Texel serveert lepelaars maaltje vis

COCKSDORP - Op Texel worden sinds een jaar driedoornige stekelbaarsjes en glasaaltjes van het Wad naar de polder Eijerland 'geheveld'. Daar dienen ze visetende vogels - vooral de zeldzamer wordende lepelaar - tot voedsel.

JAN SLOOTHAAK

George Wintermans van de Werkgroep Texelse Lepelaars buigt zich met een mengeling van vrolijkheid en spanning over het net. Er spartelen glinsterende visjes in, opgevangen na een tochtje dwars door het dijklichaam. De oogst is deze keer niet zo groot. Enkele tientallen stekelbaarsjes en twee glasaaltjes. “Dat komt door de oostenwind, dan wordt het Wad leeg gezogen en staat het water laag”, vertelt Erik van de Spek van Staatsbosbeheer.

Maar als de omstandigheden mee zitten worden er dagelijks duizenden visjes het eiland op 'gezogen', tot naar schatting wel 200 000 tot 300 000 per seizoen. Sinds de dijk op Delta-hoogte is gebracht, begin jaren '80, zag geen stekelbaarsje of glasaal nog kans op Texel te komen. Voor de drie lepelaarkolonies die het eiland rijk is, zou dat wel eens funest kunnen zijn. De 'vispassage Eijerland' moet daar verandering in brengen. Hoe zo'n hevel werkt, leer je vaak al als kind. Je zuigt de lucht uit een slang, waarvan de uiteinden twee teiltjes water verbinden. Het water stroomt dan 'vanzelf' naar het teiltje dat het laagste staat. Het is ook een beproefde methode voor de automobilist die zonder benzine staat en op die manier benzine uit de auto van een vriendelijke mede-automobilist overhevelt naar een jerrycan.

Bij Cocksdorp is hetzelfde principe toegepast. De dijk bij het gemaal Eijerland verbergt een ingenieuze installatie. Eerst moet aan het krioelende grut in het Wad kenbaar worden gemaakt waar de vispassage is. George Winterman: “We pompen door een leiding in de dijk eerst zoet water uit de polder naar de Wadkant. Daar komt het in een put. Als het daar hoger staat dan het water in het Wad, gaat er een klep open zodat het zoete water het Wad in stroomt.” De visjes komen op die zoete lokstroom af en zwemmen de put binnen en de klep gaat dicht. Vervolgens wordt in een hevel, in de vorm van een buis door de dijk, een luchtledig gezogen. De visjes worden in die zuigstroom mee genomen en komen aan de andere kant van de dijk er weer uit. Op den duur kunnen ze meteen de polder in zwemmen, maar voorlopig worden ze eerst nog opgevangen in een net. “Om ze te kunnen tellen”, zegt Wintermans. “We tellen het aantal vissen per overgehevelde liter. Aan de hand daarvan kun je berekenen hoeveel er gemiddeld per seizoen de polder in worden gebracht.

Fuik

Al met al heeft de vispassage drie ton gekost. Het gaat om een experiment dat is bekostigd door Rijkswaterstaat, de provincie Noord-Holland, het ministerie van LNV en het hoogheemraadschap. Staatsbosbeheer en het waterschap Hollands Kroon beheren de passage. Het systeem heeft ook aan de vaste wal aandacht getrokken. Waterschappen in Friesland en Groningen hebben belangstelling.

De trek van de vissen naar het zoete water is van februari tot mei. Vorig jaar kon er echter maar vier weken worden gedraaid. Door de extreme droogte kwam ook de Eijerpolder zo goed als droog te staan. Toch werden er in die paar weken nog 80 000 visjes overgeheveld. Nog eens 60 000 werden aan de wadkant in een fuik gevangen en overgebracht. In totaal werden dus 140 000 diertjes overgezet. “De fuik dient als controlemiddel”, vertelt Wintermans. Op den duur is de arbeidsintensieve fuik echter minder wenselijk. Hij verwacht dat de visjes die nu de fuik in zwemmen dan merendeels wel in de put zullen komen.

De Eijerpolder, ooit een kwelder waar het Wad vrij spel had, dateert van 1835 en is nu het domein van boeren. Lange tijd was de polder echter allesbehalve waterdicht: overal sijpelde water door de dijk. De stekelbaarsjes en glasaaltjes hadden geen moeite met die barriëre. Naarmate de dijken beter werden, veranderde dat en het op Delta-hoogte brengen van de dijk deed voor hen letterlijk 'de deur dicht.' Via het gemaal naar binnen zwemmen gaat ook niet, omdat die als een 'gehaktmolen' werkt. De pas geboren jonge baarsjes kunnen tezijnertijd wel weer via het gemaal het Wad opkomen. Ze zijn dan nog zo klein dat de 'schroefwerking' van het gemaal geen vat op hen heeft. Hun 'ouders', die in het voorjaar zijn binnen geheveld, komen het eiland niet meer af. Nadat ze voor nageslacht hebben gezorgd, gaan ze - voorzover niet verorberd door een vogel - dood van ouderdom. Voor de glasaaltjes, die juist naar zoet water komen om op te groeien, geldt dat niet. Als volwassen paling kunnen ze via het gemaal niet meer wegkomen. Ze worden gevangen door of een vogel of een mens... Aan de vaste wal komen stekelbaars en glasaal ook al niet meer makkelijk binnen. De visjes krijgen alleen nog een kans bij uitmondingen zoals de Eems-Dollard, de spuisluis Helsdeuren bij Den Helder, het Noordzeekanaal, de Nieuwe Waterweg en de Zeeuwse Delta. De kans om van daaruit de polders in te zwemmen is vaak gering. De stekelbaarsjes, die zich als toekomstige ouders aandienen bij het zoete milieu, kunnen daar dan niet paaien. Voor de glasaaltjes ligt het probleem anders. Die zijn geboren in de Saragossazee en zwemmen naar de vaste wal om in het zoete water op te groeien tot echte palingen. Ze arriveren bij de kust als jonge glasaaltjes, zo genoemd omdat ze dun en vrijwel doorzichtig zijn.

Garnalen

De lepelaars en trouwens ook andere visetende vogels, zoals de stern en de fuut, hebben ook ander voedsel. Van der Spek: “Ze eten bijvoorbeeld garnalen op het Wad.” In het vroege voorjaar zitten die nog diep in het water. Ze komen pas later, onder invloed van de zonnewarmte, naar hogere plekken om zich voort te planten. Tot die tijd zijn de vogels voor een deel aangewezen op de baarsjes en glasaaltjes. Vinden ze die niet op Texel dan vliegen ze naar Noord-Holland om landinwaarts achter de Helsdeuren, hun voedsel te vergaren. Watermans: “Maar op de energie-schaal is dat niet rendabel. Ze verbranden dat voedsel meteen door de grote afstand die ze moeten afleggen. En dat gebeurt juist in een tijd dat ze extra energie nodig hebben na hun trektocht uit het zuiden en voor het voeden van hun jongen.”

Op de andere waddeneilanden zijn ook lepelaarkolonies. Daar geldt het probleem minder omdat die op veel kortere vliegafstand van de vaste wal liggen. Overigens wisselt het beeld van de lepelaars in Nederland sterk. Ooit streken veel lepelaars neer bij onder andere het Naardermeer. Daar wordt er echter nooit meer eentje gesignaleerd. In de Oostvaardersplassen worden ze weer regelmatig waargenomen. Toch blijft het zaak voor hun belangen op te komen, verzekeren Van der Spek en Wintermans. Het is een op wereldschaal gezien, vrij zeldzame vogel. In Europa zijn er 2000 broedparen en ongeveer 800 paren trekken naar Nederland om te broeden. Er wordt, in het kader van Het Soortbeschermingsplan Lepelaars naar gestreefd dit aantal op duizend te brengen. Als alles meezit, levert Staatsbosbeheer op Texel dit jaar nog een extra bijdrage. De waterkeringen in de Moksloot worden namelijk voorzien van kleine 'trapjes', klein genoeg voor stekelbaarsjes om deze barriere al springend - naar het voorbeeld van grote broer zalm - te nemen. Daardoor kunnen de visjes ook het in het water van het duingebied komen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden