THE KIOSK

RICOEUR, RORTY EN EEN ITALIAAN DIE MARIA ZIET VLIEGEN

JAAP DE BERG

'Hast du einen Opa, schick ihn nach Europa', zeggen spotlustige Duitsers - niet om Lubbers te koeioneren maar het Europese parlement, in hun ogen een bejaardenreservaat. Het weekblad Die Zeit corrigeert deze indruk, maar schetst op zijn beurt een portret van het parlement dat evenmin voor verkiezingspropaganda kan doorgaan. Sinds 'Maastricht' mogen de bevoegdheden van het parlement wat zijn uitgebreid, de kans dat het eerlang een gelijkwaardige tegenspeler van de raad van ministers wordt, stelt Die Zeit op nul. De plenaire vergaderingen worden schandalig slecht bezocht. Het percentage kwibussen is iets hoger dan in nationale parlementen. Op de Europese prioriteitenlijst van een hunner, een Italiaanse kernfysicus, staat de observatie van vliegende schotels, waarmee onder anderen de maagd Maria zich zou verplaatsen. Een pias vindt Die Zeit ook 'die hollündische Grüne Nel van Dijk', die de lengte van condooms in een Europese verordening geregeld wilde zien. Oostduitse nieuwelingen valt het gebrek aan Europees besef in het parlement op. Nationale hanen kraaien koning. Waar, vraagt Die Zeit, zijn in de verkiezingscampagnes de Europese programma's van de partijen?

Een Europeaan van het eerste uur die zich niet door zulke verhalen laat ontmoedigen, is de Nederlander Max Kohnstamm, onlangs 80 geworden en door Die Zeit geinterviewd. Sinds de dood van Jean Monnet in 1979 leidt hij het actiecomité voor de Verenigde Staten van Europa. Wat hem drijft, is een existentiële ervaring die weinigen nog kunnen delen. In de Tweede Wereldoorlog ontkwam hij aan de dood in een concentratiekamp. 'Iedere overlevende', zegt hij, 'is schuldig. Wie het verblijf in zo'n kamp doorstond, kon dat alleen doen door de andere kant op te kijken wanneer een ander werd vermoord.' Die Zeit: 'Zijn engagement voor Europa werd voor Kohnstamm de manier waarop hij zijn leven zin gaf en tegelijk de schuld van de overlevende delgde'.

Een populair excuus voor politieke desinteresse is dat de sociale, economische en financiële vraagstukken te complex zijn geworden voor de gewone burger. Daar gaat - in Les grands entretiens du Monde, een tijdschrift dat interviews uit de Franse kreant bundelt - de bejaarde filosoof Paul Ricoeur tegen in. Natuurlijk zijn er kwesties waarin de burger zich op experts moet verlaten. Maar als het gaat om fundamentele keuzen die de ontwikkeling van een samenleving of een beschaving bepalen, zijn de experts niet mondiger of bekwamer dan ieder van ons. Als ze zeggen van wel, maken ze zich schuldig aan 'een soort onteigening van de burger'.

Maar waar kan die burger een oriëntatiekader vinden dat verder reikt dan zijn privé-belang of wat hij daarvoor houdt? Hebben niet - naar onder filosofen verluidt - de Grote Verhalen van weleer hun zeggingskracht verloren? Ricoeur heeft een weerwoord op deze postmoderne treurnis. Op de grote tradities van Europa - het joodse en christelijke erfgoed, het humanisme van de Renaissance en later van de Hervorming, de Verlichting en de de diverse varianten van 19e-eeuws socialisme - valt weliswaar het een ander aan te merken, maar uitgewerkt of voltooid zijn ze geen van alle. “We hebben zoveel onvoltooide toekomstontwerpen achter ons, zoveel nog niet ingeloste beloften”, dat we voorlopig nog vooruit kunnen met die geschakeerde Europese erfenis. Een nieuwe utopie kan niet uit het niets ontstaan, maar alleen - 'al is dat een vreemde paradox' - uit wat onaf is gebleven in onze tradities.

Hoop uit een van die tradities put ook - in een ander interview in Les grands entretiens - de eigenzinnige socioloog Edgar Morin. Heilsideologieën hebben voor deze voormalige communist afgedaan, maar niet de 'de hoop om de aarde te beschaven en de mensheid te verbroederen', en evenmin 'de wereldlijke drieëenheid genaamd vrijheid, gelijkheid en broederschap'. Dat deze drie - in tegenstelling tot de leden van een andere drievuldigheid - elkaar lelijk dwars kunnen zitten, weet de oud-communist Morin uit ervaring. Om politiek te bedrijven moet je weten welk van de drie in een gegeven situatie voorrang verdient. In het Europa van nu is dat voor Morin de broederschap.

Een filosoof die weinig last heeft van wat ik maar kortheidshalve nostalgisch utopisme noem, is de Amerikaan Richard Rorty, ook present in Les grands entretiens. Zijn politieke boodschap komt er zo ongeveer op neer dat westerlingen met hun kapitalisme en vrijemarkt-economie in de beste van alle mogelijke werelden leven. Maar om dat zo te houden, zullen ze niet krenterig moeten zijn met hulp aan Oost-Europa, want de crises daar roepen fascistische gevaren op, met alle risico's van dien voor het Westen. Zo zie je maar - zouden Ricoeur en Morin waarschijnlijk zeggen - hoe een Amerikaanse pragmatist met een kromme stok toch een rechte slag kan slaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden