The Eagle has landed

Veertigplussers kunnen zich precies herinneren wat ze deden in de nacht van 20 op 21 juli 1969. De rechtstreekse televisieuitzendingen van de eerste maanlanding maakten op miljoenen mensen een onuitwisbare indruk, niet in de laatste plaats door het tv-commentaar waarmee Henk Terlingen furore maakte. “De astronauten zijn om technische redenen al met de tv-camera bezig geweest, vanaf tien uur, maar juist nu deze uitzending begonnen is zijn we via de satelliet direct verbonden met Houston en dus met de capsule daar in de ruimte op weg naar de maan. Het is werkelijk een geweldige show.” Terlingen zelf heeft het zilveren jubileum van de maanlanding niet mogen meemaken: hij overleed deze week op 52-jarige leeftijd.

“En Armstrong is weer bezig in het kastje. Dat wil zeggen, ik weet niet of het Armstrong is, ik dacht niet dat-ie zo kaal was. Nee, nee, het is Aldrin.”

Armstrong, Aldrin, Collins. Op 16 juli 1969, vandaag precies vijfentwintig jaar geleden, nemen ze plaats in hun capsule bovenop de enorme Saturnus-5 raket. Het is een eeuw nadat Jules Verne zijn maanastronauten liet vertrekken vanaf een plaats die amper tweehonderd kilometer is verwijderd van het huidige Kennedy ruimtevaartcentrum. Barbicane, Nicholl en Ardan, gerespecteerde leden van de Gun Club in Baltimore, werden weggeschoten door een 270 meter lang kanon, geladen met tweehonderdduizend kilo schietkatoen. Het exterieur van hun capsule vertoonde een aardige gelijkenis met de Apollo-cabine.

In de Apollo-studio in Hilversum ontbrandt een lucifer. Miljoenen Nederlanders kunnen het horen. “Even een sigaretje erbij”, meldt Henk Terlingen onverstoorbaar. Edwin 'Buzz' Aldrin, maanlanderpiloot, zweeft over het scherm. “Deze beelden bereiken ons van zo'n driehonderdzevenentwintigduizend kilometer van de aarde verwijderd. En gaan dan nog even de hele aarde om voor ze bij ons in de huiskamer komen.”

De superlatieven waarmee Apollo destijds werd omgeven, hebben sindsdien weinig aan kracht ingeboet. Alles aan Apollo was groot. De raket was groot, groter dan al het voorgaande. De Saturnus-5 mat ruim 110 meter: zo hoog als de Utrechtse Domtoren, een flatgebouw van zesendertig verdiepingen, twintig meter hoger dan het Vrijheidsbeeld. Bij de eerste lancering bezweek het dak van het gebouwtje van de televisiemaatschappij CBS, vijf kilometer verderop. Het geluidsvolume werd vergeleken met dat van de vulkaan Krakatau, toen die in 1883 tot uitbarsting kwam.

Het gevaarte moest in grote moten worden aangevoerd vanuit de fabrieken in het hele land naar de startplaats in Florida. Daar, in de moerassen van Merritt Island, verrees een gebouw dat zijn weerga niet kende. In het Vehicle Assembly Building werden de raketonderdelen op elkaar gestapeld. Het complete hoofdkwartier van de Verenigde Naties zou door de beide deuren van het VAB kunnen rijden. De maanraket werd naar de startplaats gereden bovenop een tractor, zo groot als zeven tennisbanen.

De bedragen waren groot. Apollo kostte vierentwintig miljard dollar. De astronauten waren groot. Commandant van Apollo-11 was Neil Alden Armstrong, in 1930 geboren in Wapakoneta, Ohio, als zoon van een accountant. Op zijn zestiende verjaardag, nog voordat hij kon autorijden, haalde hij zijn vliegbrevet. Hij vloog in Korea, testte het X-15 raketvliegtuig en ging in maart 1966 voor het eerst de ruimte in. Daar toonde Armstrong zijn fameuze koelbloedigheid. Door een stuurraketje dat plotseling begon te werken draaide de ruimtecapsule als een waanzinnige rond zijn as. Armstrong, nauwelijks nog bij kennis, hield het hoofd koel en wist bijtijds de juiste knoppen in te drukken.

Over maanlanderpiloot Edwin Aldrin, roepnaam Buzz, zou Norman Mailer later schrijven dat hij binnen NASA zonder twijfel degene was wiens brein het dichtst bij de computer stond. Aldrin was, in tegenstelling tot Armstrong, geen testpiloot. Hij behaalde als eerste astronaut een doctoraat in de ruimtevaarttechniek aan het prestigieuze Massachusetts Institute of Technology. Aldrin was een hoofdrekenaar, een denker, een piekeraar. Groot was zijn frustratie toen duidelijk werd dat niet hij, maar Armstrong als eerste voet op de maan zou zetten. Die klap is hij nooit te boven gekomen. Na de Apollo-11 missie stortte hij volledig in. Hij werd opgenomen in een psychiatrische kliniek, raakte aan de drank en twee huwelijken liepen op een scheiding uit.

Michael Collins zou als piloot van de commandocabine om de maan cirkelen terwijl Armstrong en Aldrin op het oppervlak rondscharrelden. Collins, geboren in Rome als zoon van de Amerikaanse militair attache, had zijn uitverkiezing goeddeels te danken aan een succesvolle eerdere ruimtemissie. Ironisch genoeg was Collins de enige Amerikaan die de maanwandelaars niet op tv kon zien; zijn cabine had simpelweg geen toestel aan boord. Collins trok moederziel alleen zijn baantjes om de maan en moet tijdelijk de eenzaamste aardbewoner zijn geweest. Een PR-functionaris van NASA wist zelfs hiervoor een overtreffende trap te vinden. “Sinds Adam heeft geen mens zo'n eenzaamheid gekend als Mike Collins, zeker gedurende de vijfenveertig minuten van zijn omloopbaan die hij achter de maan doorbrengt, met alleen een bandrecorder waar hij tegen kan praten.”

De route naar de maan was al verkend door twee eerdere maantrio's. Tijdens kerstmis 1968 vloog Apollo-8 om de maan heen. Apollo-10 naderde het oppervlak tot op ruim veertien kilometer. “We hebben ervaring met rendez-vous in de ruimte, met gewichtloosheid en met ruimtewandelingen. Dat zullen we nu weer meemaken”, zei chef-astronaut Deke Slayton voorafgaand aan de start van Apollo-11. “Maar het enige dat we nog niet hebben gedaan is iemand ergens laten landen. Dat gebeurt voor het eerst tijdens Apollo-11.”

Het is zaterdag 19 juli. Door een precies gerichte vuurstoot komen de commandocabine met de vastgekoppelde maanlander in een baan om de maan. De astronauten halen hun camera's te voorschijn. De wereld kijkt mee.

Maandeskundige Chriet Titulaer in de Apollo-studio: “Opvallend is hoe zwart-wit de maan is; werkelijke kleuren ontbreken.” Terlingen: “Schubert hebben we in beeld, he, de centrale krater waarop nu ingezoomd wordt.”

De afdaling. De Eagle, het landingsvaartuig, wordt afgestoten en valt naar het maanoppervlak. Collins blijft achter in het moederschip. Armstrong en Aldrin lezen hun instrumenten af. Ze staan rechtop, in de krappe maanlander is geen plaats voor stoelen. Dan, als de Eagle dik twee kilometer boven het maanoppervlak scheert, schreeuwt de boordcomputer alarm. Een geel lampje flikkert op het controlepaneel. “Programma alarm”, meldt Edwin Aldrin aan Houston. “Het is een twaalf-nul-twee.” De vluchtleiders in Houston verstijven van schrik. Een twaalf-nul-twee, dat betekent een overbelaste boordcomputer. Een voortijdige afbreking van de vlucht is opeens een reele mogelijkheid. Formeel zit er zelfs niets anders op. Tenzij het alarm simpelweg wordt genegeerd. De computer werkt toch nog? Heel mission control is overwerkt en toch doet iedereen wat hij moet doen. De beslissing komt uiteindelijk neer op de schouders van een enkele, 26-jarige navigatiespecialist in de controlezaal, Steve Bales. Hij kent 'zijn' computer van binnen en van buiten. Als Armstrong vanuit de Eagle vraagt om uitsluitsel en de vluchtleider dwars door de zaal roept wat hij met dat alarm aan moet, vraagt Bales meer tijd. Die krijgt hij niet. Instinctief roept hij dan 'go!'. De maanlanding kan doorgaan.

Dan is het Neil Armstrong die de spanning opvoert. Snel wordt duidelijk dat de beoogde landingsplaats ongeschikt is. Het terrein dat op foto's nagenoeg vlak leek, blijkt bij nadere beschouwing vol te liggen met reusachtige keien. Armstrong moet ingrijpen. Hij bestuurt de Eagle verder met de hand. Zijn polsslag loopt op tot 156. Aldrin leest de hoogte en snelheid af. De afdaling lijkt eindeloos. De brandstof raakt op. In Houston spreekt de vluchtleider met degene die het contact met de astronauten onderhoudt. Iedereen in de zaal kan zijn woorden horen. “Je kunt ze er verdomme maar beter aan herinneren dat er geen benzinestations zijn op de maan.” De boodschap is begrepen. “Dertig seconden”, luidt de mededeling aan de maanreizigers. Drie dagen zijn ze onderweg en als ze niet binnen een halve minuut landen, storten ze reddeloos neer met een lege tank.

Het is nooit duidelijk geworden hoeveel seconden de Eagle nog restten. Meer dan twintig kunnen het er zeker niet zijn geweest. Dan meldt Aldrin dat de motor is afgezet. Technisch zit de landing erop. Houston wil het van de astronauten zelf horen en meldt: “We copy you down Eagle”. Enkele seconden later bevestigt Armstrong: “Houston, Tranquility Base here. The Eagle has landed”. Voor het eerst in bijna vijf miljard jaar krijgt de maan bezoek van twee aardbewoners die hun sloep aanmeren in de Zee der Rust.

“We zijn geland op de maan, dames en heren”, klinkt het plechtstatig vanuit Hilversum. Henk Terlingen schrikt als hij onverhoeds in beeld komt. “Laten we in Houston blijven”, gebiedt hij. Het vluchtleidingscentrum verschijnt weer op het scherm. “Het eerste dat er nu gebeurt is dat men beslist of men blijft of niet blijft.”

De Eagle is geland. De Eagle, zonder twijfel het lelijkste ruimtevaartuig ooit gebouwd. Een demente kat, een spin verslaafd aan LSD, zo zag Norman Mailer de Adelaar op vier poten. De kogelvormige cabine van Barbicane, Nicholl en Ardan oogde fraaier.

En als het na bijna zeven uur voorbereidingen in de maanlander tijd is naar buiten te gaan, schrijdt Neil Armstrong niet met opgeheven hoofd naar de dichtstbijzijnde rots om daar de Stars and Stripes te planten, nee, hij wurmt zich in zijn lompe ruimtepak achterwaarts uit het krappe luik van de Eagle.

“We zien je de ladder afkomen, Neil”, zegt Houston. “Oi-oi-oi”, klinkt het vanuit Hilversum. “Dat is z'n voet, hij probeert even de afstand. Nog niet, hij gaat eerst in de schotel (de 'voet' van het landingsgestel - MT) staan. Hij stapt nu op de schotel. Hij is twee inches ingedrukt. Poederachtige grond, nog niet die eerste stap gezet, hij staat nu nog op die schotel. Nu gaat het komen.”

Armstrong: “Ik ga nu van de ladder af stappen.”

Hilversum: “Aiii.”

Armstrong: “Het is een kleine stap voor een mens, maar een grote sprong voor de mensheid.”

Hilversum: “Commentaar van Armstrong.”

Armstrong: “Het oppervlak is fijn en poederachtig. Ik kan het losmaken met de punt van mijn laars. Het plakt in fijne laagjes als steenkoolpoeder aan de zolen en de zijkanten van mijn laarzen. Ik zak er slechts een fractie van een centimeter in weg, maar ik kan de afdrukken van mijn laarzen zien en de sporen in de fijne, zandachtige deeltjes.”

Houston: “Neil, dit is Houston. We copy.”

Hilversum: “We copy. Het is ongelooflijk!”

Zeshonderd miljoen televisiekijkers, onder wie paus Paulus VI in zijn zomerverblijf Castel Gandolfo, zien twee aardlingen huppelen op een andere wereld. Dichter bij God? Vrijwel alle twaalf maanwandelaars zouden achteraf toegeven in religieuze zin te zijn geraakt door de aanblik van de blauwe aardbol aan de inktzwarte maanhemel. Zo kwetsbaar, zo klein dat hij verdween achter een opgestoken duim. Neil Armstrong, de Neil Armstrong, huilde op de maan.

Een schitterende verlatenheid. Zo typeert Edwin Aldrin de Zee der Rust als hij een kleine twintig minuten na zijn commandant op het oppervlak staat. De horizon is vier maal dichterbij dan op aarde. Tot aan de einder blijft het zicht scherp. Er is geen wind, geen stof, geen wolk, geen zonlicht dat zich laat verspreiden door luchtdeeltjes. De grens tussen licht en schaduw is abrupt en intens: een plotse overgang van kokend heet naar bitter koud. De astronauten bewegen zich onwennig, maar vinden snel hun balans in de zwaartekracht die zes keer zwakker is dan de aardse. Hilversum: “Wonderlijk, deze maandans. Geweldig enthousiast zijn deze astronauten nu!” In de Apollo-studio klinkt onderdrukt gegrinnik als Aldrin zijn 'kangoeroe-hop' demonstreert. Zijn schim stuitert over het maanoppervlak.

Als de eerste paar maanstenen veilig zijn opgeborgen in de kofferbak van de Eagle (mocht een snelle terugkeer nodig zijn, dan is de buit in elk geval binnen), zetten Armstrong en Aldrin hun instrumenten op. Een meter die maanbevingen registreert, een laserreflector, een vaantje van aluminiumfolie dat geladen deeltjes uit de kosmos opvangt. Bij het planten van de vlag klinkt het Amerikaanse volkslied. Vanaf de maan? Vanuit Houston? De astronauten praten er gewoon doorheen. De 'star-spangled banner' is alleen op de Nederlandse tv te horen. Ideetje van regisseur Rudolf Spoor. “Hoe trots mag een land zijn dat het zo zijn vlag mag plaatsen”, zegt Henk Terlingen.

Een trotse president Nixon belt nog vanuit het Witte Huis. Daarna worden er nog meer maanstenen verzameld. Dan is de tijd om. Het aluminiumfolie wordt per ongeluk opgeborgen bij de maanstenen in de kofferbak: het experiment is prompt waardeloos geworden. Na het omkleden in de Eagle gooien de astronauten hun rugbepakkingen en overschoenen in het maanstof. De seismometer registreert de inslagen. Het achtergebleven maanstof in de cabine van de Eagle ruikt als kruit, zo meent Aldrin. De maan stinkt! De beide astronauten doen een dutje. Dan, ruim eenentwintig uur na de landing, stijgen ze weer op. Aldrin ziet nog juist hoe de Amerikaanse vlag neervalt in het maanstof. Hilversum: “De Apollo-reis gaat op een berekende wijze door, anders kan niet gezegd worden. Men is op weg naar huis, alles is wel aan boord.”

Donderdag 24 juli. Ten zuidwesten van Honolulu, niet ver van het vliegdekschip USS. Hornet landt de Apollo-11 cabine in de Stille Oceaan. Armstrong, Aldrin en Collins, ze dobberen in de golfslag van een helikopter. De eerste aardse geluiden die ze horen zijn een ronkende motor en zwiepende rotorbladen. De eerste aardlingen die ze zien zijn kikvorsmannen. Drie buitenaardse wezens zijn weer thuis.

Henk Terlingen: “Terwijl we kijken naar het ophijsen van de astronauten, moet ik even mededelen dat Pluimpje, en dat is dan voor de kinderen die het nu langzamerhand wel gezien hebben, op het tweede net te zien is. Pluimpje dus op het tweede net.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden