Terugkeer naar de basis werkt heilzaam voor Bos

Al elf jaar behoort Jan Bos (31) tot de toonaangevende sprinters. Toch ligt zijn grootste triomf, de wereldtitel, negen jaar achter hem. Door zijn perfectionisme los te laten en even terug te keren naar de basis, hoopt hij op een herhaling.

Een schaatser zoekt altijd naar houvast, de lichtste verstoring kan lichaam en geest uit evenwicht brengen. Zeker als het gaat om de perfectionist die Jan Bos is. Zo wijt hij de mislukte Winterspelen van Turijn mede aan een weken eerder tijdens de WK in Heerenveen kapot getrapte buis.

Voor de stilist uit Harderwijk heeft de nieuwe eeuw nog weinig goeds gebracht. Met als uitzondering Salt Lake City 2002, waar hij op de 1000 meter het olympische zilver van 1998 prolongeerde. Het zou vervolgens drie jaar duren voor zijn uitzonderlijke talenten voor de buitenwereld weer zichtbaar werden.

Er waren problemen met ploegen, er waren problemen met trainers. En het was een periode waarin Bos in het baanwielrennen afleiding zocht, om voor het schaatsen op te frissen. Daarbij liep hij het risico in zijn eerste liefde alles te verliezen.

Hij nam met zijn broer Theo deel aan de Olympische Spelen in Athene. Dat had zijn weerslag op de snelheid op het ijs, maar spijt heeft hij daar niet van. Binnen de ploeg van Telfort en onder leiding van Ingrid Paul zegt hij zich beter dan ooit te voelen.

Voor dit seizoen sprak hij in Sport International over het medicijn voor nieuwe gedrevenheid. „Zeker na de Spelen van Salt Lake City in 2002 wilde ik even wat anders. In het schaatsen ben je snel geneigd om te diep op de materie in te gaan. Het kost veel energie en op een gegeven moment zit je er zo diep in dat je het overzicht kwijt bent. Het lukt niet meer, je weet niet meer hoe je technisch rijdt, hoe je beter moet trainen, het is te veel. „

„Er was te veel chaos in mijn hoofd. Ik heb het los moeten laten en na een tijdje ben ik er weer ingestapt. Ik begon kinderlijk van voren af aan, met rustig duurwerk en een aantal basisdingen. Dat gaf me het plezier dat ik kwijt was. Noem het verzadiging of iets dergelijks, maar ik moest gewoon even wat anders doen. () Na die Spelen was veel rotzooi en ballast uit het verleden weg.”

Dit proces bevestigde de wetenschap dat in de hedendaagse topsport te veel afleiding averechts kan werken. „Het fietsen leidde niet echt af en schaatsen bleef mijn hoofddoel, maar ik merkte wel dat ik door het wielrennen de basis voor het schaatsen miste. Het ging op 90 procent van mijn kunnen. Dat wist ik ook, maar dat nam ik op de koop toe.”

Nu noemt hij zijn basisconditie beter dan ooit, en zou hij door een licht gewijzigde techniek (Bos schaatst op aanraden van Paul iets meer op de binnenkanten van zijn ijzers) sneller moeten zijn dan ooit. Desondanks tonen vorig en dit seizoen zware golven.

Vorig jaar was er de opleving met drie nationale titels en de derde plaats bij de WK sprint. Tijdens de Winterspelen in Turijn bleef het hoogtepunt het dragen van de vlag; wat volgde was elfde op de 500, twintigste op de 1500 en vijfde op de 1000 meter.

Dit seizoen opende Jan Bos met twee nationale titels en een derde plaats tijdens de wereldbeker in Heerenveen. Vervolgens vlakte de curve af in Azië, tot zijn eerste wereldbekertriomf op de 1000 meter in meer dan twee jaar, half december in Nagano.

Om tijdens de WK sprint (20 en 21 januari in Hamar) kansrijk te kunnen zijn, werkte Bos de afgelopen weken in het Italiaanse Collalbo vooral aan zijn starts en de nog matige 500 meter. Vandaag en morgen hoopt hij in Groningen de bevestiging van een goede vorm te krijgen in zijn jacht op zijn zesde nationale sprinttitel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden