THE KIOSK

HERSENS VAN EEN MOORDENAAR EN TOCH EEN NETTE PSYCHOLOOG

JAAP DE BERG

Ook in de Verenigde Staten haalden de Nijmegenaren de kranten. Dat is niet zó verwonderlijk, want ze hadden van hun bevindingen verslag gedaan in het American Journal of Human Genetics. Tot de Amerikanen die er aangenaam door getroffen werden, behoorde Tony Mobeley uit Oakwood in de staat Georgia.

Mobeley is een moordenaar. Een rechter heeft hem ter dood veroordeeld. Mobeley acht deze straf onterecht. Hij vervalt nu eenmaal gemakkelijk tot geweld, zegt hij, omdat hij biologisch net zo in elkaar zit als de agressievelingen uit het Nijmeegse onderzoek. Een genetische test zou dit kunnen bevestigen. Tot dusverre wil de rechtbank daar niet aan; ze verwees naar de boodschap van de Nijmegenaren dat hun bevindingen niet van toepassing waren op Jan en alleman.

Trouwens, als dat wèl het geval was, had de rechter niet geweten wat hij ermee aan moest, zei hij. De wet voorziet nu eenmaal niet in de mogelijkheid, de bejegening van moordenaars te variëren al naar gelang van hun genetische bagage. Sommige Amerikanen vinden dat dit wel zou moeten (àls vaststaat dat misdadig gedrag in sterke mate genetisch bepaald kan zijn). Je genen zijn immers je noodlot.

In The Times Higher Education Supplement (THES) wordt deze redenering door een theoloog, een filosofe en enkele beoefenaars van iets meer exacte wetenschappen onderuit gehaald. Opvallend voor de niet rechtsfilosofisch onderlegde leek is vooral de bijdrage van een juriste van New College in Oxford, Suzanne Gibson. Wie vindt dat genetische gegevens in het strafrecht moeten worden meegewogen, miskent, meent zij, de functie van de wet. Die is er niet om recht te doen aan wetenschappelijke waarheden, maar om in de samenleving orde op zaken te stellen. Het strafrecht zegt dat iemand schuldig is, als hij opzettelijk een misdaad heeft begaan. Wat juristen onder opzettelijk verstaan, is, erkent Gibson, niet bestand tegen 'een kruisverhoor door een vakbekwame Freudiaan of een geneticus'. Toch handhaven rechters die interpretatie, omdat ze in de praktijk werkt. “Als de genetici een betere vuistregel weten, neemt het recht die misschien wel over, maar niet omdat hij waar is.”

De THES heeft, mede met het oog op een congres erover, drie pagina's uitgetrokken voor het thema 'biologische eigenschappen en misdadig gedrag'. Het onderwerp fascineert menigeen al sinds de dagen van Lombroso en werkelijk nieuwe argumenten etaleert het blad dan ook niet.

De nuchterste bijdrage levert een Engelse hoogleraar in de biologie, Steven Rose. Menselijk gedrag is te herleiden tot drie oorsprongen: de sociale omstandigheden, iemands persoonlijke levensgeschiedenis en/of zijn biologische eigenschappen. Het relatieve gewicht van elk van de drie laat zich moeilijk bepalen en hoe ze op elkaar inwerken, is al even duister. Hoeveel nadruk in een maatschappelijke discussie op elk van de factoren wordt gelegd, hangt niet zozeer van de stand van 'de wetenschap' af als wel van de sociaal-politieke tijdgeest. Rose kruist de degens met een Amerikaanse psycholoog, Adrian Raine. Die tilt nogal zwaar aan de erfelijke belasting van criminelen, maar bestrijdt anderzijds op een originele manier dat een lamentabel genetisch pakket iemand predisponeert tot wetsschending: de brain scan van hem, Raine, zelf heeft “onheilspellend veel weg heeft van die van een seriemoordenaar” en nochtans heeft hij zich niet als crimineel ontpopt. Niettemin zou hij “milde biologische ingrepen om het geweld in de maatschappij te beperken”, indien mogelijk, zeker verwelkomen.

ETHICUS MANENSCHIJN CONTRA DE NEO-LIBERALE PLOEG VAN KOK

Sociaal-democraten in wier ogen Kok c. s. bezig is, hun oude idealen te verkwanselen, worden in Filosofie, tweemaandelijks 'tijdschrift voor algemeen toegankelijke wijsbegeerte', niet in deze termen maar toch krachtig bijgevallen door de gereformeerde ethicus prof. G. Manenschijn. Hij gaat stevig te keer tegen het eenzijdige individualisme dat hij in het beleid van de 'neo-liberale' regering bespeurt. Dat vergroot de kloof tussen sociaal, cultureel en politiek redzame mensen met een hoog inkomen (goed beloonde tweeverdieners voorop) en de groep die van een schraal loon of een uitkering moet rondkomen en voor wie 'persoonlijke autonomie' weinig meer dan een lege frase is. Die 'onbalans' is geen natuurramp. Met maatregelen in de sfeer van belastingen en subsidies valt ze te bestrijden, “maar het neo-liberale kabinet-Kok wil juist fiscale lasten en subsidies verlagen. Het devies is: vergroting van inkomensverschillen en verlaging van lasten. Dat werkt altijd in het voordeel van de hogere inkomens.”

Manenschijn wijt deze scheefgroei aan een te ver doorgeschoten 'burgerlijk idealisme', dat zweert bij de vrije markt en waarvan hij het geestelijk vaderschap toeschrijft aan Thomas Hobbes. Genezing verwacht hij van een herleving, in nieuwe vormen, van de 'humanitaire individualistische traditie' die opkomt voor gelijke sociale, culturele en politieke rechten en waarvan hij de wortels blootlegt in de Bijbel en de Griekse Stoa.

Voor het overige is dit themanummer van Filosofie, getiteld 'Voorbij het postmodernisme' en verder gevuld met bijdragen van o. a. Van Peursen, Van den Braembussche en Houtepen, vooral lezenswaardig voor lijders aan een postmodernistische depressie én voor hen die zich daarbij nog weinig kunnen voorstellen, maar graag met enig benul willen meepraten over de ideeën van Derrida, Lyotard, Baudrillard en andere Fransen die 'het project van de Verlichting' hoofdschuddend hebben zien mislukken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden