Terug op het dunne koord

Bijna liep, in de maand juli, het Demjanjukproces in München zware averij op, zo berichtte de BR, de Bayerische Rundfunk.

Bij de enige twee geplande zittingen van midden juli was de aangeklaagde ziek. Hij leed onder de hitte en vertoonde uitdrogingsverschijnselen – de zittingen konden niet doorgaan. Omdat de Duitse procesorde voorschrijft dat een proces niet langer dan drie weken onderbroken mag worden, berichtte de BR, moest het hof in allerijl een extra zittingsdag inplannen. Maar ook toen, op 22 juli, liet de aangeklaagde weten zich niet lekker te voelen. Daarop maakte rechter Ralph Alt voor het eerst gebruik van zijn bevoegdheid de negentigjarige aangeklaagde te sommeren om te verschijnen – hij mag dat als de medische conditie van de aangeklaagde dat toelaat. De arts had geen bezwaar. Zo werd de voortgang van het proces gered.

Het is, ik schreef het hier al eerder, een dun koord waarop de Duitse justitie balanceert.

Begin augustus, vorige week, verscheen als getuige-deskundige de Amerikaanse militair historicus Bruce Menning, specialist in de militaire geschiedenis van de Sovjet- Unie. Hij had eerder voor de Amerikaanse justitie een rapport opgesteld – een rapport dat Demjanjuks alibi voor de oorlogsjaren ondermijnde. Demjanjuk zou, naar eigen zeggen, na de slag om Kertsj, een schiereiland op de Krim, in 1942 door de Wehrmacht krijgsgevangen zijn gemaakt en via Rowno terechtgekomen zijn in een kamp bij het Poolse Chelm: daar zou hij achttien maanden hebben doorgebracht, tot diep in 1944. Volgens die verklaring zou hij in 1943 nooit kampbewaker in het vernietigingskamp Sobibor kunnen zijn geweest, zoals de aanklacht luidt.

Menning kon in zijn rapport de gang van Demjanjuk volgen tot in Chelm. De slag om Kertsj was historisch en oorlogsdagboeken van het elfde leger van de Wehrmacht bevestigen dat men de Sovjetkrijgsgevangenen (bij Kertsj 106.000 in totaal) in hoog tempo per trein afvoerde naar Rowno en vervolgens naar Chelm, maar beide kampen golden als doorvoerkampen, waar selecties voor rekrutering in Duitse dienst plaatsvonden: aan de bezette Ostgebiete kampte men al met een groot tekort aan manschappen voor alle mogelijke hulpdiensten. De leefcondities in zulke kampen waren miserabel, met hongerrantsoenen en zware dwangarbeid, Menning hield het voor zeer onwaarschijnlijk dat iemand achttien maanden in een kamp als Chelm zou kunnen overleven, al kon hij het niet helemaal uitsluiten.

Demjanjuks verdediger, Ulrich Busch, sprong hierop in. Of Menning wist dat Chelm uit meerdere kampen bestond en of hij een lijst kende waaruit zou blijken dat Chelm nog tot september ’44 zou hebben bestaan. Menning moest het antwoord schuldig blijven.

Demjanjuks alibi is al eerder door onderzoeksrechter Thomas Walther ondergraven. Die toonde met zeven documenten en een tijdsbalk aan dat Demjanjuks verklaringen niet konden kloppen: te tegenstrijdig waren die verklaringen geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden