenschap” (over die aanhalingstekens straks meer). Van de verwarring die het kan aanrichten én weerspiegelen, gaf Richard Dawkins, auteur van The Selfish Gene, in het weekblad The Spectator een mogelijk belegen, maar mij onbekend voorbeeld. Het moest de universele betekenis van Jezus' kruisdood aanvechten. Gesteld - aldus Dawkins - dat destijds het nieuws daaromtrent zich met maximum-snelheid door het heelal begon te verplaatsen. Dan zou het in 1994 nog geen 50e deel van de afstand in onze Melkweg hebben afgelegd, en nog geen 1 000e van de afstand tot zijn naaste buur in het honderd miljoen sterrenstelsels omvattende heelal. Ergo, 'het universum als geheel kan geen boodschap hebben aan Christus, zijn geboorte en lijden'.

Voor wie belangstelt in Nederlandse schermutselingen, geleverd in “de oorlog tussen geloof en wetenschap”, heeft de redactie van GEWINA (tijdschrift voor wetenschapsgeschiedenis) een boeiend themanummer uitgegeven. Het opent met een artikel waarin K. van Berkel uitlegt dat de metafoor 'oorlog' niet deugt, en dat trouwens ook de termen 'geloof' en 'wetenschap' in deze context enige relativering verdienen. R. P. W. Visser leverde een deels verassende bijdrage over de zeer trage opmars van de evolutietheorie onder gereformeerden. Dè eye-openers in deze kring waren J. Lever's inaugurele oratie aan de VU uit 1952 en zijn 'Creatie en evolutie' van enkele jaren later. Een bijrol in Lever's voetspoor vervulde, meldt Visser, het dagblad Trouw. Tweeënveertig jaar geleden bood het de bioloog de gelegenheid, via zes wekelijkse artikelen zijn ideeën onder het gereformeerde volk te verbreiden.

'Geloof en natuurwetenschap in Nederland', themanummer van GEWINA (red. K. van Berkel); Erasmus Publishing, Rotterdam, 1994. ISBN 90-5235-067-1.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden