The Bodyshop in verlegenheid door toeleverancier

Op het landgoed Las Pavas in het zuiden van Bolívar, een snikhete regio vol weelderige bomen en planten en met veel water in het noorden van Colombia, verscheen op 14 juli 2009 opeens de oproerpolitie. De onthutste boeren moesten met lede ogen aanzien hoe hun water- en voedselvoorraaden werden vernietigd en hoe de hutten van sommigen werden verbrand. Toen ze van het landgoed verdreven waren, werden ook hun gewassen in brand gestoken.

De gemeenschap van rond de 500 boeren voert sindsdien een ingewikkelde juridische strijd met de machtige familie Dávila, die duizenden hectare land bezit en het bedrijf Daabón. Daabón produceert palmolie, onder andere voor The Bodyshop.

Gemeenschapsleider Misael Payares, een kleine, tanige zestiger, vertelt thuis in het gehuchtje Buenos Aires naast Las Pavas, waar de meeste boeren wonen: „We wisten dat we geen tegenstand konden bieden. We zouden onmiddellijk voor guerrillero’s worden uitgemaakt. Ons leven zou gevaar lopen. We besloten tot vreedzaam verzet.”

Dat duurt nu al meer dan een jaar en het begint de arme boeren op te breken. Ze zijn hun bron van inkomsten kwijt en tot de bedelstaf veroordeeld.

Tot voor kort kregen ze voedselsteun van het Wereldvoedselprogramma. „Dat heeft de voorwaarde gesteld dat we ook werken, maar die mogelijkheid zijn we juist kwijt”, verzucht Payares.

„Weggaan is geen optie", vervolgt hij. Wat moeten wij in de stad? Het is er hartstikke duur. We zouden er alles moet kopen. Dat kunnen we niet betalen. Het leven daar is pas echt miserabel.”

Sommige boeren hebben aan het kortste eind getrokken, zoals Martín Valiente. Hij is een van de twintig boeren die de armoede en het gebrek aan eten niet meer aankonden en een deal met Daabón hebben gesloten.

Dorpszanger Edwin Torres heeft er zelfs een lied over gemaakt. Al zingend legt hij uit: „Martín Valiente raakte bij de ontruiming zijn huis kwijt. Een van zijn dochters werd ziek en hij had geen geld om met haar naar de dokter te gaan. Ze ging dood. Het meest trieste is dat het palmoliebedrijf Valiente voor een paar centen heeft overgehaald om de gemeenschap te verlaten.”

Voor The Bodyshop is Daabón een aantrekkelijke leverancier omdat het bedrijf de palmolie kant en klaar aanlevert. Maar een onderneming die haar bestaansrecht ontleent aan milieuvriendelijke en sociaal verantwoorde producten, kan het zich niet permitteren om met een twijfelachtige leverancier in zee te gaan. Zo redeneren organisaties die de boeren van Buenos Aires steunen, zoals de non-gouvernementele organisatie Christian Aid.

De Dávila’s houden vol dat ze het land te goeder trouw hebben gekocht. Er was toen geen sprake van boeren die het land bewerkten, schrijft Daabón in een brief aan The Bodyshop.

Het bedrijf citeert een streekgenoot die vertelt dat de boeren een stelletje ruziezoekers zijn die met hulp van wat buitenlanders hun voordeel proberen te halen.

Christian Aid dringt er bij het Colombiaanse bedrijf op aan om de plantage te ontruimen en de schade voor de boeren te vergoeden. De organisatie beroept zich daarbij op een rapport dat een onafhankelijke commissie in opdracht van Christian Aid en Bodyshop heeft gemaakt. Daarin worden de geschiedenis van de boeren, de gang van zaken bij de aankoop van het landgoed door Daabón en de milieuschade door de palmolieplantage uiteengezet.

Bodyshop zelf gaat minder ver en dringt er bij Daabón op aan om met de boeren in Buenos Aires een dialoog aan te gaan en naar een bevredigende oplossing te zoeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden