THE KIOSK

EEN VESTINGMUUR VAN FRANSE BEENDEREN LANGS DE RIJN

Deze: sinds de napoleontische tijd richtte de raciale haat in Duitsland zich allereerst tegen de Fransen - en van die afkeer was het racistische antisemitisme een uitvloeisel, of liever een uitwas.

Voor Hitler, schrijft de Berlijnse professor Michaël Nerlich, waren Fransen en joden één pot nat. Zo ging de latere Führer in 'Mein Kampf' tegen het Franse volk tekeer omdat het 'meer en meer afzakt naar het niveau van negers', 'de Joden steunt in hun streven naar wereldheerschappij' en zo 'het bestaan van het blanke ras in Europa bedreigt'.

Wat talloze Duitsers aansprak, constateert Nerlich, was niet zozeer Hitlers antisemitisme als wel zijn gefulmineer tegen 'de erfvijand Frankrijk'. Hun francofobie wortelde in de napoleontische tijd, de periode ook waarin de filosoof Fichte zich populair maakte met hersenspinsels over een onoverbrugbare kloof tussen de Germaanse cultuur en de Romaanse. De Germaanse heette vitaal en diepzinnig omdat ze zich kon bedienen van een authentieke, oeroude taal. De Romaanse, die zich met tweedehands talen, verbasteringen van het Latijn, moest behelpen, werd uitgemaakt voor oppervakkig, steriel en decadent.

Op deze drabbige bodem ziet Nerlich de karikatuur ontstaan van het gedegenereerde, geslachtszieke, ontaarde en verjoodste Frankrijk, die in de negentiende en twintigste eeuw zoveel Duitsers zou begoochelen.

Godsdienstig antisemitisme kende Duitsland allang. Maar racistisch antisemitisme kwam er pas tot ontwikkeling, meent Nerlich, in samenhang met deze Fransenhaat. De verklaring zou liggen in de Franse Revolutie, die aan iedereen burgerrechten toekende, ook aan de Joden. “Vandaar de vereenzelviging van Frankrijk en de 'juiverie' ('jodenzooi').”

Om te illustreren welk een bloedhekel negentiende-eeuwse Duitsers aan de Fransen hadden, put Nerlich, hoogleraar in de Romaanse letteren, ook uit de Duitse litteratuur. In een gedicht van Heinrich von Kleist (1777-1811) rijst - 'lang vóór de eerste concentratiekampen' - langs de Rijn een vestingmuur op, bestaande uit beenderen van uitgeroeide Fransen, vrouwen en kinderen inbegrepen.

Rabiate francofobie teistert ook 'Die Wacht am Rhein', lange tijd populairder nog dan het Duitse volkslied (en ooit het openingsnummer van de veelgebruikte Nederlandse bloemlezing 'Hundert deutsche Gedichte' van H. W. J. Kroes). In dit staaltje van snorkerig nationalisme, afkomstig van ene Max Schneckenburger (1819-1849), bralt een Duitse grensbewaker dat geen Welscher (lees: Fransman) de oever van de Rijn zal betreden, zolang nog één Duitse vuist een degen kan trekken en er één druppel bloed door Duitse aad'ren vloeit.

Het hele verhaal roept onder andere de vraag op waarom Hitler en de zijnen - als ze zo gebeten waren op de Franse aartsvijand - zich na 1933 in hun anti-Franse propaganda hebben gematigd en na 1939 Frankrijk niet veel harder hebben aangepakt. Een kwestie van tactische misleiding en militaire noodzaak, vermoedt Nerlich. Als de oorlog langer had geduurd en Duitsland in het Oosten had gezegevierd, zou Hitler het programma van 'Mein Kampf' zeker voltooid hebben door ook Frankrijk te 'her-germaniseren' en 'raciaal te zuiveren'.

NEDERLANDSE EERLIJKHEID: BOT, LOMP, RUW, HARTELOOS

Voor raciale, althans etnische conflicten in Nederland waarschuwde vorige week Anil Ramdas in een Socrateslezing van het Humanistisch Verbond. Ultrakort samengevat: een multiculturele samenleving is per definitie rusteloos en nerveus. Groepen die erkenning eisen - eerst vrouwen, toen homo's, en nu buitenlanders - hebben, om hun zelfbeeld te bevestigen, een tegenpartij nodig en zetten zich daar desnoods met geweld tegen af. Ramdas spreekt uit ervaring: hij is in Suriname zelf bijna bezweken voor de verleiding, als brandstichter mee te doen aan een hindoestaanse opstand, toen etnische groeperingen zich daar in de periode vóór de onafhankelijkheid begonnen te profileren.

Het humanistische tijdschrift Rekenschap heeft de lezing afgedrukt. Ramdas verwijt 'de intellectuelen, de schrijvers, de kunstenaars en de journalisten' in Nederland dat ze geen oog hebben voor allochtonen, en dus ook niet voor de risico's van de multiculturele maatschappij.

Deze desinteresse zou in de hand gewerkt zijn door de socioloog Abram de Swaan. Diens essays in 'Het lied van de Kosmopoliet' (1985) waren voor 'talloze journalisten, columnisten en een enkele politicus' het sein om tegenover allochtonen niet langer politiek-correcte beleefdheid te betrachten, maar 'eerlijk' over hen te schrijven. En eerlijk bleek, zo constateert Ramdas, vooral te betekenen: bot, lomp, ruw, harteloos.

De Swaans recept, gebaseerd op de gedachte dat je vanuit een kosmopolitisch standpunt zeer wel een oordeel kunt vellen over andere beschavingen (en die van jezelf), werd een 'smoes om onbeleefd te zijn'. Intellectuelen namen de kans waar om hardop tegen moslims te zeggen dat ze zich moesten aanpassen aan 'onze hogere beschaving' en anders maar beter konden terugkeren naar de regio van hun eigen achterlijke cultuur.

Ramdas zou die rangorde van eerlijkheid en beleefdheid graag omgekeerd zien, want 'beleefdheid is de eerste bouwsteen van beschaving'. Maar van beleefd zwijgen - hoe raadzaam ook voor de vele 'intellectuelen' die niets te zeggen hebben - wordt Nederland ook niet veel beter. Waar we het volgens Ramdas van moeten hebben, is 'een persoonlijke betrokkenheid die noodzakelijkerwijs is gebaseerd op persoonlijke ervaringen', op vriendschappen, contacten, verhoudingen, romances.

Ramdas merkt daar nog bitter weinig van. Dit verdriet hem en stemt hem bezorgd, want zonder vriendschap krijgen verbondenheid en solidariteit geen kans. Het zal hem wel verbazen ook, in dit land vol zoekers naar morele normen voor zichzelf en anderen. Immers, “het opnemen voor de vreemdeling als het erop aankomt, is dat niet de morele kern van het multiculturalisme?”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden