Terugblik op een turbulent EU-voorzitterschap

Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker en premier Mark Rutte, bij het begin van het Nederlandse voorzitterschap. Beeld anp
Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker en premier Mark Rutte, bij het begin van het Nederlandse voorzitterschap.Beeld anp

Vandaag eindigt het Nederlandse EU-voorzitterschap. De unie ligt er totaal anders bij dan een half jaar geleden. In hoeverre had Nederland daar invloed op?

Als een marsmannetje vandaag op aarde landt en met een frisse blik de politieke situatie in de Europese Unie bekijkt, zal hij misschien uitroepen: 'Wat is dit voor een chaos? Hoezo, Europese 'Unie', wie is het afgelopen halfjaar eigenlijk voorzitter geweest van die club?'

Eh, ja, dat was dus Nederland.

Met zo'n marsmannetjes-blik zou je het Nederlandse voorzitterschap in de eerste helft van 2016 een totale mislukking kunnen noemen. De EU is immers in de grootste identiteitscrisis beland sinds het begin van het hele samenwerkingsproject, ruim een halve eeuw geleden.

Maar dat zou geen billijk oordeel zijn. Het roulerende voorzitterschap van de unie heeft nu eenmaal zijn beperkingen sinds het Verdrag van Lissabon in 2009 van kracht werd. De kracht of de zwakte van een voorzittersland blijkt vooral tijdens de ministersvergaderingen, die vaak technisch van aard zijn en niet altijd de krant halen.

Voor de grote lijnen zijn vaste voorzitters actief, zoals de Pool Donald Tusk van de Europese raad voor regeringsleiders en Federica Mogherini voor het buitenlandbeleid. Europese toppen vinden al lang niet meer plaats in het voorzittersland, met een hoofdrol voor de premier daarvan, maar in Brussel onder Tusk. In die zin had waarschijnlijk geen enkel voorzittersland iets aan het Britse vertrek kunnen doen. Premier Mark Rutte hield zich in de campagne afzijdig.

Toch had Rutte duidelijk geen zin om tijdens het Nederlandse voorzitterschap vanaf de zijlijn toe te kijken. Op één belangrijk dossier heeft Rutte zich actief laten zien: de migratiecrisis, en dan met name de omstreden overeenkomst die in maart werd gesloten tussen de EU en Turkije.

Nog voordat het voorzitterschap begon, bemoeide de VVD-leider zich met de migratiecrisis, door intensieve contacten eind vorig jaar met de EU-leiders en met de Turkse autoriteiten. Begin januari, toen Rutte de voltallige Europese Commissie ontving in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum, had hij nog intensievere onderonsjes met onder anderen Juncker.

Zijn boodschap was duidelijk: de massale, irreguliere migratie langs de Balkan-route - eind vorig jaar kwamen nog zes- à zevenduizend migranten per dag aan op de Griekse eilanden - moest het komende halfjaar worden teruggebracht 'richting nul', zoals Rutte het telkens weer kwantificeerde.

null Beeld anp
Beeld anp

Omstreden afspraak
Een cruciaal moment in Rutte's bemoeienissen was zondag 6 maart. Aan de vooravond van een Europese top over de migratiecrisis was er in de Turkse ambassade in Brussel overleg tussen de Turkse premier Davutoglu, de Duitse bondskanselier Merkel en... Rutte. Die avond werd de omstreden een-voor-een-afspraak in elkaar gedraaid, op voorstel van Davutoglu. Turkije zou alle nieuw in Griekenland aankomende migranten terugnemen, op voorwaarde dat de EU voor elke teruggenomen Syriër een andere Syriër overneemt uit een Turks vluchtelingenkamp.

De volgende dag waren alle andere regeringsleiders, inclusief Tusk, totaal overrompeld door de uitkomst van dit Turks-Duits-Nederlandse onderonsje. Heel even speelde de politiek leider van het voorzittersland een grotere rol dan de vaste voorzitter van de Raad, iets waar de Poolse oud-premier ongetwijfeld even over heeft moeten tandenknarsen op die maandagochtend.

Hoe controversieel het akkoord met Turkije ook is en blijft: het verkeer langs de Balkan-migratieroute is wel degelijk stilgevallen. Kun je hier een Nederlands succes claimen, en tegelijk zeggen dat je niets kon doen aan de Brexit-uitslag van vorige week? Critici kunnen zeggen dat Den Haag er toch niet in is geslaagd het beeld van een falend Europa bij de Britse kiezers weg te nemen, hoe onmogelijk deze opgave ook was.

Op een geheel ander terrein had Rutte het nog veel lastiger. Naast het Britse referendum over het vertrek uit de Europese Unie was er ook in Nederland een volksraadpleging die zowel Brussel als Den Haag hoofdpijn bezorgde.

Tekst loopt door onder foto.

Mark Rutte spreekt in de Ridderzaal parlementariërs uit de 28 lidstaten van de Europese Unie toe. Beeld anp
Mark Rutte spreekt in de Ridderzaal parlementariërs uit de 28 lidstaten van de Europese Unie toe.Beeld anp

Die ging over het associatieakkoord tussen de EU en Oekraïne, een verdrag dat allang door alle Europese parlementen - inclusief het Nederlandse - was goedgekeurd. 2,5 miljoen van de 12,9 miljoen kiesgerechtigden vonden dat associatieakkoord achteraf maar niks, maar dat was wel 61 procent van het aantal Nederlanders dat de moeite had genomen naar het stembureau te komen. De opkomstdrempel van 30 procent werd op het nippertje gehaald.

Vanaf het moment, vorig najaar, dat duidelijk werd dat het referendum dankzij een burgerinitiatief gehouden zou worden, wisten Rutte en de meeste van zijn ministers er totaal geen raad mee. Dat de volksraadpleging ook nog eens midden in het Nederlandse voorzitterschap viel, was al helemaal gênant.

Rutte maakte de omstreden keuze om minimaal campagne te voeren voor het associatieverdrag, waar hij vorig jaar nog zo vastberaden zijn handtekening onder had gezet. De boodschap die het kabinet zou kúnnen uitdragen - een groot deel van het verdrag gaat sowieso door - werd te riskant bevonden. Zeg maar eens tegen kiezers dat hun stem eigenlijk geen zin heeft.

Brussel was verbijsterd over de 'nee'-uitslag van 6 april. Al op de uitslagenavond kreeg Rutte een verbolgen commissievoorzitter Juncker aan de lijn. 'Hoe ga je dit varkentje wassen, beste Mark?', zal zijn vraag zijn geweest.

Dat één land achteraf terugkomt van zijn handtekening onder een gezamenlijk gesloten akkoord, op een manier waarmee niemand rekening had gehouden, dat was nog niet eerder vertoond.

Verbazing
Groot was de verbazing toen Rutte zich eerder deze maand opeens bijzonder fel uitliet over het Oekraïne-referendum. Waar hij in de maanden voorafgaand aan de 6de april zijn kaken op elkaar hield, verklaarde hij zich nu opeens 'totaal, totaal, totaal tegen referenda over multilaterale overeenkomsten'. En dan was de uitslag ook nog eens 'desastreus'.

De man die erom bekendstaat dat hij zich zelfs onder de grootste problemen uit weet te praten, met een glimlach er gratis bij, stond dinsdagmiddag in Brussel voor de taak om 27 kritische collega-regeringsleiders, én Tusk, én Juncker, uit te leggen hoe hij de door Nederland gecreëerde hobbel op de weg dacht weg te werken.

Waarom heb je geen doordachte campagne gevoerd voor het EU-Oekraïne-associatieverdrag, waar we allemaal, gesteund door onze democratieën, ons volle gewicht achter hebben gezet? Dat wilden zijn collega's vermoedelijk van hem weten. Vanwaar die matheid tijdens de campagne en die felheid achteraf?

Na zijn boetedoening in het Haagse debat over de Teeven-deal was dat wellicht Rutte's zwaarste moment van dit jaar, en van het Nederlandse voorzitterschap. Alleen waren hier geen camera's bij.

Nervositeit
Hoe dan ook was er vanaf mei in Brussel enige nervositeit te bespeuren over het naderende einde van de Nederlandse leidersrol. Een blik op de kalender leerde immers dat de komende voorzittersschappen wel eens een stuk grilliger kunnen verlopen: Slowakije, Malta en... het Verenigd Koninkrijk. Door dat laatste land kunnen we een streep zetten. Het ziet ernaar uit dat de voorzitterstaak in de tweede helft van 2017 wordt ingevuld door Malta (dat de eerste helft van volgend jaar aan de beurt is en het voorzitterschap met drie maanden verlengt) en Estland, dat drie maanden eerder begint.

Mark Rutte ontving afgelopen januari commissievoorzitter Jean-Claude Juncke bij het Scheepvaartmuseum. Beeld anp
Mark Rutte ontving afgelopen januari commissievoorzitter Jean-Claude Juncke bij het Scheepvaartmuseum.Beeld anp

Slowakije begint morgen aan zijn allereerste EU-voorzitterschap. De benodigde diplomatieke ervaring op dit niveau ontbreekt dus. Bovendien staat de regering in Bratislava te boek als een dwarsligger in het Europese migratiebeleid: premier Fico zit in hetzelfde kamp als de uitgesproken Hongaarse premier Orbán als het gaat over bijvoorbeeld de gelijkelijke verspreiding van asielzoekers over alle EU-landen.

Al met al overheerste sinds begin mei in Brussel het gevoel: als we op de ministersvergaderingen nog voortgang willen maken in de ingewikkeldste dossiers, dan zal dat snel moeten gebeuren, met de ervaren en kundige Nederlanders aan het roer.

Tekst loopt door onder foto.

undefined

Premier Mark Rutte Beeld anp
Premier Mark RutteBeeld anp

Lof voor Nederland als voorzitter, alleen die Poolse truckers nog
De rol van de elk half jaar roulerende EU-voorzitter is het grootst tijdens de ministersvergaderingen, van landbouw tot financiën en van milieu tot energie. Daar wordt onderhandeld over soms buitengewoon ingewikkelde technische kwesties.

Bovendien fungeert het voorzittersland als bemiddelaar tussen de lidstaten enerzijds en de Europese Commissie en het Europees Parlement anderzijds. Veel definitieve akkoorden worden gesloten in de zogeheten 'trialogen', waarin alle drie de instituties vertegenwoordigd zijn.

Hoe heeft Nederland het daar, buiten het zicht van de schijnwerpers, gedaan?

"Het spijt me, maar ik kan alleen maar positief zijn", zegt een EU-diplomaat die noch met zijn naam noch met zijn land de krant in wil. "In veel moeilijke kwesties zijn akkoorden bereikt. In het migratiedossier heeft Nederland hard aan de kar getrokken. Als mijn land zo'n succesvol voorzitterschap zou hebben gehad, zouden onze kranten vol staan met juichverhalen."

Het belangrijkste huiswerk was vaart maken met de Europese grens- en kustwacht. Dat gedurfde commissievoorstel van bijna een half jaar geleden gaat over een aanzienlijke versterking van het tandeloze Frontex-agentschap, bedoeld om de buitengrenzen van de Schengen-zone beter te kunnen controleren op irreguliere migratie. Voortaan zou die nieuwe EU-grenswacht moeten kunnen ingrijpen in een lidstaat aan de buitengrenzen van de Schengen-zone, ook als dat land dat helemaal niet wil.

Die huiswerk-taak heeft Nederland volbracht. Voor EU-begrippen bliksemsnel lag er deze maand een definitief akkoord over die grens- en kustwacht. Die moet onder het volgende, Slowaakse voorzitterschap gestalte krijgen.

Als een andere belangrijke doorbraak wordt het pakket afspraken over belastingontwijking gezien. Hoewel die beoogde strenge aanpak van multinationals pas in 2019 begint, kreeg het Nederlandse voorzitterschap, in de personen van minister Dijsselbloem en staatssecretaris Wiebes, alle lof toegezwaaid van hun Europese ambtgenoten over de snelheid en de expertise waarmee ze dit dossier tot een goed einde hadden gebracht.

Vooral bij belastingzaken, waarvoor unanimiteit onder de 28 lidstaten is vereist, is het uitzonderlijk dat een voorstel van de Europese Commissie binnen een half jaar door de besluitvormingsmolen wordt gejaagd.

Vanuit het veld kwam juist kritiek. Tax Justice Nederland schreef dinsdag op de opiniepagina's van deze krant dat de afspraken veel te slap zijn en dat het Nederlandse voorzitterschap de 'race naar de bodem' in belastingontwijking alleen maar erger heeft gemaakt.

Intussen werden het afgelopen half jaar de nodige technische akkoorden bereikt over zaken als conflictmineralen en het vierde spoorwegpakket, dat de concurrentie op het Europese spoor moet vergroten en grensoverschrijdende treinreizen makkelijker moeten maken voor passagiers.

Over zulke dossiers wordt vaak jarenlang onderhandeld. Voorzitterslanden vinden het daarom erg prettig als ze in hun periode de kroon op al dat werk kunnen zetten.

Tegenvallers voor Nederland waren er ook. De grootste is misschien wel de vertraging die is opgetreden in de nieuwe detacheringsrichtlijn. Met name vicepremier en minister van sociale zaken Lodewijk Asscher was er veel aan gelegen om onder zijn voorzitterschap een akkoord te bereiken over het voorstel van de Europese Commissie, dat een einde zou moeten maken aan 'sociale dumping'. Dat is het fenomeen dat bouwvakkers of vrachtwagenchauffeurs uit vooral Oost-Europese EU-lidstaten voor lage lonen tewerkgesteld worden in het Westen, waar hun directe collega's veel duurder zijn.

'Gelijk loon voor gelijk werk' was het motto van Asscher. Maar elf nationale parlementen, tien in Oost-Europa en Denemarken, staken daar met een zogeheten gele-kaartprocedure een stokje voor. Zij vinden dat Brussel niets te zeggen heeft over deze kwestie, terwijl Denemarken het voorstel van de commissie juist niet ver genoeg vond gaan.

De gele kaart tegen de detacheringsrichtlijn, en met name het 'nee' van Kopenhagen, heeft het Nederlandse voorzitterschap naar verluidt compleet verrast. Asscher is zijn bekroning misgelopen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden