The best of the west

Terugdenkend aan onze reis door Amerika gaan mijn gedachten niet naar de gapende afgronden van de Grand Canyon, de eeuwige schoonheid van Yosemite park noch naar "The Strip", de schromelijk overdreven straat van Las Vegas.

door Diana de Graaf-Rekourt

Ook niet naar de wandeling door San Francisco die je helpt herinneren dat je kuit en bilspieren hebt, of de onmetelijk rode bergen van Zion park, de zinderende hitte van

Desert-valley of de eindeloze kustwegen langs de afgronden.

Zelfs niet naar de overvloed aan kitsch in de pretparken van Disney of Universal studio’s.

Ze gaan naar San Diego, zo dicht bij de Mexicaanse grens dat we er even overheen moesten om te kunnen zeggen dat we buiten de zesduizend gereden kilometers in Amerika ook in Mexico waren geweest. Uit een vrolijk rood gekleurde automaat haalden we voor 5 dollar per persoon een kaartje geldig tot middernacht.

Veertig minuten, drie green-line-, één bleu-line-trolley en 26 haltes later stonden we aan de grens en met een zwiep van een veel kabaal voortbrengend verroest draaihek stonden we óver die grens, ons afvragend wat we hier eigenlijk moesten. Geen idee.

Achter de mensenmassa aan de brug over, naar de andere kant van de weg. Waren wij daar niet zojuist vandaan gekomen? Kijkend naar die andere kant, waar we naartoe zouden gaan op dit wellicht ‘s werelds kortste uitstapje, viel ons oog op een lange rij mensen. Een paar honderd meter stonden ze langs de weg en langs winkeltjes die drank, ijsjes én antibiotica verkochten. Verschrikt keken we elkaar aan. Onze weg terug naar Amerika zou gaan via deze menselijke file.

“Het kan wel 3 uur duren maar voor 10 dollar per persoon brengt een buschauffeur je in dertig minuten over de grens”, grinnikte een Amerikaan.

We gunden deze aasgieren geen 30 dollar en sloten aan in de rij.

Vijf kwartier later haalden we opgelucht adem op Amerikaanse bodem en weer zestien haltes later arriveerden we bij het centrum op zoek naar een gezellig restaurant. Maar het ene was nog luxer dan het andere. Wat ze gemeen hadden waren obers met hun reukorganen in de lucht waarschijnlijk door veel te strakke formele outfit. Hier waren wij, in kuitvrije broek, niet echt op gekleed dus we deden nog een rondje langs vele terrassen met net geklede mensen die nippend aan hun glas wijn vrolijk converseerden, totdat één van ons drie de zoektocht naar iets gezelligs zat werd en besloot de eerste de beste ‘tent’ in te gaan.

Restaurant “The Medici” werd het. Omdat het restaurant vernoemd was naar een in Italië zeer invloedrijke familie uit de 16e eeuw, die maar liefst 3 pausen, 2 koningen en Catharina, de boosaardige gifmengster, voort had gebracht, kon ik het niet laten mijn linkerwenkbrauw te heffen.

Dit was een van de duurste eetgelegenheden uit de straat maar de vrolijke ‘insmijter’ aan de deur had ons al sneller naar een tafel gebonjourd dan wij “No thanks” konden zeggen.

Ze plaatste zelfs de zorgvuldig gevouwen servetten één voor één op onze schoot en verliet ons met een vrolijk toegeworpen “enjoy”.

Kijkend om ons heen viel hier waarschijnlijk weinig te enjoyen.

Naast ons een tafel voor twaalf die in stilte iets te vieren had en verder veel stelletjes. En wij daar ergens tussenin. Onze ober, die op een Phil Collins look-a-like verkiezing toch zeker een leuke derde plaats zou binnen halen, keek stijfjes op ons neer. Zo dichtbij en toch zo afstandelijk.

Of we de wijnkaart wilden zien.

“No thanks, we want a Heineken and Pepsi”. Helaas fout geantwoord, want hoewel zijn gezicht in de plooi bleef, verraadden zijn ogen in welk hokje hij ons direct plaatste.

Bij het horen van “No salad” hoorde je het zware hek van ons denkbeeldige hok dichtvallen en bij het bestellen van alléén een hoofdgerecht draaide hij in gedachten een zware sleutel om en wierp hem weg.

Hij stak de menukaarten, met veelal ongeprijsde gerechten, onder zijn arm en verdween.

De zilveren onderborden verdwenen met hem en het wachten begon.

Even bekroop ons de stoute gedachte weg te lopen maar als slachtoffer van onze keurige opvoeding aanvaardden wij ons lot.

Toen de borden werden neergezet bleek de prijs-kwaliteitverhouding hier niet op te gaan.

Voor me een bordje vlinderpasta van 20 dollar waarin ik, zelfs na oneerbiedig gewroet met de vork, de beloofde zalm niet kon ontdekken.

De ober keurde ons geen blik meer waardig, terwijl we nog wel in tegenstelling tot de anderen met mes en vork aten, want hij was te druk met de salade van de feestvierende twaalf.

Na 20 minuten tevergeefs te hebben gewacht op een tweede Pepsi, en hij ons blijkbaar niet meer zag zitten, schoten we zijn collega aan. “Check please”.

Hij riep onze ober die de rekening op de hoek van de tafel legde en de tweede Pepsi neer wilde zetten.

“No”, klonken wij in stereo, “Too late”. Hij griste geïrriteerd de rekening en de Pepsi weg . We knikten tevreden naar elkaar. Dat durfden we toch maar.

Enkele minuten later kwakte hij de rekening minus de tweede Pepsi op dezelfde hoek en liep zonder te kijken weg.

Hij vroeg niet eens of het had gesmaakt.

Buiten gekomen keken we elkaar aan.

“Wat dacht jij?”

“Onvoorstelbaar!”

“Wat?”

“Grand Canyon.”

***************************************************

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden