Terugblik op Zuid-Afrika

'Vanuit Zuid-Afrika kijken de studenten Afrikaans en Nederlands naar ons en naar Vlaanderen als het grote moederland. Wij wandelen bij hen rond als vreemdelingen. Zij komen 'naar huis' als ze een jaar in Utrecht of Antwerpen mogen studeren. Misschien was dat nog wel het wonderlijkste.' Dichter Maria van Daalen blikt terug op Zuid-Afrika.

Op de dag waarop we Zuid-Afrika binnenkomen, staan de kranten vol foto's van het bloedbad van Sharpeville, 21 maart 1960. Bij de protesten tegen de pasjeswetten schoot de politie op de betogers. 69 doden, 180 gewonden. Het gebeuren wekt internationaal verzet. 'Zuid-Afrika' komt op de agenda van de VN, die de apartheid veroordeelt, omdat die de internationale vrede en veiligheid in gevaar brengt (resolutie 1761 (XVII), 6 nov 1962). Zuid-Afrika raakt geïsoleerd. 'Woman (92) still haunted by Sharpeville massacre' kopt The Star van 21 maart 2006. Zuid-Afrika, daar kon je niet naartoe in mijn tienerjaren, en nu is het een aantrekkelijke toeristenbestemming.

Veel wild. Echte leeuwen. Struisvogels. Allemaal springbokken en hartebeesten. En koedoes, zoals later blijkt bijzonder goed eetbaar. We zien drie babyleeuwtjes in het Soetdorenreservaat, op aai-afstand van de auto, en twee cheetahs. 'De jachtluipaard rust in het rooigras', mompel ik nog dagenlang poëtisch. Nadien zijn Peter en ik meer geïnteresseerd in stadswandelingen dan in autoritten door wildreservaten. Een leeuw is altijd een leeuw, maar mensen zijn altijd anders.

Was het maar waar. In dezelfde krant met 'Sharpeville' lees ik het verslag van een rape survivor. Een overlevende van een verkrachting. Een overlevende?! Ongeveer elke 35 seconden wordt er in Zuid-Afrika een vrouw verkracht. Het artikel rept van twee jonge vriendinnen, die door het veld liepen om sneller thuis te zijn. Eén verkracht en vermoord, en één verkracht met ernstig lichamelijk letsel, psychische schade ongenoemd. Het veld, zie ik later vanuit de auto, is een tot aan de horizon strekkend, warm rossig wuivend en golvend veld, vol rooigras, dat tot de heupen reikt van de vele mannen die tegen de avond over de rode zandpaden naar huis lopen. Oogverblindend mooi, dat veld.

Maar ik kom het land binnen met 'Sharpeville' en 'verkrachting' als eerste notities. Hoe ziet een stadswandeling eruit voor een vrouw? Dreigend. En niet alleen in Johannesburg. De blikken deugen niet, van de mannen. Blikken die een vrouw vernederen tot gebruiksgoed, totaal anders dan de respectvolle bejegening die me in de Verenigde Staten altijd van African-Americans te beurt valt. De blikken van de zwarte vrouwen zijn soms pijnlijk om te ontmoeten. Jij ook? denk ik dan, maar ik kan het niet vragen. Soms kijken die vrouwen dwars door mijn (blanke) mannelijke begeleiders heen, alsof ze alleen mij zien, de enige blanke vrouw op de markt. Ze groeten mij, beginnen tegen me te praten. Niet om te verkopen, maar om te laten merken dat ze me gezien hebben - in een heel ander 'zien' dan in Noordwest-Europa gebruikelijk is. Het gesprek van de moeders.

De mannen zijn opdringerig. Als ik sta te aarzelen tussen drie mogelijke aankopen, bij een handelaar in prachtige handbedrukte stoffen, fluistert hij 'you pay in natura'. Ik schiet in de lach, als afweer, en omdat het Latijn raar misplaatst is.

Het proces tegen Jacob Zuma, ex-vice-president, die wegens verkrachting is aangeklaagd, geeft een beeld van de machocultuur en tegelijk van de dodelijke onwetendheid. Zuma zegt dat de vrouw met haar kleding aangaf dat ze seks wou. Zuma verklaart dat hij geen hiv-besmetting oploopt door een partner die seropositief is, omdat hij na de (onbeschermde) seks een douche neemt. Er bestaat in zijn land al enige tijd met LoveLife een intensief aids-voorlichtingsprogramma voor de jeugd. Als het bij de oudere mannen geen weerklank vindt, is er weinig hoop dat er werkelijk iets zal veranderen in het gedrag. Uit interviews blijkt dat verkrachters er geen besef van hebben wat ze aanrichten. Ik vind een opmerkelijk citaat in een roman, die nergens een toespeling maakt op rape, en toch lijkt die er op een ander niveau van doordrongen, omdat de apartheid in de zeventiger jaren er de achtergrond van vormt. Het citaat is precies: 'Basil explained the effect of being bitten by a Gabon viper. The victim is not killed by the poison, but by the shock sustained through the sudden introduction into the body of a large dose of poison. Similarly, in the case of a bullet wound, the shock is produced by the violent penetration of the body - the brutal violation of the integrity of the body - rather than by the actual injury.' Uit: Ingrid Winterbach, 'The elusive moth', blz. 99 (Human & Rousseau, Cape Town/Pretoria, 2005). Dus, een slachtoffer van een slangenbeet of van een kogelwond raakt in shock 'door het gewelddadig binnendringen van het lichaam, doordat de integriteit van het lichaam geweld wordt aangedaan - niet zozeer door de ernst van de verwonding'. Nota bene: De oorspronkelijke taal van de roman is Afrikaans. Ik citeer uit de geautoriseerde Engelse vertaling.Buiten, binnen, een eigenaardige dubbelheid. Voor de ramen van zelfs het mooiste huis zijn steeds op tien centimeter van elkaar dunne ijzeren tralies aangebracht, aan de buitenzijde. Rondom een gepleisterde muur met ijzeren hek, dat vanuit de auto elektronisch kan worden geopend, zodat je pas op eigen erf hoeft uit te stappen. Veilig achter het hek. Je went eraan, zeggen onze gastheren. Er wordt evengoed ingebroken. Op de laatste dag zijn wij gehuisvest in een Gastehuis. Een pension. Dat is in Pretoria iets anders dan in het Holland waar ik vandaan kom. De plaats heeft de grootte van twee voetbalvelden. Met vrijstaande gebouwtjes als gastverblijven, met drie zwembaden, en veel bomen en struiken. Iets halverwege een botanische tuin en een vakantiekolonie. Peter wordt direct de groene jungle ingestuurd met een jongeman die zijn koffer draagt - we voelen ons af en toe verdwaalde kolonialen - mij wenkt de blanke jonge manager achter de counter. Hij opent een grote deur naast een zwembad - zo dichtbij, dat ik er beslist in ga vallen als ik vannacht een glas teveel drink - en ontsluit een appartement dat groter is dan het mijne in Almere. Binnen is het wit. Helemaal wit, het bed, de gordijnen, de tegels en de jacuzzi. Met gouden waterkranen. In de kasten kan nog wel een nijlpaard - een rhenoster, zegt men hier - logeren. Als ik verbaasd vraag naar de reden van deze koninklijke ontvangst, kijkt de jongeman bedremmeld naar zijn schoenen. 'Ja, eh, mevrouw. Ik had eigenlijk een andere kamer voor u gereserveerd. Maar toen ik u zag binnenkomen, zei ik bij mezelf: deze mevrouw kan ik echt alleen de bruidssuite aanbieden.' Letterlijk zegt hij: 'This woman needs the bridal suite.' Had het te maken met dat andere 'zien', is het Afrika, dat mij al in twee weken veranderd heeft? 's Nachts slaap ik geheel alleen in iets dat het midden houdt tussen een bruidsbed en een doodskist. Het levert de volgende dag een vrolijk moment op tijdens mijn lezing voor de studenten Afrikaans en Nederlands aan de universiteit van Pretoria. Maar ik herken er nu pas inspiratie in, en dat vreemde contrast van 'buiten' en 'binnen'. Op vrijdagmiddag 31 maart worden we ontvangen op de ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden, aan de Koningin Wilhelmina Avenue, door de ambassadeur, drs. F. Engering, en het Hoofd Pers en Culturele Zaken, mr. F. de Bruin. In de tuin zie ik drie enorme keramieken beelden, van Hans van Bentem. Beeldschoon, sterk en kwetsbaar. 'Drie van de vier elementen - vuur, aarde, water?' vraag ik. Jawel. De Bruin vertelt trots dat er nog vijf beelden van Van Bentem op het hek worden geplaatst, en stuurt me op 11 april een foto van een enorme keramieken wachter, die het midden houdt tussen een Zoeloe-krijger en een ridder uit het leger van prins Maurits. Wonderlijk mooi. Kunst op de grenspalen.Iemand vraagt als ik terug ben, 'wat heb je gezien?' 'De Mooirivier, uit Sarie Mareis', zeg ik. Met de 'mielies', dat is mais, en de 'groendoringboom'. Hij is mooi, die rivier, bij Potchefstroom, er staan allemaal treurwilgen naast. Dat ik na veertig jaar heb leren kennen, wat ik ooit uit het hoofd heb geleerd. Hoe het eruit ziet. Al die tijd heb ik het me niet afgevraagd. Van hieruit keken we naar Zuid-Afrika, toen apartheid er was, en toen het werd opgeheven, pas 12 jaar geleden, 1994. Vanuit Zuid-Afrika kijken de studenten Afrikaans en Nederlands naar ons en naar Vlaanderen als het grote moederland. Wij wandelen bij hen rond als vreemdelingen. Zij komen 'naar huis' als ze een jaar in Utrecht of Antwerpen mogen studeren. Misschien was dat nog wel het wonderlijkste.LoveLife een intensief aids-voorlichtingsprogramma voor de jeugd. Als het bij de oudere mannen geen weerklank vindt, is er weinig hoop dat er werkelijk iets zal veranderen in het gedrag.

Uit interviews blijkt dat verkrachters er geen besef van hebben wat ze aanrichten. Ik vind een opmerkelijk citaat in een roman, die nergens een toespeling maakt op rape, en toch lijkt die er op een ander niveau van doordrongen, omdat de apartheid in de zeventiger jaren er de achtergrond van vormt.

Het citaat is precies: 'Basil explained the effect of being bitten by a Gabon viper. The victim is not killed by the poison, but by the shock sustained through the sudden introduction into the body of a large dose of poison. Similarly, in the case of a bullet wound, the shock is produced by the violent penetration of the body - the brutal violation of the integrity of the body - rather than by the actual injury.' Uit: Ingrid Winterbach, 'The elusive moth', blz. 99 (Human & Rousseau, Cape Town/Pretoria, 2005).

Dus, een slachtoffer van een slangenbeet of van een kogelwond raakt in shock 'door het gewelddadig binnendringen van het lichaam, doordat de integriteit van het lichaam geweld wordt aangedaan - niet zozeer door de ernst van de verwonding'. Nota bene: De oorspronkelijke taal van de roman is Afrikaans. Ik citeer uit de geautoriseerde Engelse vertaling.

Buiten, binnen, een eigenaardige dubbelheid. Voor de ramen van zelfs het mooiste huis zijn steeds op tien centimeter van elkaar dunne ijzeren tralies aangebracht, aan de buitenzijde. Rondom een gepleisterde muur met ijzeren hek, dat vanuit de auto elektronisch kan worden geopend, zodat je pas op eigen erf hoeft uit te stappen. Veilig achter het hek. Je went eraan, zeggen onze gastheren. Er wordt evengoed ingebroken. Op de laatste dag zijn wij gehuisvest in een Gastehuis. Een pension. Dat is in Pretoria iets anders dan in het Holland waar ik vandaan kom. De plaats heeft de grootte van twee voetbalvelden. Met vrijstaande gebouwtjes als gastverblijven, met drie zwembaden, en veel bomen en struiken. Iets halverwege een botanische tuin en een vakantiekolonie.

Peter wordt direct de groene jungle ingestuurd met een jongeman die zijn koffer draagt - we voelen ons af en toe verdwaalde kolonialen - mij wenkt de blanke jonge manager achter de counter. Hij opent een grote deur naast een zwembad - zo dichtbij, dat ik er beslist in ga vallen als ik vannacht een glas teveel drink - en ontsluit een appartement dat groter is dan het mijne in Almere. Binnen is het wit. Helemaal wit, het bed, de gordijnen, de tegels en de jacuzzi. Met gouden waterkranen. In de kasten kan nog wel een nijlpaard - een rhenoster, zegt men hier - logeren.

Als ik verbaasd vraag naar de reden van deze koninklijke ontvangst, kijkt de jongeman bedremmeld naar zijn schoenen. 'Ja, eh, mevrouw. Ik had eigenlijk een andere kamer voor u gereserveerd. Maar toen ik u zag binnenkomen, zei ik bij mezelf: deze mevrouw kan ik echt alleen de bruidssuite aanbieden.' Letterlijk zegt hij: 'This woman needs the bridal suite.' Had het te maken met dat andere 'zien', is het Afrika, dat mij al in twee weken veranderd heeft? 's Nachts slaap ik geheel alleen in iets dat het midden houdt tussen een bruidsbed en een doodskist.

Het levert de volgende dag een vrolijk moment op tijdens mijn lezing voor de studenten Afrikaans en Nederlands aan de universiteit van Pretoria. Maar ik herken er nu pas inspiratie in, en dat vreemde contrast van 'buiten' en 'binnen'. Op vrijdagmiddag 31 maart worden we ontvangen op de ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden, aan de Koningin Wilhelmina Avenue, door de ambassadeur, drs. F. Engering, en het Hoofd Pers en Culturele Zaken, mr. F. de Bruin. In de tuin zie ik drie enorme keramieken beelden, van Hans van Bentem. Beeldschoon, sterk en kwetsbaar. 'Drie van de vier elementen - vuur, aarde, water?' vraag ik. Jawel. De Bruin vertelt trots dat er nog vijf beelden van Van Bentem op het hek worden geplaatst, en stuurt me op 11 april een foto van een enorme keramieken wachter, die het midden houdt tussen een Zoeloe-krijger en een ridder uit het leger van prins Maurits. Wonderlijk mooi. Kunst op de grenspalen.

Iemand vraagt als ik terug ben, 'wat heb je gezien?' 'De Mooirivier, uit Sarie Mareis', zeg ik. Met de 'mielies', dat is mais, en de 'groendoringboom'. Hij is mooi, die rivier, bij Potchefstroom, er staan allemaal treurwilgen naast. Dat ik na veertig jaar heb leren kennen, wat ik ooit uit het hoofd heb geleerd. Hoe het eruit ziet. Al die tijd heb ik het me niet afgevraagd. Van hieruit keken we naar Zuid-Afrika, toen apartheid er was, en toen het werd opgeheven, pas 12 jaar geleden, 1994.

Vanuit Zuid-Afrika kijken de studenten Afrikaans en Nederlands naar ons en naar Vlaanderen als het grote moederland. Wij wandelen bij hen rond als vreemdelingen. Zij komen 'naar huis' als ze een jaar in Utrecht of Antwerpen mogen studeren. Misschien was dat nog wel het wonderlijkste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden