recensie

'The Gabriels' biedt bloedeloze alledaagsheid, zonder zeggingskracht

In 'The Gabriels' is het een en al huiselijkheid. Beeld RV

Holland Festival
The Gabriels

Een doodgewone Amerikaanse familie die het aan de keukentafel over koetjes en kalfjes heeft. En intussen groentes snijdt voor de straks te nuttigen ratatouille. Terwijl de stoom van het kookwater voor de pasta boven het fornuis kringelt.

Het is in 'The Gabriels' van de New Yorkse groep The Public Theatre een en al real time huiselijkheid. Ouderwets knus met het bijeengeraapte houten meubilair, een bolle koelkast met kapot binnenlicht, het boodschappennetje aan een spijker, een afvalbak die zijn bovendeksel kwijt is, een slordig weggehangen schort.

'The Gabriels' speelt in het verkiezingsjaar 2016. Huh?! Het is dat in de acht uur durende voorstelling een enkele keer de naam Hillary voorbijkomt en nog minder vaak die van haar rivaal, dat je dat wel moet geloven. Anders zou je je moeiteloos in de jaren vijftig - met de (1!) telefoon op de gang - wanen. Met een hermetisch opgetrokken vierde wand, alsof er geen publiek rondom zit.

Evenzo blijft de buitenwereld ver buiten de muren van de familiewoning. De financiële problemen bijvoorbeeld zijn geen economische maar puur een gat-in-de-hand-kwestie.

De gesprekken zijn apolitiek, gaan veelal over doorsnee lief en leed of trivialiteiten. Onmin? Discussie? Verheffing van stem? Iedereen is even aardig tegen elkaar, enkel de oude moeder mag een doodenkele kat plaatsen, zodat het publiek, opgelucht, heel even kan lachen.

Terugkerende verdrietje 

Voor het zogenaamd broodnodige sentiment is er dan nog een terugkerende verdrietje over man/broer/zwager/zoon Thomas wiens as, in het eerste deel, net verstrooid is. Verder babbelt en kabbelt het maar door. Geen wonder dat de toch al matig bezette zaal na elke pauze meer gaten vertoonde.

Het lijkt of het Holland Festival zich bij de programmering heeft blindgestaard op het eigen thema 'democratie en representatie' in plaats van op zeggingskracht. De Londense voorstelling 'My Country', waarin in ruim één (erg lang durend) uur meningen van alle mogelijke Britten werden geponeerd, was al even non-descript als de bloedeloze alledaagsheid van 'The Gabriels'.

Schrijver/regisseur Richard Nelson schiet daarbij in karaktertekening tekort. De personages zijn inwisselbaar grijs. Zelfs de vakkundig gespeelde suggestie van een ter plekke geïmproviseerd gesprek gaat teloor, als op hinderlijk getimmer achter de schermen - foutje van Theater Frascati - niet wordt gereageerd.

En cliffhangers, die je bij een beetje soap nog bij de les houden, ontbreken ook al. Nelson zou eens bij 'The Nation' van Eric de Vroedt moeten gaan kijken om te zien hoe je iets gewoons kleur en politiek-maatschappelijke betekenis kunt geven. Dat vereist een scherp doordachte vorm en taal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden