THE KIOSK

DE JAREN ZESTIG: STORM IN GLAS IJSSELMEERWATER

JAAP DE BERG

Die jongeren reageren af en toe met schamper gelach en Doeko Bosscher, professor in de eigentijdse geschiedenis te Groningen, geeft hun gelijk. “Er bestaan geen uitverkoren generaties. Elke generatie heeft zo haar eigen offers te brengen en uitdagingen te lijf te gaan. Je laten voorstaan op iets meegemaakt te hebben is absurd.”

Bosscher, zelf in 1967 18 geworden, maakt in het tijdschrift Groniek kanttekeningen bij de Nederlandse jaren zestig. Zijn oordeel, zo beknopt mogelijk samengevat: veel geschreeuw, weinig wol. Hij wil het idealisme van toen niet misprijzen, maar moet wel concluderen dat de toenmalige revolutie in politiek opzicht “nauwelijks meer was dan een storm in een glas IJsselmeerwater”.

Dit is geen opzienbarende slotsom als je er met Bosscher van uitgaat dat de voorvechters van 'zestig' eigenlijk geen revolutie wilden. Hun “roep om meer democratie kan ook gezien worden als een herstelbeweging”. Wat hersteld moest worden, was 'de geïdealiseerde democratie die hier vroeger zou hebben bestaan of had kunnen bestaan' als de naoorlogse restauratie geen roet in het eten had gegooid.

Zonder meer progressief was evenmin het protest van de 'zestigers' tegen kapitalisme en consumentisme. Achter hun idealen van soberheid en verdraagzaamheid ontwaart Bosscher 'een klemmend beroep op traditionele waarden'. De Provo's, Maagdenhuisbezetters, Nieuw-Linksers enz. wilden de zelfbeschikking terug die de moderne maatschappij hun onthield. Hun parool was in wezen zeer Nederlands: 'gewoon doen', 'nuchter blijven', 'elkaar vrij laten'. Dat de ze van de monarchie af wilden, is ook al een misverstand. Beatrix mocht best koningin worden, als ze maar besefte dat Nederland eigenlijk een republiek was.

Alles bijeengenomen en 'uiterlijkheden' daargelaten heeft Bosscher de indruk dat Nederland in de jaren vijftig minstens zo sterk is veranderd als het in het decennium daarop. De internationalisering van de politiek vergde veel 'Umdenken'. De rooms-rode samenwerking, 'een echt waagstuk', werd een langdurig succes. En vooral: toen ontstonden sociaal-economische overlegstructuren die tegen een stootje konden: 'voor de stabiliteit van staat en samenleving (. . .) waarschijnlijk het belangrijkste feit uit de geschiedenis van 1945 tot nu'.

De meest ingrijpende verandering van ná de jaren vijftig en zestig zou volgens Bosscher wel eens kunnen zijn dat de Nederlanders een andere 'kijk op het leven' hebben ontwikkeld. De historicus moet het nog even aanzien, maar “het lijkt alsof individueel economisch succes een norm voor menselijk slagen is geworden. Als dat waar is, is er echt iets veranderd. Een wezenlijk kenmerk van de cultuur zou daarmee opgegeven zijn.”

Wie dit bejammert, zal zich thuisvoelen in Roodkoper, tijdschrift voor mede-lijders aan de wereld die hun toevlucht zoeken in poëzie en religie. Het juni/julinummer hekelt uitvoerig de Europese Unie, die vrouwenhandel en seksindustrie op hun beloop laat en de nationale welvaartsstaten vervangt door een neoliberale concurrentie-unie waarin flexibiliserende kapitalisten Jan Boezeroen veroordelen tot een sociaal nomadenbestaan.

Johan van Workum vertelt het nog sterker: zo ongeveer iederéén in West-Europa deugt niet. De gemiddelde Nederlander bijvoorbeeld legt beslag op 3,3 hectare van de productieve aardbodem, veel meer dan verantwoord is als elke wereldburger een beetje welvaart verdient. Uiteraard ligt die 3,3 hectare merendeels op andermans (buitenlandse) grond. Er staat bos op, voor onze bouw- en papierindustrie, of er wordt graan of tapioca op verbouwd, dat als veevoer dient voor de dieren wier vlees wij grillen en braden.

WEEKBLAD VESTIGT HOOP OP ANDERHALVE PROTESTANT

'Gaan de protestanten Frankrijk hervormen?', riep het Parijse weekblad L'Evénement du jeudi onlangs zijn lezers in forse kopletters toe. De aanleiding was wat gezocht: de aanwezigheid van twee protestanten, of eigenlijk anderhalve, in de nieuwe regering. De halve is de niet-praktiserende Jospin, de hele Catherine Trautmann, minister van cultuur, woordvoerster van de regering en afgestudeerd in de theologie.

De lezers van L'Edj hielden er in elk geval een aardig sociologisch portret aan over van de bijna 1 miljoen Franse tutoyeurs de Dieu (hun katholieke taalgenoten plegen Hem met vous aan te spreken). Hun invloed overschrijdt de grenzen van hun denominatie: blijkens een opiniepeiling voelen een half miljoen Franse katholieken zich meer verwant met de volgelingen van Luther en Calvijn dan met Rome. In zoverre individualisme, persoonlijke verantwoordelijkheid, initiatief en zelfs égalité in Frankrijk hoog aangeschreven staan, is dat vooral, suggereert L'Edj, aan de protestanten te danken.

Gemiddeld beter opgeleid en meer gecultiveerd dan de doorsnee Fransman zijn deze aanhangers van een 'elite-godsdienst' relatief sterk vertegenwoordigd in de zogenaamd betere kringen. Voorbij is echter de tijd waarin protestantse clans grote delen van de industrie en het bankwezen beheersten. Van de vroeg-20e-eeuwse heerschappij van de families Peugeot, Schlumberger, Guerlain, Courvoisier, Hottinguer enz. is niet zo gek veel meer over. Maar hier en daar vind je de nakomelingen van deze en andere fameuze Franse families nog altijd op sleutelposten. Bij Renault bijvoorbeeld, waar opperhoofd Louis Schweitzer, achterneef van de grote Albert, onlangs 3 000 banen opdoekte van broeders en zusters in het katholieke Wallonië.

Gaan de protestanten Frankrijk hervormen? Het antwoord laat L'Edj goeddeels over aan enkele protestante intellectuelen, onder wie de schrijvers Pierre Schoendoerffer en Jean-Pierre Chabrol. Veel meer dan enige hoop op wat meer eerlijkheid en morele tucht in de politiek hebben ze niet te bieden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden