Texel: het paradijs van Jan Wolkers

De kleine Jan Wolkers moest met vader op zondag twee keer naar de kerk. Jan zocht God echter veel liever in de natuur, en in het boek van Jac. P. Thijsse met die prachtplaatjes van Texel.

De eerste keer dat Jan Wolkers op Texel kwam, was in een boek: het Verkade-album Texel van Jac. P. Thijsse. Als jongetje werd hij betoverd door de prachtige plaatjes van de natuur en de landschappen die Ludwig Wenkebach had geschilderd. 'Zo raak en summier, met zoveel helder duinzandgeschitter, dat het lijkt of de geest van Jongkind achter hem heeft gestaan en iedere verse waterverftekening voor hem heeft droog geblazen met de adem van een windvlaag uit zee', schreef Wolkers later in het essay De grazige weiden.

De genummerde plaatjes in de albums, die gespaard konden worden bij het beschuit van Verkade, wekten de hevige begeerte van de jonge Jan. Hij kon gemakkelijk aan die plaatjes komen, als zoon van een kruidenier. Jan Hendrik Wolkers senior dreef in de Deutzstraat 7 in Oegstgeest een chique kruidenierswinkel in 'Comestibles en Koloniale Waren', die gedurende de jaren dertig steeds verder verpauperde. In de winkel stond een okerkleurig beschuitblik van Verkade, 'zo groot dat je er een nijlpaard in had kunnen begraven'. Er pasten wel honderd rollen beschuit in.

"Als de vrachtwagen van De Ruijter uit Zaandam geweest was, was hij nog maar voor een kwart gevuld", schreef Wolkers. "Zodra er een nieuwe voorraad was afgeleverd en de argusogen van mijn vader achter slot en grendel zaten tijdens zijn middagdutje, sloop ik de winkel in en deed het deksel zo voorzichtig mogelijk open. Daarna wurmde ik mezelf op de rand, kwam spartelend als een droogzwemmer in evenwicht en greep de zijrand vast. Zo ver mogelijk boog ik dan de diepte in en wroette met mijn uitgestrekte hand door de rollen om de plaatjes te bekijken die vaag, maar voor een bezetene scherp genoeg, door de verpakking heen zichtbaar waren."

Jan keek niet alleen naar de plaatjes, maar las ook gretig de tekst van de albums. Anders dan de strenge woorden van de toornige God van zijn vader waren de woorden van Thijsse mild en vriendelijk. "Die albums waren mijn Heilige Schrift." Hij kon er geen genoeg van krijgen. "Als je Thijsse wilt citeren is het eind ervan zoek. Het gaat maar door, als een hoorn des overvloeds waaruit hij de hele flora en fauna van ons land over je uitstort in woorden en beelden die je voorgoed bijblijven."

Door zijn oudere broer Gerrit werd Jan met zijn liefde voor de biologie gepest. Geregeld maakte het gezin Wolkers op zondag, tussen de dubbele gang naar de kerk, een lange wandeling. Een stoet van kinderen, inclusief de grote olijfgroene kinderwagen met de jongste telg erin, slingerde zich naar het bos of het strand. Als Jan zich onderweg belangstellend over een bloemetje of plantje boog, zei Gerrit lachend: "Zien we daar niet het prachtige blauwe grasklokje (nummer 28) in gezelschap van het al even schitterende gele walstro (nummer 30) en het driekleurige duinviooltje (nummer 25)?" En als vader te scherp oplette of ze niet erg vrolijk werden voor de dag des Heren fluisterde zijn broer in zijn oor: "Kijk meneer Thijsse, nummertje twaalf."

Toen Wolkers daadwerkelijk voet op Texel zette, en er vanaf de lente van 1969 jaarlijks een aantal weken doorbracht, vond hij daar het verloren paradijs uit zijn jeugd terug. De uitgestrekte groene velden, de sterrenregen van bosanemonen in de lente, de glasheldere sloten vol kikkerdril, de egels in het bos, en het ruisen van de zee - ze voerden hem rechtstreeks terug naar Oegstgeest. Samen met Karina, sinds 1962 zijn onafscheidelijke geliefde, maakte hij talloze tochten over het eiland. Op 6 mei 1972 noteerde Wolkers in zijn dagboek: "We rijden weer door het bos, waar hele velden Romeinse of wilde hyacintjes in staan, en gaan dan naar het Geulgebied langs de Moksloot. Prachtig slootje. Gelukkig als in mijn jongensjaren."

Ook de dieren op Texel konden op de onvoorwaardelijke liefde van Wolkers rekenen. 'De Tarzan van de schapen' noemde hij zichzelf gekscherend. Als Wolkers in een weiland een schaap verwenteld zag liggen, hulpeloos op de rug met de pootjes omhoog, rende hij erop af en zette de wollen dame weer op haar pootjes - en redde haar zo van een wisse dood.

Talloze vogels heeft hij voor de ondergang proberen te behoeden. De meeuw Joop, bijvoorbeeld, in de herfst van 1970, die hij bij een stormachtige wandeling om de Hors had zien liggen. Spartelend op zijn zij en krampachtig met zijn vleugels slaand. Hij nam de meeuw mee naar De Krukel, het bakstenen huisje in de Eierlandse duinen dat Karina en hij daar een aantal weken per jaar huurden. In zijn dagboek noteerde hij: "Thuis leggen we hem in het eerste kleine kamertje. Ik probeer hem te voeren maar dat lukt niet erg. Alleen drinken gaat een beetje."

Even leek de meeuw op te knappen. "Ik krijg er soms wat brood in en hij schreeuwt soms als ik op het kamertje kom." Maar wat dagen later was het toch gebeurd: "De meeuw is dood, zoals ik gisteren al verwachtte. Zijn zwarte ogen zijn dof. Karina moet er bijna om huilen. Met het schepje haal ik de ring van zijn linkerpoot. Karina maakt een paar foto's terwijl ik het dode dier vasthoud. Daarna graaf ik een gat achter het huisje. Zijn snavel prikt in de aarde."

Tot aan zijn laatste dag bleef Wolkers gebiologeerd door de natuur als het kleine jongetje dat hij eens was. In 1980 was hij samen met Karina op Texel komen wonen in een mooi, hagelwit huis met uitzicht over de velden en een grote tuin. Hij stichtte er zijn eigen Hof van Eden. Waar hij ook mee bezig was, met wie hij ook sprak - alles en iedereen moest wijken als de bonte specht zich meldde. Of de schuwe familie Kraai, die hij zover had gekregen dat ze binnen het tuinhek kwamen eten. 'Ooooh, zie je dát!' Dan viel alles stil en verzoende hij zich met zijn eigen einde: Hij had, zo vertelde hij vaker, 'in zijn leven zo veel vogels gered dat ik denk dat ze mij met z'n allen op hun snavels zo de hemel in dragen.'

Biograaf Onno Blom ging in Wolkers' werk en dagboeken op zoek naar diens levenslange liefde voor Texel. Het boek 'De Tarzan van de schapen', vol beeld en tekeningen van de schrijver, is voor 17,50 euro te bestellen bij: boekhandel@hetopenboek.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden