Terug van weggeweest

De narcis is minder gewoon dan je denkt. De bloem inspireerde Homerus, Mohammed en Shakespeare. En de bol verjoeg boze geesten.

Nog even en de narcissen komen boven de grond. In de tuin bedoel ik, want in supermarkten en bloemenwinkels staan ze al weken te bloeien in hun rustieke bakjes, met de voetjes in het al even rustieke mos, al of niet in gezelschap van narcissen of blauwe druifjes.

Als je al die bakjes ziet, kun je je bijna niet voorstellen dat er een tijd is geweest dat we geen narcis meer konden zien. We vonden ze te groot, te stijf en vooral te geel. Een kleur die er, als het enigszins te verhelpen was, in onze pastelkleurige tuinen niet meer in kwam. Maar kijk eens aan: intussen hebben kwekers lieve kleine narcisjes ontwikkeld in tinten die varieren van wit tot zachtgeel tot crème tot abrikoosroze. Zodat er geen enkele reden is waarom we ons huis, balkon of tuin niet vol zouden zetten met narcissen.

De tragedie van bloemen die bij bossen te koop zijn, is dat je vaak niet meer ziet hoe bijzonder ze zijn. Dat geldt ook voor de narcis, want zelfs over zo'n huis-tuin-en-keukenbol valt meer te vertellen dan je misschien zou denken. Over zijn naam gaan we het nu niet hebben, daarvoor is het verhaal over de ijdele jongeling die voor straf in een narcis veranderde té afgezaagd. Wat wel wetenswaardig is, is dat de narcis al in de Romeinse oudheid werd gebruikt voor het genezen van wonden. De bloem werd bezongen door dichters als Homerus en Shakespeare, en van de profeet Mohammed is bekend dat hij er zo dol op was dat hij zei: "Van twee gekochte broden door een mens, is er één bestemd voor een narcis. Immers, brood is voedsel voor het lichaam, de narcis is voedsel voor de ziel." En toen wist hij nog niet eens dat de wortel, als je die kookt en in wit linnen opbergt, boze geesten verjaagt - niet alleen geesten die 's nachts je huis binnendringen, maar ook geesten die huishouden in de hoofden van 'bezetenen en melancholieken'.

De oorsprong van de meeste narcissoorten ligt in het Middellandse Zeegebied, met name in Spanje en Portugal. Daar komt ook de trompetnarcis (Narcissus pseudonarcissus) vandaan, de 'stamvader' van de gele trompetnarcissen die in onze tuinen staan. Pas in de 17e eeuw kwam iemand op het idee om narcissen, die tot dan toe alleen in het wild groeiden, te gaan kweken. Sommige van die eeuwenoude narcissoorten zijn nog steeds te koop: kijk maar eens op meeuwissenvoorhout.nl of pcnijssen.nl. Houd wel een zakdoek bij de hand, want bij sommige afbeeldingen begin je spontaan te kwijlen. Zeg nou zelf: als je over Narcissus 'Albus Plenus Odoratus' leest dat Carolus Clusius hiervan in 1590 de eerste bolletjes kreeg, dan rust je toch niet voordat je die in je eigen tuin hebt staan? Om maar te zwijgen van de vier eeuwen oude fazantenoognarcis en het hoepelroknarcisje. Alleen die namen al! En dat voor een paar dubbeltjes per bol.... Om ze te bestellen moet je nog even geduld hebben, voorjaarsbloeiende bollen worden in de vroege herfst geplant.

Wil je historische narcissen in bloei zien, dan kun je onder meer terecht bij Josephine Dekker in Oterleek, op de Keukenhof (vanaf 22 maart) en in de Hortus Bulborum in Limmen (vanaf 6 april).

Er zijn ongeveer 27 narcissoorten, waar in de loop der eeuwen zoveel mee is gekruist dat er zo'n 25.000 cultivars staan geregistreerd. En elk jaar komen er nieuwe bij. Om in deze wirwar enige orde aan te brengen, zijn narcissen op grond van hun bloemkenmerken onderverdeeld in dertien groepen. Dan gaat het er om of ze een grote of een kleine kroon ('trompet' of 'cup') hebben, dubbele bloemen, bloembladen die achterover hangen en nog zo wat van dat soort kenmerken. Sommige narcissen dragen één bloem op een stengel, andere torsen er drie of nog veel meer per steel. Er zijn hoge en lage, er zijn er die lekker ruiken of helemaal niet.

Narcissen moet je niet te laat planten. De beste tijd is september of oktober. Merk je dat na een paar jaar de bloei achteruit gaat, haal dan de bollen in juni uit de grond. Splits ze, maak ze schoon en herplant de bollen die er het best uitzien. Het leuke van narcissen is dat ze verwilderen en je er dus ieder jaar meer van krijgt.

Heb je op dit moment geen narcissen in de tuin maar wil je die wel, koop dan een pot of zo'n rustieke bak, haal ze eruit en plant ze op een zonnige plek. Je kunt ook wachten tot ze zijn uitgebloeid en ze dan uitplanten, of je bewaart ze gewoon tot de herfst. Knip het blad er pas af wanneer dat helemaal is afgestorven. De bol begint pas na 1 juni te groeien en heeft daarvoor zijn blad hard nodig. Plant de bollen, ook de kleintjes, zo diep dat er een laag van 15 centimeter grond op ligt.

Narcissen zijn op twee manieren te vermeerderen: door de bollen te splitsen, waardoor je precies dezelfde bloemen terugkrijgt en via zaad, wat nieuwe en dus andere bloemen oplevert. De bestuiving kan plaatsvinden door wind, insecten of kwekers. Daaruit ontstaat dan een nieuwe plant, maar voordat die bloeit ben je wel vijf of zes jaar verder.

Tenslotte nog iets over narcissen die bestemd zijn voor de vaas. In de stelen van narcissen zit een slijm dat ervoor zorgt dat andere bloemen slap gaan hangen. Laat narcissen daarom altijd eerst een paar uur apart in het water staan voordat je er andere bloemen bij zet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden