'Terugkijken hoeft niet altijd zeer te doen'

interview | Stefan Hertmans (Gent, 1951) is schrijver, dichter en essayist. Hij ontving vele prijzen waaronder in 2014 de AKO Literatuurprijs voor 'Oorlog en Terpentijn'. Onlangs verscheen bij De Bezige Bij zijn nieuwe roman 'De Bekeerlinge'.

I Bovenal bemin één God

"Ik ben als kind zeer gelovig geweest, maar - en da's iets geks, misschien niet het antwoord op uw vraag - ik heb vooral een levendige voorstelling van het aards paradijs gehad. Het was een grasveldje met daarachter een paar struiken met van die witte besjes die onder uw voeten uiteenspatten. Zelfs toen ik van mijn geloof was gevallen, bleef dat beeld voor mij bestaan.

Twee jaar geleden reed ik met mijn zoon naar een park in de buurt van Antwerpen dat na de oorlog door mijn vaders vader is aangeplant. We liepen het park in en verdomd, daar lag dat veldje. Precies zoals ik het in mijn kinderjaren had achtergelaten, mijn hof van Eden.

God is voor mij een soort Über-ich, een in jezelf geïnstalleerde Big Brother die je voortdurend in de gaten houdt, maar tegelijkertijd belooft naar je te luisteren. Het is die ondraaglijke machtsverhouding waarvan ik tijdens mijn jaren op de universiteit filosofisch afstand heb geprobeerd te nemen.

Ik heb vaak gedacht dat ik er vanaf was, maar de waarheid is dat het verlies van geloof een leegte achterlaat. Georges Bataille (Frans schrijver en filosoof, 1897 - 1962, AV) noemt dat de atheologie van de innerlijke ervaring.

Ik miste aanvankelijk de intimiteit van het katholieke geloof; de stem met wie je kunt praten als je op je oorkussen droevig ligt te zijn.

Het is even wennen aan de gedachte dat er niet iets is wat alles bestiert en beschermt."

II Zweer niet ijdel, vloek noch spot

"Het is niet interessant om anderen te vernederen. Aretha Franklin zong het al: 'r.e.s.p.e.c.t, find out what it means to me'.

Het is wel zo praktisch om een beetje rekening te houden met elkaar, je hebt veel minder gedoe als je niet de hele tijd de aap uithangt.

Ik kan me behoorlijk ergeren aan dat zogenaamde recht op beledigen. Wat te denken van het recht op hoffelijkheid? Hou je in. Stel je oordeel uit.

Of, zoals mijn brave, katholieke moeder altijd zei: 'Draai je tong in je mond zeven keer rond.'"

III Heilig steeds de dag des Heren

"Zondag was een feestdag. Iedereen in bad, zondagse kleren aan, een uitgebreid ontbijt en dan met z'n allen in mijn vaders auto naar de kerk. Na de dienst nam mijn grootvader mij vaak mee naar musea en toonde mij schoonheid. Vreugde en schoonheid: dat was voor mij de dag des Heren. Na mijn puberjaren kwam er een periode waarin ik die dag opzettelijk negeerde maar desalniettemin op zondagmorgen ineens het gevoel kon hebben dat er iets aan ontbrak... Met het ouder worden heb ik de zondag als feestdag in ere hersteld. Op een doordeweekse dag ervaar je vaak sleur. Op zondag kom je bij elkaar om samen te eten, je breekt samen het brood.

Ik heb geen heimwee. Wee is pijn, en het hoeft niet altijd zeer te doen; je kunt ook terugkijken met een warm gevoel. Het boek over heimwee heb ik al geschreven. In 'Naar Merelbeke' heb ik geprobeerd om op een ironische manier de heimwee naar mijn jeugd in het groteske te gieten; er zelf ook om te kunnen lachen. Als ik daar nu, twintig jaar later, op terugkijk, denk ik: waarom moest ik de nostalgie eigenlijk verstoppen achter zo'n grotesk verhaal? Waarom had ik zoveel humor nodig om over mijn kinderjaren te spreken?"

IV Vader, moeder zult gij eren

"Mijn ouders hielden zielsveel van elkaar. Mijn vader - hij is inmiddels 94 - schiet nog vol als hij over mijn moeder spreekt. Terwijl ze al veertien jaar geleden is gestorven. Ze waren het grote voorbeeld van de eeuwig verliefden. Prachtig, ja, maar het is ook een soort van belasting voor de kinderen, die tegen een ideale verhouding moeten opboksen. Ik betrad met te veel idealen het liefdesveld. Het moest perfect, net zoals mijn ouders... enfin, het heeft er dus voor gezorgd dat ik een paar keer in mijn leven opnieuw ben begonnen. Misschien gaat Naar Merelbeke daar in zekere zin ook over. Misschien koos ik voor de overdrijving omdat de pijnlijke waarheid was dat ik een idylle te lijf moest gaan, dat ik mijn faalangst moest overwinnen. Ik heb me intens tegen mijn afkomst afgezet. Het spijt me nu soms dat ik mijn moeder de duvel heb aangedaan toen ik eenmaal als student van mijn geloof was gevallen. Ik ben hard geweest, maar zij heeft het heel zachtmoedig opgevangen. Ik heb het aan mijn huidige vrouw te danken dat het weer helemaal is goed gekomen tussen ons. Zij heeft mij dichter bij mijn ouders gebracht. Mijn moeder zag haar als een dochter, dat zei ze ook altijd. Hun verhouding heeft ervoor gezorgd dat ik ermee ophield me zo krampachtig tegen het verleden te verzetten. De laatste tien jaar met mijn moeder zijn heel goed geweest. Tussen mijn vader en mij is het almaar beter gegaan. We zijn vrienden. Soms ga ik hem halen in Gent, dan blijft hij een dag bij ons logeren en gaan we wandelen in de tuin. Kijken naar de bomen. Hij geeft nog altijd alles aan mij door wat hij van zijn vader heeft geleerd. We hebben het ook over de dood, waarvoor hij geen enkele angst zegt te kennen. Hij gaat naar mijn moeder, daar is hij van overtuigd. Voor mij verdwijnt mijn vader in het niets. Het enige dat overblijft is de herinnering. Zolang er iemand is om zijn naam uit te spreken, zal hij blijven bestaan. Je bent pas echt dood als niemand je meer kent."

V Dood niet, geef geen ergernis

"In 'De Bekeerlinge' beschrijf ik een pogrom. Wat ik wou laten zien is dat pogroms vaak geen geplande aanval waren; het zijn gruwelijkheden die ontstaan doordat mensen hun adrenaline- en lusthuishouding niet op orde hebben. Dan ontstaat die vuile lust, de drang om te verkrachten en te moorden. Ik heb ooit met een fotograaf gesproken die er tijdens de oorlog in Joegoslavië getuige van was hoe soldaten een mooie, jonge vrouw vastbonden. Hij bekende de behoefte te hebben gevoeld om zich ook aan haar te vergrijpen. Ik heb meteen gezegd dat ik nooit meer met hem wenste te spreken. Nee, hij had er niet naar gehandeld, maar die gedachte alleen al... Er mag op zo'n moment maar één verlangen in u opkomen en dat is: hoe kan ik deze vrouw zo snel mogelijk uit haar beknelling ontzetten? Natuurlijk, als we gaan wroeten in onszelf komen we de vreselijkste dingen tegen, maar onze beschaving bestaat er nu juist uit, dat we ons daar verre van houden. Emmanuel Levinas (Frans filosoof, 1901 - 1995) zegt: als je in de ogen van één mens kijkt, kijk je in de ogen van de hele mensheid. Als je iemand begeert die in nood is, iemand die huilt of tegenstribbelt, dan ben je niet menselijk bezig. Voor mij is seksuele aantrekkingskracht iets wat ik deel met iemand in de ogen. Het verlangen ontstaat dáár, bij het wisselen van die blik. Ik ben een sterk verlangend wezen maar ik kan me geen opwinding voorstellen bij de verovering van iemand die niets met mij te maken wil hebben. Het is juist de gedachte dat een ander ook naar mij verlangt die het spannend maakt."

VI Doe nooit wat onkuisheid is

"Mijn moeder geloofde nog dat jongens van masturbatie later ruggemergtering konden krijgen. Wij werden in de biecht door de priester met zijn loerende, bloeddoorlopen oog geprest de 'zonde van onkuisheid' op te biechten nog voor we goed en wel wisten wat dat was. Die seksuele vernedering is de eerste aanzet geweest voor mijn woede tegen het katholieke geloof. Ik las ooit ergens: 'People who lie about their sexuality, will lie about anything'. Kijk, met die regel in gedachten, eens even om u heen... Ik ben ook met leugens begonnen. Als ik nu terugkijk op mijn eerste relaties zie ik hoe egocentrisch, hoe weinig begripvol en hoe ongeduldig ik ben geweest. Het heeft me een paar jaar geduurd om van die smoezeligheid af te komen. Zoiets gaat schoksgewijs. Op de universiteit begon je met het verbeteren van de wereld, daarna was je zelf pas aan de beurt... Ik heb met bijna al mijn vroegere partners nog steeds een goed contact, er is niets gebeurd waardoor ik iemand niet meer in de ogen kan kijken, maar toch, ik weet dat ik tekortgeschoten ben.

Dat is trouwens ook zo'n complexe erfenis van mijn katholieke opvoeding: een niet-aflatend schuldgevoel. Het is het achterhoedegevecht van de onbestaande God die me nog altijd in de gaten houdt. Goed, ik heb hem verwijderd, maar waar heb ik die leegte mee opgevuld? Ik heb mijn eigen morele grammatica moeten opstellen, wat dus ook betekent dat ik me kan vergissen. Is de moraal die ik voor mezelf heb opgesteld mijn tweede natuur geworden? Een moreel wezen is tenslotte iemand die, wanneer niemand hem ziet, niet anders handelt dan wanneer men hem wel kan zien. Hoe hij dan moet handelen? Door te proberen het juiste te doen in moeilijke situaties - dat wat men 'het goede' pleegt te noemen. En dan wilt u natuurlijk weten wat ik onder het goede versta. Ik geloof dat het uiteindelijk allemaal neerkomt op één ding: leed-vermijding. Leed verminderen en leed vermijden. Het is de categorische imperatief van Kant, het zijn de woorden van Christus: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet. Wanneer je die wederzijdsheid doorknipt is de moraal zoek. Zo simpel is het."

VII Vlucht het stelen en bedriegen

"Plagiaat is uit den boze, maar ik citeer regelmatig een paar zinnen zonder bronvermelding. Dat zijn knipogen naar degenen die me zijn voorgegaan. Ik vind het leuk om mijn lezers te verrassen met een stukje Dante of Petrarca - nee, niet om te pronken met mijn kennis. Ik wil laten zien hoe fantastisch, hoe vreugdescheppend het medium van de literatuur is."

VIII Ook de achterklap en 't liegen

"De werk-ondertitel van Naar Merelbeke - wonderlijk dat we het vandaag zo veel over dit boek hebben... maar misschien ook niet - is lange tijd 'autobiografie van een kleine leugenaar' geweest. De hoofdpersoon fantaseert zijn hele jeugd bij elkaar. In zijn schriftje noteert hij - tien, elf jaar oud - op een gegeven moment: 'Ik zal wat waar is voor mij zó goed tussen de leugens verbergen dat niemand het kan vinden'. De schrijver speelt met waarheid en verzinsels, met ernst en ironie. Een van de motto's in Naar Merelbeke is van Bruno Schulz: 'In de diepte van de materie wordt heimelijk gelach gevormd'. Zelfs in de structuur van De Bekeerlinge schuilt een zekere ironie. Ik bedoel: ik ga iemand achterna die ik zelf verzonnen heb! Die vrouw heeft geleefd, da's waar, maar deels verzin ik wat haar is overkomen. Anderzijds heb ik elke verbeelde scène zoveel mogelijk gestoeld op intensieve research, zodat er ook geloofwaardigheid ontstaat. Ik vind het spannend om te beginnen met iets wat reëel is. Als vanaf de eerste regel duidelijk is dat ik alles uit mijn duim heb gezogen is de lol er voor de lezer ook meteen af. Wat ik wil achterhalen is wat er in 's hemelsnaam gebeurd zou kunnen zijn. Het is een uitnodiging tot de dans. De dans van de verbeelding."

IX Wees steeds kuis in uw gemoed

"Het wordt in onze neo-Victoriaanse tijd nogal verdrongen, maar heel veel mensen zijn van nature niet monogaam. Ik ook niet, nee, maar ik gedraag me wel zo. In de jaren zeventig heb ik weleens drie partners tegelijkertijd gehad, partners die er op hun beurt natuurlijk ook weer andere liefjes op nahielden. Het was een onbezorgde tijd, maar we moesten ook wel inzien hoe ingewikkeld het allemaal werd omdat aan elke goede intimiteit ook een emotionele kant vastzit.

Ik ben gelukkig in mijn huwelijk, trouw aan het leven met mijn vrouw. Het aantal redenen om bij elkaar te blijven neemt alleen maar toe. We delen meer en we hebben dus ook meer te verliezen. Het is geen voorbeschikking, niet 'meant to be'. Ik zou liever willen spreken van 'meant to be made'. Ik geloof vast in de maakbaarheid van menselijke relaties en heb geen boodschap aan theorieën over het blinde lot."

X En begeer nooit iemands goed

"Of het een karakterkwestie is zou ik u niet kunnen zeggen, maar ik zal de mazzel van anderen nooit afmeten aan mijn eigen situatie. Zelfs in de decennia dat mijn werk veel minder aandacht kreeg dan het volgens mij verdiende, ben ik niet afgunstig op andere schrijvers geweest. Wat ik wel merk is - het klinkt misschien pathetisch - dat je geleidelijk gaat 'lijden aan de tijd'. Ik ben met mijn 65 jaren nog heel vitaal, ik heb een mooie, intelligente vrouw, en twee kinderen die gelukkig zijn. Doordat alles goed gaat voel ik het haast niet dat ik ouder word. Niets in mijn verlangens is verminderd, niets aan mijn ervaring in de liefde is veranderd. Ik heb het gevoel dat de ziel jong blijft, maar als ik in de spiegel kijk zie ik de kop van een oudere man. Het is alsof de tijd innerlijk stilstaat terwijl er steeds minder tijd op mijn bankrekening komt te staan... Soms zie je jonge mensen bezig en denk je: kon ik, met wat ik nu allemaal weet, maar weer eens vijfentwintig zijn, maar dat is onmogelijk omdat juist het ouder worden je beter naar de wereld leert kijken. Met meer gevoel, meer empathie. Je begrijpt het allemaal net iets beter omdat je in al die jaren zo veel hebt gezien.

Waarmee ik overigens niet zeg dat ik wijzer ben geworden. Wie daarvan uitgaat is arrogant. Misschien wordt een mens wel dommer, zonder het te weten, en komt het gevoel van verzoening daaruit voort."

simpel leren op rijm

Vlaamse kinderen leren de Tien Geboden in een versje:

Bovenal bemin één God

Zweer niet ijdel, vloek noch spot

Heilig steeds de dag des Heren

Vader, moeder zult gij eren

Dood niet, geef geen ergernis

Doe nooit wat onkuisheid is

Vlucht het stelen en bedriegen

Ook de achterklap en 't liegen

Wees steeds kuis in uw gemoed

En begeer nooit iemands goed.

In Nederland wordt dit versje niet gebruikt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden