’Testen van medicijnen is een taak voor de overheid’

Overheden vertrouwen de scholing en voorlichting over geneesmiddelen te lichtzinnig toe aan de farmaceutische industrie. Dat leidt tot eenzijdige informatie én tot ongelukken, zoals onlangs met de pijnstiller Vioxx, zegt Jerry Avorn, hoogleraar geneeskunde aan Harvard.

Overheden moeten niet weglopen voor hun taak een deugdelijk geneesmiddelenbeleid op te zetten, vindt Jerry Avorn. Ze lopen er wel voor weg. Ook in Nederland.

Er moet veel meer geld worden gestoken in verbetering van het voorschrijven van medicijnen, aldus Avorn. Dat betekent dat de overheid zich intensief moet bemoeien met de nascholing van artsen, die nu goeddeels in handen is van de farmaceutische industrie.

Avorn doceert geneeskunde aan de Harvard Medical School en is hoofd farmaco-epidemiologie van het Brigham and Women’s Hospital in Boston. Hij is in Nederland voor het 40-jarig jubileum van het Geneesmiddelenbulletin, een onafhankelijk informatieblad voor artsen en apothekers.

Jerry Avorn is vooral bekend door zijn vele wetenschappelijke publicaties over rationeel geneesmiddelengebruik. In 2004 publiceerde hij ’Powerful Medicines’, een bestseller over de voordelen, risico’s en kosten van geneesmiddelen. Op grond van 25 jaar praktijkervaring als ’family doctor’ en verpleeghuisarts beschrijft Avorn hoe het op tal van terreinen is misgegaan met het geneesmiddelenbeleid in de VS.

Het centrale thema van het boek is ook actueel in Europa en Nederland: worden dokters en hun patiënten wel goed geïnformeerd over werking, bijwerkingen en effectiviteit van nieuwe middelen? Volgens Avorn gebeurt dat niet.

De miljardenmarkt van pillen en poeders wordt in de VS, meer nog dan in Europa, gedomineerd door de farmaceutische industrie. Dat komt doordat in Amerika publieksreclame is toegestaan voor medicijnen die alleen op doktersrecept verkrijgbaar zijn.

Enkele jaren geleden hield het Europees Parlement met een overtuigende meerderheid een experiment met reclame voor een paar groepen geneesmiddelen in de EU tegen. Maar de nieuwe eurocommissaris volksgezondheid, de Griek Markos Kyprianou, heeft laten doorschemeren dat hij broedt op een nieuw voorstel voor een proef met geneesmiddelreclame in de EU.

„Een heilloze weg”, zegt Avorn. „Door publieksreclame voor geneesmiddelen worden patiënten handelsvertegenwoordigers van de farmaceutische industrie. Ze komen wapperend met advertenties op het spreekuur en willen dat de dokter dat geweldige nieuwe middel ook gaat voorschrijven. Er gaat veel kostbare tijd verloren in spreekkamers aan dit soort zinloze discussies. Maar het is precies wat de industrie wil.”

Hij is niet bang voor mondige patiënten. „Maar de informatie aan patiënten moet gebaseerd zijn op wetenschappelijk bewijs en niet op de marketingbelangen van een fabrikant.”

In zijn boek behandelt Avorn uitvoerig de discussie over de massale toediening van hormonen aan vrouwen in de overgang. Avorn meent dat de vele duizenden extra gevallen van borstkanker en beroerten als gevolg van hormoonsuppletie niet waren ontstaan als er veel eerder grootschalig onderzoek was geweest naar de effecten van deze middelen.

„Maar wie neemt het initiatief voor dergelijk kostbaar onderzoek? Wie stelt hier geld voor beschikbaar? De industrie vindt dit soort onderzoek niet interessant. Fabrikanten zijn alleen geïnteresseerd in het financieren van studies die kunnen bijdragen aan marketingbelangen, zoals een mogelijke uitbreiding van indicaties waarvoor een middel kan worden toegediend.”

Iets soortgelijks deed zich voor bij Vioxx, de ontstekingsremmende pijnstiller van Merck (in Nederland: MSD). Het middel moest in 2004 wereldwijd van de markt worden gehaald toen uit een lopende studie bleek dat gebruikers een twee maal grotere kans hadden op hartinfarcten en beroerten. Wereldwijd zijn er waarschijnlijk vele duizenden Vioxx-gebruikers ziek geworden of overleden door het slikken van een pil, die langzaamaan een soort ’superaspirientje’ was geworden. Artsen waren Vioxx voor allerlei pijnkwaaltjes gaan voorschrijven, terwijl het middel was toegelaten voor artrose en reuma.

„Al in 2000, dus ver voordat Vioxx van de markt is gehaald, werd er van alle kanten aangedrongen op onderzoek naar de cardiovasculaire risico’s van dit middel. Maar het moest tot 2004 duren voordat er zo’n studie kwam. Toen waren er alleen al in de VS 20 miljoen gebruikers.”

„We kregen al die jaren alleen studies te zien die Merck ons graag wilde leveren. Kijk, het is goedkoop voor overheden dat klinische studies naar geneesmiddelen vooral door de farmaceutische industrie worden gefinancierd, maar het is zeer de vraag of dit in het belang is van de volksgezondheid.”

Volgens Avorn moet er gezocht worden naar manieren voor artsen en patiënten om onafhankelijke informatie te vergaren over veiligheid, werkzaamheid en kosten-effectiviteit van nieuwe geneesmiddelen. „Dat kan door publicaties zoals het Geneesmiddelenbulletin, dat een erg goede naam heeft. En artsen moeten beter worden geïnformeerd over de werkelijke waarde van de artsenbezoekers van de industrie en de kleurrijke reclamefolders die zij toegestuurd krijgen.”

De Harvard Medical School is bezig met het ontwikkelen van een lespakket voor toekomstige dokters over de marketingtechnieken van de farmaceutische industrie. „Ook in de VS krijgen studenten aan de medische faculteiten te weinig te horen over de marketing van geneesmiddelen. We willen hen beter gaan informeren.”

Het project wordt indirect gefinancierd door de farmaceutische industrie. Fabrikant Pfizer betaalde in 2004 vrijwillig 430 miljoen dollar schadevergoeding voor stelselmatige overtreding van marketingregels bij de promotie van het epilepsiemedicijn Neurontin.

Pfizer had bij de marketing van Neurontin zowat alles gedaan wat verboden was: dokters werden gefêteerd op Hawaï, medische opinieleiders werden gekocht om andere artsen te beïnvloeden en de fabrikant ’regelde’ positieve publicaties in medische bladen.

Het marketingplan was erop gericht om Neurontin ook voor andere medische problemen voor te laten schrijven. Ziekten dus waarvoor het middel niet was geregistreerd. De aanpak lukte: het middel voor epilepsiepatiënten werd gegeven aan mensen met ADHD, manische depressie, migraine en pijn. In zes jaar vertienvoudigde in de VS het aantal recepten.

Om een pijnlijke veroordeling te vermijden, bood Pfizer uiteindelijk de schikking aan. Een deel van dat geld is toegewezen aan Harvard voor het project van Jerry Avorn. „Het geld van Pfizer wordt besteed aan een betere opleiding van medische studenten. Ook gaat er geld naar patiënten- en consumentenorganisaties als tegenwicht tegen de zware sponsoring door de farmaceutische industrie.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden