THE KIOSK

FILOSOFEN ZETTEN BOSNIE OP FRANSE VERKIEZINGSAGENDA

Of hun dreigement wordt uitgevoerd, is ongewis. De kandidaten zijn er, zoals het Franse intellectuelen betaamt, verdeeld over. Wat hen verenigt, zijn twee eisen aan de politieke partijen in het algemeen, en de socialistische in het bijzonder. Een: onmiddellijke opheffing van het wapenembargo dat de Bosnische moslims de handen bindt. Twee: afwijzing van ieder plan voor Bosnië dat de Servische agressors beloont. Of de groep zich volgende week - op de valreep - werkelijk laat inschrijven voor de verkiezingen van 12 juni, hangt er volgens Lévy van af, in hoeverre deze eisen weerklank vinden bij de kandidaten van de bestaande partijen.

Om hun ontvankelijkheid daarvoor te toetsen, hielden Lévy en zijn vrienden deze week een soort hearing in de salle de la Mutualité in Parijs. Het werd - volgens de verslagen in Le Monde en Le Figaro - vooral een avondje prijsschieten op kopstukken van diverse partijen, onder wie de eerste secretaris van de socialistische partij, Michel Rocard. Dit was te voorzien, maar vermoedelijk uit angst voor stemmenverlies waren de slachtoffers toch komen opdagen. Dat de kwestie-Bosnië op de agenda van de Europese verkiezingen is gezet, althans in de Franse media, is vooral te danken aan de publicitaire talenten van Lévy. “Er is maar één serieus probleem in het hedendaagse Europa: Bosnië”, zei hij in een interview met Libération. Om aan die opvatting maximale ruchtbaarheid te geven, maakte hij eerder dit jaar een documentaire film, 'Bosnia!' getiteld, die dezer dagen in première ging op het festival van Cannes, een mediacircus van formaat.

In een beschouwing over het optreden van Lévy c. s. vroeg Le Monde zich deze week af, waarom slechts in Frankrijk intellectuelen lakse politici lastig vallen met een politieke actie ten bate van Bosnië. Het antwoord zocht de krant hierin dat alleen Frankrijk, het land van Voltaire en Sartre, het historische fenomeen kent van een 'parti intellectuel' die zich ervoor beijvert dat 'de universele idealen van de Verlichting worden toegepast in de concrete politiek'. Er is weinig kennis van de 20e-eeuwse Franse geschiedenis voor nodig om dit beeld krachtig te nuanceren, maar dat hebben Lévy en zijn bondgenoten niet verdiend; trouwens, welke buitenlander die in eigen land om zich heen kijkt, kan daartoe het morele recht opeisen?

EUROPA NAAR 'üüN GROTE MARKT ZONDER POLITIEKE INTEGRATIE'

Als er in Frankrijk al enthousiasme voor de Europese verkiezingen bestaat, is dat in elk geval door het jongste nummer van Manière de voir - een thematische bundeling van stukken uit Le Monde diplomatique, aangevuld met enkele nieuwe artikelen - niet aangewakkerd. Diverse auteurs wekken sterk de indruk dat de Europese Unie hen gestolen kan worden. Ze is niet veel meer dan één grote markt voor op winst beluste kapitalisten die de verzorgingsstaat en de rechtspositie van werknemers ondermijnen. Dat de internationale concurrentie hun geen andere keus laat, is een argument waarvoor overheden - schrijft Christian de Brie - steeds vaker zwichten, ook al roepen ze met Mitterrand: 'Europa zal sociaal zijn of het zal niet zijn'. De ideologie van de vrije markt walst de solidariteit plat, beaamt Bernard Cassen. Hij citeert een studie van Franse economen die uitgerekend hebben dat tot het jaar 2000 in Frankrijk en andere landen zowel de economie als de werkloosheid zal groeien, en ongeveer in hetzelfde tempo. Conclusie: de economische groei vernietigt banen, in plaats van ze te scheppen. Hét probleem van Europa, vult Ignacio Ramonet aan, is de overleving van de verzorginsstaat. Als daar handelsbebeperkingen voor nodig zijn, moeten we er niet voor terugschrikken.

In de toekomstige uitbreiding van de Europese Unie - met Oostenrijk, Zweden, Noorwegen in Finland in 1995, en wie weet met hoeveel andere landen in de jaren daarna - zien de medewerkers aan Manière de voir vooral een nieuwe bedreiging van sociale verworvenheden. Cassen bepleit de vorming van statenbondjes binnen zo'n onoverzichtelijk geheel - clubjes van landen die (alleen) onderling solidair zijn en prioriteit geven aan de instandhouding van hun werkgelegenheid en sociale voorzieningen.

Maar veel hoop daarop heeft hij kennelijk niet. Hij citeert zijn landgenoot Jacques Attali - als president van de Oost-Europabank vooral solidair met zichzelf - die in het pasverschenen boek Europe(s) vier Europese toekomstscenario's schetst: 1. een federale unie van twaalf landen (of minder), 'een eiland van macht en harmonie in een oceaan van wanorde'; 2. één grote, zich tot in Oost-Europa uitstrekkende markt zonder politieke integratie; 3. een EuroAtlantische unie die opgaat in een wereldmarkt en waarin Amerika de lakens uitdeelt; 4. een continentale unie - een economische en politieke eenheid waarvan de Europese Unie, hervormd en uitgebreid, een der pijlers vormt. Voor de nabije toekomst houdt Attali het op de tweede mogelijkheid, op de lange duur ziet hij de derde werkelijkheid worden. 'Helaas', verzucht Cassen - en andere medewerkers aan Manière de voir zuchten met hem mee - 'een realistische voorspelling', die duidelijk maakt hoe blind de Europeanen zijn voor de risico's van de minderheidsrol waartoe ze, demografisch gezien, zijn veroordeeld.

Le Monde, Le Figaro, Libération, 19/5, 20/5. Manière de voir, mei 1994, 90 blz. - f 15.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden