THE KIOSK

BENEDEN DE VEERTIG? TE JONG VOOR DE KAMER

Hoofdredacteur is Richard Ingrams, voordien gevierd en gevreesd als opperhoofd van het satirische schandaaltijdschrift Private Eye. Onder zijn leiding bedient een keur van gestaalde medewerksters en medewerkers een publiek van vooral 55-plussers die graag als volwassenen behandeld worden en tabak hebben van de heersende yoof culture. Dat is een fonetische weergave van de Engelse term voor jeugdcultuur, youth culture, zoals die wordt uitgesproken door niet zelden oraal gehandicapte 10- en 20-plussers. Zelfspot is The Oldie overigens evenmin vreemd. Neem alleen al de naam: 'Het Oudje'.

Deze zomer vierde de tegendraadse bejaarde de verschijning van zijn honderdste nummer. De jubileumuitgave bepleitte een leeftijdsbeperking voor parlementariërs. Beneden de veertig zou niemand thuishoren in het Lagerhuis. Jongelui, gespeend van maatschappelijke ondervinding, hebben immers niks in te brengen, afgezien van de treurige combinatie van ambitie en een recent geboortebewijs.

Het is al erg genoeg dat Engeland opgescheept zit met de jongste premier (Tony Blair) en de jongste Toryleider (William Hague) sinds de geboorte van het moderne parlementaire stelsel in 1832. Maar wat voor The Oldie de deur dichtdeed, was de verkiezing, dit jaar, van ettelijke politieke-carrièremakers van in de twintig.

Een hunner, Oona King, was naïef genoeg om zich in een interview met The Guardian te laten ontvallen: “Alles wat ik ooit in m'n leven heb gedaan, deed ik om in het Lagerhuis te komen”. Dat, zegt The Oldie hoofdschuddend, is nou precies “het probleem met de William Hagues en de Oona Kings: hun korte volwassen leven hebben ze alleen maar gebruikt om in de partijhiërarchie omhoog te klauteren. Verstand van de wijde wereld buiten de politiek hebben ze nauwelijks”. De vraag in hoeverre dames en heren met een lange parlementaire staat van dienst daar nog wél mee gezegend zijn, neemt Het Oudje niet in bespreking.

Het voert nog een bezwaar tegen de groentjes aan: ze geven voedsel aan de veelgehoorde klacht dat volksvertegenwoordigers niet in de laatste plaats de belangen van hun eigen portemonnee vertegenwoordigen. Bij gebrek aan ervaring elders zit er voor die jongeren immers niets anders op dan in de politiek of het landsbestuur te blijven hangen om hun salaris en hun pensioen op peil te houden.

Eén prille parlementariër onthulde dat zijn inkomen verzesvoudigd was sinds hij bij de stembus in de prijzen was gevallen. “Om zo'n salarisniveau te rechtvaardigen moeten zulke Lagerhuisleden wel doen alsof ze fulltime politiek bedrijven. En dus bedenken ze nieuwe manieren om zich met ons leven te bemoeien, verzinnen ze wetten en regelingen, opperen nieuwe plannen om ons geld uit te geven (. ..) en roepen bij ieder probleem, hoe onbeduidend ook, dat er actie nodig is. Activisme wordt een doel op zichzelf.”

Lieden-van-alle-leeftijden met enig historisch besef werpen misschien tegen dat Gladstone en Churchill toch ook jong in de politiek gingen. Inderdaad, riposteert Het Oudje, maar die twee wisten toen wel degelijk wat er in de wereld te koop was. Bovendien bereikten ze de top, het premierschap, pas op hun 59ste (Gladstone) en hun 65ste (Churchill). Voorbij de negentiende eeuw reikt het lange-termijngeheugen van The Oldie reikt kennelijk niet. In de achttiende had Engeland een premier, William Pitt Junior, die bij zijn aantreden in 1783 twintig jaar jonger was dan de 44-jarige Tony Blair en dus nog een achterstand van vijf jaar had op de 29-jarige Oona King.

FRANSE DENKERS GEZAKT VOOR WIS- EN NATUURKUNDE

Ook voor de Franse intelligentsia, voor zover verenigd rondom linkse bladen als Le nouvel Observateur, is de wereld er niet fleuriger op geworden. De schuldigen zijn een Amerikaanse hoogleraar in de fysica, Alan Sokal, en zijn Belgische collega Jean Bricmont. Eergisteren kwam van hen in Parijs een boek uit waarin ze onvoldoendes voor wis- en natuurkunde uitdelen aan een reeks dode en levende helden van de Franse geest, onder wie Jean Baudrillard, Gilles Deleuze, Jacques Derrida, Julia Kristeva en Jacques Lacan.

Le nouvel Observateur interviewde Sokal en gaf de andere partij gelegenheid tot repliek. De beschuldigingen - ongelijkmatig over de slachtoffers verdeeld - komen onder andere hierop neer. 1. Geredekavel over natuurwetenschappelijke theorieën waarvan men in het beste geval maar een vage notie heeft. 2. Onzinnig gebruik van wiskundige begrippen in de menswetenschappen. Lacan bijvoorbeeld zou maar wat gekletst hebben, toen hij overeenkomsten signaleerde tussen zekere mathematische structuren en die van bepaalde geestesziekten. 3. Onwetenschappelijk gegoochel met metaforen, ontleend aan de informatica en de natuurkunde - met als resultaat, bij Baudrillard, 'slechte poëzie' in plaats van sociologie.

Geen van de Franse intellectuelen die Le nouvel Observateur voor een weerwoord heeft uitgenodigd, gaat rechtstreeks op de aanklacht van de twee fysici in.

Didier Eribon verdedigt de slachtoffers met het argument dat hun betekenis niet door de gewraakte passages wordt bepaald. Pascal Bruckner voert aan dat Franse intellectuelen niet zozeer strenge filosofen of sociologen zijn als wel stimulerende essayisten - en dan luistert het allemaal niet zo nauw, blijkbaar. Julia Kristeva neemt het de aanklagers kwalijk dat ze haar gepakt hebben op een geschrift van 31 jaar geleden. Ze was toen nog maar 25, woonde op een Parijse studentenkamer en moest - ik verzin niks - onder het schrijven geregeld haar neus snuiten, want ze had last van een stevige griep.

In het interview probeert Sokal het leed wat te verzachten. Bricmont en hij hadden het niet zozeer op de Fransen gemunt als wel op hun slaafse navolgers in Amerika. Bovendien vielen ze ook een kwalijke gewoonte aan van sommige Angelsaksische intellectuelen. Van hen hekelden ze het 'cognitieve relativisme' - losjes vertaald: de gewoonte om net te doen alsof narratieve kletsica en vrome fantasieën evenveel recht van bestaan hebben als wetenschappelijke theorieën, die immers uiteindelijk ook maar mythen en verhalen zouden zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden