Test wijst uit: Managers zijn emotioneel intelligent, hoogbegaafde mannen niet

NIJMEGEN - Het is nog te vroeg om een direct verband te leggen tussen een hoge emotionele intelligentie en (toekomstig) succes in werk, studie en relaties.

Onderzoeken wijzen wel in die richting, maar hebben vaak nog een hoog kip- of ei-gehalte. Het zou goed zijn om te onderzoeken of ook objectieve factoren meespelen bij mensen die hoog scoren in de EQ-test (emotioneel quotiënt) en succesvol zijn. Deze kanttekeningen plaatst de psycholoog dr. J. Derksen in het boek 'EQ en IQ in Nederland'. Het boek is gisteren gepresenteerd op een symposium in Nijmegen als aftrap van de Nederlandse EQ-test.

Pas als iemand in een reeks van jaren verschillende keren is getest, levert dat het wetenschappelijke bewijs op dat een hoge emotionele intelligentie leidt tot succesvol functioneren. Bij kinderen is dat verband al vastgesteld aan de hand van een ogenschijnlijk simpele proef met marshmallows. Kinderen die vijftien of twintig minuten van zo'n snoepje konden afblijven, kregen als beloning drie marshmallows. Deze groep bleek na de middelbare school tot de uitblinkers te behoren. “In sociaal opzicht waren ze vaardiger, effectiever, assertiever en beter bestand tegen de frustraties van het leven dan de grote groep van marshmallow-eters die niet kon wachten.”

Het begrip emotionele intelligentie heeft de laatste jaren opgang gemaakt als tegenhanger van cognitieve intelligentie. Het intelligentiequotiënt (IQ) blijkt geen betrouwbare graadmeter hoe het verdere leven zal verlopen. Maar 20 procent van het succes wordt bepaald door intellectuele kwaliteiten. Voor de prestaties op school en het werk zou het IQ zelfs nauwelijks een rol spelen. Volgens Amerikaans onderzoek zou emotionele intelligentie voor 27 procent bijdragen aan persoonlijk en beroepsmatig succes. Derksen streeft naar een combinatie van de IQ-test en de EQ-test.

In met name Canada en de Verenigde Staten laten steeds meer ouders, scholen, bedrijven en instellingen hun kinderen, leerlingen en (potentiële) werknemers een EQ-test afnemen. Dat biedt de mogelijkheid om opvoeding, scholing en werk zonodig aan te passen en zou ook in een vroeg stadium 'hoogscoorders' eruit pikken. De EQ-test is omstreden omdat het volgens tegenstanders niet mogelijk is om emotionele intelligentie te meten.

De test bestaat uit het beantwoorden van 133 beweringen, waarbij de testpersoon op een schaal van 1 tot 5 moet aangeven of een bewering wel of juist niet van toepassing is. Bijvoorbeeld “Ik vind iedereen die ik ontmoet aardig” of “Het is moeilijk voor me om te glimlachen”. Zo ontstaat een beeld hoe assertief en impulsief iemand is en over hoeveel zelfrespect, inlevingsvermogen en sociale vaardigheden hij of zij beschikt.

De gemiddelde score ligt rond de 100 punten. De voor Nederland ontwikkelde EQ-test is uitgeprobeerd op ruim 1600 mensen. Net als eerder is vastgesteld in Canada en de VS blijken vrouwen niet emotioneel intelligenter dan mannen. Wel zijn er op onderdelen duidelijke verschillen. Vrouwen scoren hoger op de interpersoonlijke aspecten en het emotioneel zelfbewustzijn, terwijl mannen beter stress verdragen en hoger scoren op onafhankelijkheid, het oplossen van problemen, optimisme en zelfrespect.

Emotionele intelligentie houdt mede verband met inkomen en het al dan niet hebben van een partner. Mensen met een hoog inkomen dan wel met een partner scoren hoger op de EQ-schaal dan mensen met een minimuminkomen dan wel zonder partner. De opleiding speelt slechts een ondergeschikte rol. Hoogbegaafde mannen scoren qua emotionele intelligentie juist lager dan gemiddeld: 92 punten. Managers komen daarentegen weer hoog uit op gemiddeld 115, terwijl schooldecanen met 108 punten “een zeer evenwichtig profiel” laten zien. De Nederlandse schaatsploeg die op de Olympische winterspelen in Nagano veel succes had, is ook op emotionele intelligentie onderzocht. Als groep scoren de schaatsers met 105 punten hoger dan gemiddeld, vooral waar het gaat om impulscontrole, onafhankelijkheid en stresstolerantie. In onderlinge relaties, inlevingsvermogen en sociale verantwoordelijkheid komen de schaatsers erg laag uit de bus. Dat blijkt in dit specifieke geval functioneel. Derksen “Om de uiterste concentratie te kunnen opbrengen, moeten ze zich goed kunnen afsluiten van hun sociale omgeving, zich er niets van aantrekken en zich volledig op zichzelf richten. Met deze discussie kwam voor het eerst een lage score als een pluspunt bij een prestatie naar voren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden