Texels duizendguldenkruid op een zomerse dag in september

Zwaarbewolkt was het, toen ik met fiets en tent van huis vertrok. Maar naarmate ik de randstad achter me liet en de kop van Noord-Holland naderde, veranderde het weer zienderogen. De bewolking brak en er verschenen stapelwolken met stukken blauwe lucht ertussen. Tijdens de oversteek naar Texel glinsterden de golven van het Marsdiep in de stralende zon.

Een eenzame rotgans graast aan een van de plasjes van de Petten. Een overzomeraar of een vroege wintergast? Drie grauwe ganzen vliegen over. Ze pendelen tussen de nabije Mokbaai, waar een dikke honderd soortgenoten met hun grote jongen op de kwelder grazen, en de zoetwaterplasjes, waar ze komen drinken. Op de eilandjes van de Petten - stil, nu de kokmeeuwen zijn vertrokken - hebben visdieven nog jongen.

Een wolk van een driehonderd goudplevieren vliegt op van het vogelreservaat 't Stoar. Vogels uit het noorden, die hier doortrekken of wellicht komen overwinteren na hun broedplichten te hebben vervuld. Ze zwenken als op commando allemaal tegelijk boven de weilanden, zodat je het ene moment een troep donkere vogels, het volgende ogenblik bijna niets ziet, omdat je tegen hun lichte onderkant aan kijkt. De plevieren zijn ook pendelaars die vaak op de slikken van de Mokbaai foerageren.

KALE LIJSTERBESSEN

De lijsterbessen aan de rand van het kampeerterrein zitten vol oranjerode vruchten, maar sommige van de door weer en wind geteisterde boompjes zijn hun blad al vrijwel kwijt. Met knutterende geluidjes vliegen kneuen over en in de berken zingen fitissen, op trek naar het zuiden nog mismoediger dan in het voorjaar.

Vlak naast de tent staat de struikhei in prachtige volle bloei. De Texelaars zijn het erover eens dat de hei mooier bloeit dan in jaren het geval is geweest. Een paar aardhommelwerksters vliegen van het ene naar het andere roodpaarse aartje en bruine veldsprinkhaantjes sjirpen in het stugge korte gras. Een heerlijk zomers geluid, dat de af en toe fel opstekende westenwind doet vergeten.

NATTE DUINVALLEI

Eerst koffie en dan de duinen van de Horspolder in. De duindoorns zitten vol oranje bessen, tenminste als het vrouwelijke struiken zijn. De mannelijke, zonder bessen, zijn even grijs als in de zomer. Rijpende zaaddozen van moeraswespenorchis en vleeskleurige orchis steken donker omhoog tussen lage kruipwilg, die binnenkort zal worden afgemaaid om te voorkomen dat de natte veldjes verworden tot wilgenstruweel.

Dit is zo'n beroemde natte duinvallei vol botanische stokpaardjes als parnassia, knopige vetmuur en pyrola. Parnassia staat met egelboterbloem en watermunt nog in volle nazomerbloei in de natte delletjes ten westen van de meertjes. Naar de pyrola, het rondbladig wintergroen, dat net als de orchideeën een bodemschimmel nodig heeft om te kiemen, is het even zoeken aan de voet van de bolvormige duintjes. Het zeldzame plantje is bijna uitgebloeid: aan rechtopstaande bloeistengels zitten lichtrode vruchtjes. Met wat moeite vind ik tussen het kruipwilgstruweel nog een paar planten, die met witte, wijd klokvormige, wasachtig doorschijnende bloemen prijken.

KLEINE SLAKKEN

Zwarte naaktslakken kruipen nog rond in het natte gras. Ze zijn amper half zo groot als aan de andere kant van het Marsdiep. Eind juni zag ik hier ook al van die kleine naaktslakken. Misschien worden ze op Texel niet groter.

Na de kille morgen komt het insectenleven snel op gang. Een icarusblauwtje op de rolklaver is nog schitterender blauw dan de hemel boven ons. Honderden heivlinders fladderen om de blauwpaarse watermunt. Een gamma-uil snort gehaast van trosje naar trosje. Grote grijze zandroofvliegen en snelpotige strandloopkevers vliegen op van kale zandplekken. Rode heidelibellen zwieren door de lucht in hun jacht op vliegen.

Een bruine kiekendief zeilt over de donkere rietpluimen. Af en toe vliegt een graspieper roepend op uit het fakkelgras. De luidruchtige stormmeeuwen, die in de duinen tussen Horspolder en Kelderhuispolder broedden, zijn uitgezwermd over de Waddenzee, de vissershavens, de veenpolders en de steden.

LICHTROOD MET GEEL

In de Kelderhuispolder vormt verdord strandduizendguldenkruid geelbruine plekken in groen grasland, dat als met madeliefjes wit gespikkeld is van de parnassiabloemen. Niet alle duizendguldenkruid is afgestorven: bescheiden tussen de hogere grassen bloeien plantjes met lichtrode vijftallige sterretjes met geel meeldradenhart.

Aan de voet van de verstuivende zeeduinen proberen zandzegge en biestarwegras het losse zand bijeen te houden. Er ontstaan nieuwe duintjes, waarvoor stekelig loogkruid en zeeraket soms het initiatief nemen. Bloeiende zeeraket lijkt op pinksterbloem, maar heeft dikke vetplantenbladeren. Je vindt veel minder bloeiende planten dan zaailingen, die direct te herkennen zijn aan die saprijke blaadjes.

Knikkend wilgenroosje groeit massaal op plekken waar de plantengroei door het zand is overstoven. Een enkele plant bloeit nog met avondroodroze bloemen, maar de meeste hebben lange zaaddozen, die rijp geworden openspringen en rijen zaadjes aan zilverwit pluis loslaten.

IN DE MEEUWENDUINEN

Vlieren gedijen op meeuwenmest en vormen landinwaarts de rand van de meeuwenduinen tussen Geul en Horspolder. Honderden spreeuwen storten zich luid kwetterend op de glimmend zwarte bessen.

In de broedtijd is het niet slim de grote zilvermeeuwenkolonie te betreden. Al ver voordat je het broedterrein bent binnengegaan, vliegen de vogels je luid alarmerend tegemoet. Zo weet de boswachter dat zich indringers in verboden gebied bevinden.

Nog steeds is de kolonie niet uitgestorven, maar de paar volwassen meeuwen alarmeren weinig overtuigend. Er zijn nog veel donker gevlekte jongen, al zo groot als de oude meeuwen, maar nauwelijks tot vliegen in staat. Na wat vliegpogingen verstoppen ze zich tussen de helm. Bij elke stap zie je dode jongen in een verkrampte houding, de meeste bijna vliegvlug. Ik vermoed dat de dagen dat ze voor het eerst op de vleugels gaan een kwetsbare periode is, omdat vliegen veel energie kost. Als er dan niet genoeg voedsel voorhanden is, gaan de jonge meeuwen van vermoeidheid en honger dood.

De meeuwenduinen vormen een merkwaardig landschap. In de kniehoge vegetatie van fakkelgras, akkerdistel, wilgenroosje en duindoorn liggen vlakten, die alleen begroeid zijn met kort gras, alsof het afgemaaid is. Dat zijn de plekken waar de meeuwen sinds mensenheugenis voor de paarvorming bijeen plegen te komen en waar 's zomers vaak troepen niet-broedende vogels staan te rusten. Indrukwekkend is een vlakte van bijna honderd meter lang en tientallen meters breed, zonder enige begroeiing, maar bedekt met het blauwe gruis van mosselschelpen, dat alleen afkomstig kan zijn van de uitgebraakte hoopjes onverteerbare voedselresten, die je overal in de kolonie vindt en die soms uitsluitend bestaan uit gave jonge mosselklepjes. Honderden generaties meeuwen moeten die plek bij elkaar hebben gekotst.

natuur deze week

In de hoge oeverbegroeiing van plassen en meren vallen de roze tuilen van het koninginnenkruid, de lichtrode bloemen van het harig wilgenroosje, de witte schermbloemen van waterscheerling en grote watereppe en de gele hoofdjes van de moerasmelkdistel op. Daar hangen ook de kraalachtig doorschijnende, rode bessen van het bitterzoet.

- Het blaasjeskruid is een waterplant met blaasvormige vallen tussen het fijn verdeelde blad. Daarin vangt het waterdiertjes, die als voedsel verteerd worden. Het groot blaasjeskruid, in sommige sloten en plassen, bloeit nu met donkergele leeuwenbekjesachtige bloemen.

- Op mooie dagen vliegen veel atalanta's en wat minder dagpauwogen vooral op koninginnenkruid en de roze tuinsedums. De snelle gamma-uilen bezoeken zowel overdag als 's avonds de afrikaantjes.

- Een opmerkelijk grote vlieg is de geelokselvlieg, een zwart dier met goudgeel voorhoofd en een gele vlek op de vleugelbasis. Het dier bezoekt bloedende berken en zit vaak te zonnen op boomstammen in de bosrand op de hoge gronden.

- Er zijn nu veel bloedrode, bruinrode en steenrode heidelibellen, niet alleen op de heide, maar ook in de laagveengebieden en de duinen. De talrijkste libellensoort is nu de paardenbijter. Die vliegt zelfs boven stadstuinen.

- Heggenmussen roepen nu opvallend vaak. Vooral in de morgen zingen roodborsten, tjiftjaffen en winterkoningen.

- Steenlopers houden het midden tussen plevieren en strandlopers. In winterkleed doen ze denken aan klein uitgevallen scholeksters. Ze broeden in het hoge noorden, het zuidelijkst aan de Oostzeekusten. Trekkers uit IJsland en van de Scandinavische kusten passeren ons land nu in grote aantallen op weg naar tropisch West-Afrika. Ze zijn nog in het uitzonderlijk bonte zomerkleed, een vlekkerige tekening in zwart, wit en roodbruin. De steenlopers, die we hier in de winter zien, zijn merendeels broedvogels van Noordoost-Canada en Groenland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden