Thales en de mosselman

Al sinds de oudheid is het plein de plek in de stad waar het gebeurt. In deze serie belicht Trouw het plein als spiegel van de stad. Vandaag: het Konakplein in Izmir.

ERDAL BALCI

IZMIR - Het water van de Egeïsche zee bundelt de krachten, streelt de kleine rotsen aan het strand, maakt een botsing met het hoge beton om vervolgens weer terug te glijden.

De meeuwen houden zich opvallend stil vannacht. De geliefden met hun zonnepitten zijn naar huis, de veerboot houdt haar nachtrust. Ik loop door een korte voetgangerstunnel en kom uit op het Konakplein. Ik voel mijn hart kloppen. De historische klokkentoren staat recht tegenover me. Het is alsof het Konakplein mij de zin van het leven gaat verklappen. Bestaat er een mooiere plek op de aarde? Een Koerdische jongen doorbreekt de stilte. Hij verkoopt gevulde mosselen.

De mosselenverkoper rookt inderdaad en heeft natuurlijk ook een sigaret voor mij. Hij komt naast me zitten, steekt míjn sigaret op en samen luisteren we naar het geruis van de palmbomen. Hij weet niet hoe de stad Izmir en deze plek zijn gesticht. Ik vertel hem dat de Amazones hier hebben geleefd. Dat zij hun rechter borsten afsneden om hun pijlen beter te kunnen richten. Hun beeldschone leidster heette Symirna. Symirna is met de jaren omvormd tot Izmir. En deze klokkentoren hier, vertel ik hem, is gebouwd tussen 1814 en 1838. Als aandenken van het vijfentwintigste regeerjubileum van de Ottomaanse sultan Abdulhamid.

Ik was hier twee jaar geleden ook. Het was in de middag. De zon stond recht boven mijn hoofd. Ik keerde de zee mijn rug toe en begon te lopen. Toen ik de grote weg overstak en nog even liep, bevond ik mij in de meest exotische marktplaats die ik heb gezien. De drukte van Oud-Delhi, de kruiden van de hele wereld en elk winkeltje met haar eigen muziek uit de cassettespeler. 'Kemeralti' heet deze markt. Je eet daar het lekkerste zoetgerecht 'Kazandibi' en kunt flink afdingen op alles wat je koopt.

“Ik ben ook naar de stad Nederland geweest”, zegt de mosselenverkoper. In de verte zie ik mannen halfwankelend lopen. Ze hebben zich flink bezopen in de bierhuizen, waarvan er tientallen zijn in de straten van Konak. “We waren met zijn zessen. Toen we de grens van Duitsland naar Nederland wilden oversteken, zagen we dat de hele grens tussen Duitland en Nederland afgesloten was met prikkeldraad. We gingen onder de prikkeldraad door. Het alarm ging af. We werden achterna gezeten door een helikopter. Ze pakten twee van onze vrienden, wij slaagden er wel in om de stad Nederland in te komen.”

Het is een uur. De wijken van de armen in de bergen rond Izmir onttrekken zich helemaal uit het zicht. Een enkeling is nog op en heeft de lamp aan staan. Naast ons staat het standbeeld, dat de bevrijdingsoorlog van de Turken symboleert . Om deze stad zijn de hevigste gevechten geleverd in 1923. Toen echter de Grieken eenmaal verdreven waren en de stad weer in Turkse handen was, ging de opperbevelhebber en de stichter van de Turkse republiek Mustafa Kemal Ataturk een glaasje raki (een alcoholbevattend anijsdrank) bestellen en terwijl hij met zijn blauwe ogen naar de blauwe zee keek, vroeg hij aan de serveerder: “Heeft de Griekse commandant Venizelos ook raki gedronken hier?” “Nee, nooit commandant”, antwoordde de jongen. “Waarom heeft hij dan in godsnaam Izmir bezet”, zei Ataturk. Een vuil, rillerig hondje steekt met de staart tussen de benen vlak voor ons de straat over. De wakker gebleven vliegen zuigen zich op onze benen. De Koerdische mosselenverkoper begint met zijn rechterhand een van de vliegen na te jagen. Hij spant zich enige tijd in, zonder resultaat. De jongen zit onder de lantaarnpaal. Hij heeft een scherpe neus en dunne lippen. Zijn gezicht vertoont de eeuwige droefenis, die zo'n weemoedige stempel heeft gedrukt op alle gezichten van de Koerdische ras. Een stomdronken man loopt lallend langs ons naar zijn huis en de mosselenverkoper begint aan een nieuw verhaal.

“In de stad Nederland werkten we in een autofabriek. Elke dag werden wij van ons huis opgehaald en met een busje naar de fabriek gebracht. We waren met zijn tienen in het busje. Op een dag hield de politie ons aan. Toen de agent de achterdeur opende, zag hij tien zwarte koppen in de bus. De chauffeur moest van de agent de politieauto volgen. Ik had het in mijn hoofd gezet om uit de bus te springen. Maar die verdomde chauffeur reed constant minstens 120 kilometer per uur. Maar bij een bocht moest hij vaart minderen. Ik zag dat de kilometerwijzer op 80 stond en sprong uit de bus. Ik wankelde even, maar viel niet op de grond. Toen ik rennend even achterom keek, zag ik dat de anderen als aardappelen uit een aardappelenzak uit de bus sprongen.'

Terwijl we een paar gevulde mosselen naar binnen werken, onderbreek ik een van zijn nieuwe verhalen en vraag hem of hij ook de magie voelt, die van dit plein uitgaat. De mosselenverkoper is overrompeld door de waarde, die ik aan het plein hecht. Nee, hij wil zo snel mogelijk naar Duitsland of Nederland, om veel geld te verdienen.

Misschien dat de Griekse filosofen Thales, Anaximenes en Anaximandros die magie wel voelden. Ze zaten op dit plein en filosofeerden over het leven. Ik neem afscheid van de mosselenverkoper. Hij blijft achter op het plein waar hij gevulde mosselen verkoopt en over elders fantaseert. Ik ga naar elders.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden