THE KIOSK

ONTSPANNENDE GEDACHTE: OPVOEDEN HELPT WEINIG

Het is een opvatting die onder psychologen eveneens aanhangers zal vinden. Ook in hun vak is zekerheid vaak onbereikbaar. Ze zijn het er zelfs niet over eens hoe het er met dat vak voorstaat. Neem nou de kinderpsychologie. Die floreert, meent Sandra Scarr, voorzitter van de American Psychological Society: “We hebben de afgelopen jaren steeds meer inzicht gekregen in de emotionele en intellectuele ontwikkeling van kinderen”. Nietes, vindt Hara Marano, redactrice van Psychology Today, er is juist “weinig ontwikkeling op het gebied van de kinderpsychologie. Door de psychologische wetenschap zijn kinderen de afgelopen jaren schandelijk in de steek gelaten”. Bijgevolg, suggereert Marano, hebben ouders geen idee hoe ze hun kroost moeten aanpakken.

Scarr en Marano etaleren hun meningsverschil in het maandblad Psychologie. Dat is zojuist vijftien geworden. In het jubileumnummer zetten negen Nederlandse en Amerikaanse psychologen desgevraagd uiteen, hoe hun discipline in de voorbije vijftien jaar is gevaren.

Een van de Nederlanders, de Groningse hoogleraar W. Hofstee, heeft zowel voor Scarr als voor Marano een ontnuchterende boodschap: die hele kinderpsychologie zet vermoedelijk weinig zoden aan de dijk. Uit gedragsgenetisch onderzoek leidt Hofstee af dat verschillen tussen mensen - in intelligentie én persoonlijkheid - waarschijnlijk goeddeels erfelijk bepaald zijn. Conclusie: “We hoeven ons niet zoveel zorgen én niet zoveel illusies te maken over hetgeen de opvoeding een kind meegeeft dan wel bij een kind aanricht. Ik vind dat een ontspannende gedachte.”

Enige ruimte voor gezinsinvloeden laat Hofstee wel, maar voor psychologen zit daar niet veel brood in: “Als een kind door vader met de kop tegen tegen de muur wordt geslagen, kan dat natuurlijk onherstelbaar letsel opleveren”.

Rita Kohnstamm is hoofdredacteur van Psychologie - niet lang meer trouwens, want na het jubileum, deze maand, vindt ze het tijd worden voor andere dingen, zegt ze in ülégance. Daar onthult ze ook dat kinderpsychologische en pedagogische theoriebouwers voor haar tevergeefs hebben gearbeid. ülégance: 'Met wat voor opvoedkundige ideeën heeft u uw eigen (twee) kinderen opgevoed?'. Kohnstamm: “Geen. Voor mij waren theorie en mijn eigen opvoeding twee totaal verschillende werelden. Ik heb het meest gehad aan het voorbeeld dat mijn moeder gaf. Ze was heel geduldig. Daar kon ik niet aan tippen”.

En verder is de aftredende hoofdredacteur van Psychologie van mening dat een kind niets te kort hoeft te komen met een full-time werkende vader, en dat in crèches 'door kinderen onderling veel gemept wordt', hetgeen hun assertiviteit bevordert maar bij Kohnstamm de vraag oproept 'of dat goed is voor die ukken'.

Fundamentele kritiek op de Nederlandse psychologie oefent, in Kohnstamms maanblad, de oud-hoogleraar A. D. de Groot. Er wordt te veel op z'n Amerikaans getoetst en gemeten, met veel proefpersonen en ingewikkelde statistische bewerkingen. Daardoor blijven de meest interessante onderwerpen liggen, want die vergen 'veel meer op het individu gerichte, alfa-achtige onderzoeksmethoden'. Mensen grondig ondervragen over wat ze zelf over hun psychische ervaringhen te melden hebben, is een bezigheid waarop nog steeds een behavioristisch taboe rust.

“Heel kort en wat overdreven: psychologen wordt in de huidige traditie geleerd de mens niet te vertrouwen noch hoog te achten. Geconfronteerd met een probleem, bedenken ze meteen een meetmethode, een experiment of op z'n minst een vragenlijst die data oplevert. Zij meten te veel en denken te weinig”, aldus de auteur van de psychologische classic 'Methodologie'.

HOE MOFFER HOE SOFFER, ONDANKS SERENY EN FEST

In het Hollands Maandblad doet de econoom Jan Pen zijn naam weer eer aan met een smakelijke schets van de - en zijn - jaren veertig in Nederland, een trefzekere mengeling van algemene beschouwingen en anekdotes. In de ochtend van 10 mei 1940 stond hij als 19-jarige “op het dak van Nieuwezijds 282 (in Amsterdam), waar nu het Betty Asfalt Complex is gevestigd. Naast mij stond Bram Pais, die natuurkunde had gestudeerd. Hij keek naar de vliegtuigen en sprak de gedenkwaardige woorden 'hoe moffer hoe soffer'.”

Het is een aforisme dat Sem Dresden, zie boven, kennelijk niet gaarne ondergraven ziet. Blijkens het Biografie Bulletin zijn zowat alle biografieën hem welkom, ook de slechte - inclusief Nanda van der Zee's 'vanuit kritiekloze bewondering geschreven boekje over Presser'. Maar voor boeken als 'Albert Speer' van Gitta Sereny en Joachim Fests 'Hitler' maakt Dresden een uitzondering. “Je gaat het dan toch, wat iedereen wil van een biografie, beter begrijpen. Je gaat er begrip voor opbrengen. In bepaalde gevallen is dat hoogst ernstig. In deze gevallen is het afschuwelijk.”

Pen, om naar hem terug te keren, raakt in zijn essay slaags met H. J. A. Hofland. Diens bewering dat het een 'naoorlogs wonder' was dat 'het nationaal bestel zich zonder veel tegenstand heeft gerestaureerd', ontlokt Pen ergernis en hoon. Had Hofland dan liever een burgeroorlog gehad, met Gerben Wagenaar of Pieter 't Hoen aan het hoofd van de revolutionaire troepen?

Zelf signaleert Pen andere toenmalige wonderen: het snelle herstel van een verwoest en leeggeroofd land, en het Marshall-plan. Dat ook Remco Campert - “ik ben altijd een fan van hem geweest, sinds Alle dagen feest” - daar een mirakel in heeft gezien, is voor Pen reden om hem te begroeten als “een politiek commentator, met een beter inzicht dan Henk Hofland”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden