TESTS ALS CONTRA-EXPERTISE

'Voor mij bestaat er niks onder vwo' riep onlangs een betraande moeder tegen L. Koster van de Amsterdamse schoolbegeleidingsdienst ABC. 'Toch zit uw zoon eronder, en hij bestaat wel' antwoordde Koster.

Het zal je ook maar gebeuren: in gedachten zie je je zoon van twaalf al uitgroeien tot hoogleraar en ineens komen een paar zuurpruimen van leraren je vertellen 'dat uw zoon al genoeg moeite zal hebben met de havo'. De betraande moeder had van Koster zo graag anders willen horen. Het ABC test jaarlijks een kleine twintig leerlingen op verzoek van ouders die het oneens zijn met het oordeel dat de basisschool heeft geveld over hun kroost. Onder hen bevond zich de zoon van K. Schaapman, de moeder die twee weken geleden van de rechter de kosten terugkreeg voor de bijles én de ABC-testdie haar haar zoon had gekregen.

Het verhaal van Schaapman - haar zoon stevent af op een hoger schooltype dan de basisschool aangaf - is een opmerkelijk succes. Maar niet iedereen verlaat het pand van ABC in een juichstemming. “Je moet regelmatig vertellen dat de school er niet ver naast zat”, zegt Koster.

Een van de problemen is dat veel leerlingen aardig wat capaciteiten hebben, maar naarmate ze ouder worden steeds meer opgeslokt worden door andere activiteiten. “Een leerling kan best intelligent zijn, maar als de puberteit begint - en dat is steeds eerder - wil-ie ook verkering, sporten en brommer rijden. Als ouders dat willen verbieden, moeten ze het zelf willen. Maar voor de ontwikkeling van een kind is dat lang niet altijd goed. Ouders onderschatten nogal eens de invloed van het puberen op de schoolresultaten. Soms zou een hoger schooltype best kunnen, maar wring je je kind daarmee vreselijk uit.”

Scholen die de teleurstelling van ouders over zich heen krijgen, hebben dat vaak mede aan zichzelf te wijten, zegt Koster. “Scholen hebben nogal eens de neiging om niet helemaal duidelijk te zijn over het advies voor de keuze voor een middelbare school. Ze wachten er lang mee en ouders die ernaar vragen worden daarop aangekeken: daar heb je weer van die prestatiegerichte types. Als de school dan pas in maart een advies geeft, heb je de poppen aan het dansen. Het werkt natuurlijk ook twee kanten op: ouders moeten er enigszins tactisch naar vragen. Het is heel belangrijk dat je respect hebt voor de deskundigheid van leerkrachten. Jij hebt vooral oog voor je eigen kind, maar de leraar moet zijn aandacht verdelen tussen 30 of 35 leerlingen.”

De ouder die van mening blijft dat er echt meer zit in zijn kind, kan terecht bij schoolbegeleidingsdiensten zoals ABC. “Doe dat zoveel mogelijk in overleg met de school”, zegt Koster. Niet alleen om te voorkomen dat de verhouding zich verhardt, maar ook vanwege de kosten: het goed 'doorlichten' van een kind kost al snel negenhonderd gulden. Bij ABC hebben ze zelfs een apart bureautje voor opgericht, want Koster spreekt steeds meer ouders die hun kind toch zelf willen laten testen.

Veelgebruikt zijn de 'wisc-r-testen' met vragen uiteenlopend van 'hoeveel poten heeft een hond' tot een nog vrij complexe berekening van het aantal vierkante meters van een stuk tuin. Ze omvatten een hele batterij waarin wordt gekeken naar zaken als intelligentie, leervermogen, eventuele specifieke problemen als dyslexie en sociaal-emotionele zaken. Na een tot twee ochtenden volgt een uitgebreide rapportage van het kind. “Soms is het potentieel van een kind veel groter dan het daadwerkelijk verworvene. Dat kan dan aan de school liggen. Een enkele keer is dat duidelijk, als van dezelfde school verschillende kinderen problemen hebben met bijvoorbeeld lezen. Dat laten we dan ook de school weten. Maar anders dan de onderwijsinspectie, die heel sturend was totdat de autonomie van scholen belangrijker werd, hoeft de school zich van ons advies niets aan te trekken.”

Koster weerspreekt dat ouders tegenwoordig zó ambitieus zijn dat ze meer willen voor hun kind dan-ie aankan. “Die ouders zijn er natuurlijk wel. Maar vaak zijn ouders heel reëel in de verwachtingen. Ouders vinden het ook steeds belangrijker dat hun kinderen een opleiding gaan volgen waarmee ze een goede kans op een baan hebben. Dus niet per se het vwo of de havo.”

Vijf procent van de leerlingen op de basisschool scoort op de Cito-toets beduidend lager dan het beeld van de school. Voor die groep gebruikt Koster sinds twee jaar een aanvullende toets, de 'givo-test'. Die voorspelt wat de leerling in de toekomst aankan en bemiddelt zo aardig tussen citoscore en schooladvies.

Dat ouders nogal eens door een school op het verkeerde been worden gezet, is ook de ervaring van psychologe M. de Bil van het psychologisch adviesbureau Perspectief in Capelle aan de IJssel, dat zich ook richt op kinderen met leerproblemen. “Een leerling krijgt bijvoorbeeld allerlei zevens voor een tussenrapport en dan is het advies ineens vbo-mavo, terwijl de ouders al aan havo dachten.”

“De ene zes is de andere niet: in het rapportcijfer wordt ook de inzet van een leerling meegewogen”, zegt B. Hogeboom van het Christelijk Pedagogisch Studiecentrum, dat scholen ondersteunt. “Een school zal zo expliciet mogelijk moeten vertellen waar iedere leerling staat. Ouders willen nu eenmaal een second opinion, zoals je dat een tijdje terug ook in de gezondheidszorg zag, dat is een algemene trend. De vertrouwensrelatie met de leraar wordt minder blindelings. Maar ik zou wel iedere ouder die twijfelt, aanraden eerst met de school te praten. Als een auto stuk is, ga je ook eerst terug naar je garagehouder. Blijf je dan twijfels houden, dan is zo'n test een goede aanvulling. Al is het maar om jezelf gerust te stellen.”

Voor zeshonderd tot negenhonderd gulden kunnen ouders bij bureau Perspectief terecht voor een compleet onderzoek van een hele dag. De Bil heeft nog geen grote toeloop van ouders meegemaakt. “Het komt wel voor dat ze hier naartoe komen, omdat de school geen geld meer heeft voor de begeleidingsdienst of omdat het daar te lang duurt.”

“De Cito-toets kijkt alleen naar de schoolvorderingen en doet niet aan iedere leerling recht. Het testen van de mogelijkheden van kinderen kan een nuttige aanvulling zijn”, zegt De Bil. Niet iedereen zal Perspectief met een klinkend resultaat verlaten. “Vaak zit de school toch in de goede richting”, zegt De Bil. Dat is even slikken voor ouders die hun kind al professor zagen worden. “Maar als wij wat meer uitleg geven, is het meestal toch gemakkelijker te accepteren. Soms doet een kind het heel goed op de basisschool, maar komt dat door heel veel inzet. Later op havo of vwo, waar meer inzicht wordt gevraagd, zouden dan problemen komen.”

“Meestal heeft de school toch gelijk”, zegt medewerker E. van der Oord van het Amsterdamse psychologenbureau Ergoselect. Wel test hij regelmatig kinderen die door de school als algemeen zwak worden beschouwd, maar dyslectisch blijken en met extra ondersteuning een stuk verder komen.

Psychologe De Bil ontmoet wel ambitieuze ouders, maar het merendeel heeft volgens haar toch een realistisch beeld. Ze kan zich wel voorstellen dat de school zich gepasseerd voelt als ouders op eigen houtje hun kind laten testen. “Ik heb wel eens meegemaakt dat een school dan heel wantrouwig wordt. Terwijl wij op dezelfde manier werken als de schoolbegeleidingsdienst. Ouder willen soms ons helemaal geen informatie vooraf geven, ook niet van de school, omdat ze denken dat we dan het beste een onafhankelijk oordeel geven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden